Gardiner dirigeert eigen galaconcert

Edison Extraordinair. Ned.3, 20.06-22.00u.

De tv-uitzending van het Galaconcert dat John Eliot Gardiner afgelopen vrijdag in het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg gaf is hopelijk het begin van het herstel van een oude traditie, waarbij winnaars van de Edison-onderscheidingen voor klassieke plaatprodukties meer deden dan alleen het in ontvangst nemen van een beeldje van de uitvinder van de geluidsopname. Gardiner dirigeerde The English Baroque Soloists, The Monteverdi Choir en het Orchestre Révolutionnaire et Romantique - alledrie door hemzelf opgericht.

De redenen voor dit bijzondere concert waren ruimschoots voorhanden: Gardiner kreeg van cultuurminister Ritzen de eerste Edison Extraordinair uitgereikt - een soort super-Edison voor buitengewone musici. Gardiner is er zo een: hij is immers met zijn inzet, hoogstpersoonlijke opvattingen en uitvoeringsstijl een verre van 'gewoon' musicus. Dat blijkt uit het feit dat hij ook nog gelauwerd werd met zijn achtste Edison sinds 1982 voor zijn opname van Mozarts Don Giovanni.

Gemeten naar de optelling van permanente officiële, publieke en kritische waardering, nog gevoegd bij commerciële successen, lijkt John Eliot Gardiner op het ogenblik in ons land dan ook de populairste dirigent. De afgelopen jaren waren zijn semi-concertante uitvoeringen van Mozart-opera's in het Amsterdamse Concertgebouw telkenmale hoogtepunten van het Holland Festival.

De tv-uitzending door de NPS van dit Gardiner-concert komt lang na de teloorgang, halverwege de jaren '70, van het op tv uitgezonden Grand Gala du Disque Classique. Daarna werden de Edisons, sinds 1960 uitgereikt voor de beste klassieke plaatprodukties in een aantal categorieën, bekend gemaakt op persconferenties, waarbij meestal slechts een enkele musicus ook zelf persoonlijk aanwezig was - de meeste laureaten hebben het daarvoor elders ter wereld te druk. Vanaf 1986 zond de NOS een film uit met interviewtjes - maar de muziek zelf raakte daarbij wat op de achtergrond.

Het muzikale niveau van dit unieke concert, waaraan naast de twee orkesten het koor ook nog vier vocale solisten meewerkten (Alexandra Coku, Bernarda Fink, William Kendall en Peter Lika) was niet altijd constant, maar wisselde minder dan het repertoire (van Rameau tot Poulenc) dat nog een beperkt beeld geeft van de vrijwel complete muziekhistorie, die Gardiner probeert te beheersen.

Van Rameau klinken koren uit de opera Hyppolite et Aricie, van Händel een feestelijk tetterende uitvoering van de Engelse koninklijke kroningsmuziek Zadok the Priest. Van Poulenc hoort men een meestal erg fraai gezongen bevrijdingscantate Figure humaine en de Vierde symfonie van Schumann kreeg vooral een krachtige en roerige vertolking.

Wat te denken van Gardiners keuze voor de afsluiting met het stralende Gloria uit de Missa solemnis van Beethoven? Sommigen hoorden er zijn eigen feestmuziek in, maar in het programmaboekje zegt de dirigent daarmee een sterk emotionele band te hebben omdat de opname werd beëindigd op de dag dat in 1989 de Berlijnse Muur viel.