Frustratie over vertraging Rwanda-tribunaal

Het VN-tribunaal voor Rwanda, dat enkele weken geleden van start had moeten gaan in de Tanzaniaanse stad Arusha, is nog steeds niet begonnen. Inefficiëntie bij de Verenigde Naties, geldgebrek, slechte faciliteiten voor de media en een tekort aan getuigen en bewijsmateriaal zijn enkele van de problemen waarmee het tribunaal kampt.

ARUSHA/KIGALI 11 OKT. Met een harde klap slaat de timmerman een spijker in de muur en bevestigt een nieuw stuk van de wand. Twee jaar na de oprichting van het VN-tribunaal voor Rwanda is de rechtszaal in het Noordtanzaniaanse Arusha nog niet afgebouwd. De processen tegen het groepje hoofdverdachten van de genocide begin 1994 in Rwanda moeten nog op gang komen. Verhalen over de inefficiëntie van de Verenigde Naties bij het tribunaal zijn legio en de frustraties onder medewerkers is groot. “Er bestaat onvoldoende expertise binnen de VN om een rechtbank op te zetten”, vat een rechter van het tribunaal de kritiek samen. Daartegenover staan een grote gedrevenheid en dynamiek van de rechters en menige aanklager en onderzoeker. Zij zijn vastbesloten het tribunaal tot een succes te maken, de logge VN-bureaucratie ten spijt.

De slaperige sfeer die hangt in Arusha verhult dat in dit stadje de komende drie jaar een voor de toekomst van Afrika cruciaal tribunaal zal plaatshebben. “Dit Rwanda-tribunaal moet ons Afrikanen tonen dat bloedbaden nooit meer ongestraft zullen blijven”, zegt de Zuidafrikaanse Navanethem Pillay, één van de zes rechters van het tribunaal. “Het doorbreken van de cyclus van straffeloosheid”, is de zinsnede die terugkeert in ieder gesprek met medewerkers van het tribunaal.

Om dit doel te verwezenlijken is publiciteit essentieel: alle Rwandezen, maar ook de bewoners van Burundi en Oost-Zaïre, waar momenteel ongestraft gelijksoortige etnische moordpartijen plaatshebben als destijds in Rwanda, dienen op de hoogte te worden gebracht van wat er op het tribunaal gebeurt. Aanvankelijk bestonden er daarom plannen om de Rwandese bevolking in staat te stellen de processen in Arusha te volgen op een groot scherm in het stadion van Kigali. Die grandioze plannen steken schril af bij de werkelijkheid: in en rond Rwanda blijkt de bevolking geheel in het ongewisse over de werkzaamheden van het tribunaal. De directeur van de nationale radio van Rwanda zegt dat hij niet over geld beschikt om een journalist naar Arusha te sturen. De faciliteiten voor de media in Tanzania blijken zo belabberd dat ook Reuter, het grootste persagentschap ter wereld, heeft besloten geen verslaggever te zenden. “Het tribunaal zal nog niet een fractie van de aandacht voor de rechtszaak tegen O.J. Simpson krijgen”, concludeert een VN-medewerker.

Met jaloezie kijken VN-medewerkers in Arusha en in de Rwandese hoofdstad Kigali naar het tribunaal voor Joegoslavië in Den Haag. “Ik wacht nog steeds op wapens en agenten om de veiligheid van de verdachten en getuigen te kunnen verzekeren”, verzucht Larry Johnson, die hoofd is van de veiligheidsdienst in Arusha. “In Den Haag beschikken we over drie keer zoveel agenten voor de beveiliging.” Een politie-onderzoeker van het VN-tribunaal in Kigali laat gelijksoortige geluiden horen: “Ja, soms raak je gefrustreerd als je ziet hoeveel geld het Joegoslavië-tribunaal ontvangt en hoeveel aandacht er is van de media. Als ze in Joegoslavië een massagraf openen, is de hele wereldpers daarbij aanwezig. Hier in Rwanda staan wij op zo'n moment zielloos alleen bij de lijken.”

Het VN-tribunaal werkt geheel gescheiden van het justitiële apparaat in Rwanda, dat 80.000 'kleinere' moordenaars gaat berechten. In Arusha komen vermoedelijk slechts 40 hoofdverdachten voor. Zij worden gezien als de breinen achter de genocide, die aan een geschatte 800.000 mensen het leven kostte. Succes of mislukking van het VN-tribunaal hangt in belangrijke mate af van de 50 buitenlandse onderzoekers, werkzaam in Rwanda. Zij moeten waterdichte bewijzen aandragen voor de betrokkenheid van de verdachten bij de genocide. “Voor degelijk onderzoek heb je tijd, flexibiliteit en professionele mensen nodig”, vertelt een onderzoeker in Kigali, “en dat is nu juist wat vaak ontbreekt bij de VN.” Om de bureaucratie te omzeilen leverde Nederland enkele politie-onderzoekers die hun financiën rechtstreeks uit Den Haag ontvangen en daarom deels buiten het logge VN-apparaat kunnen opereren.

“Wij moeten bewijzen leveren dat het niet ging om een gewone moord maar om deelname aan genocide, niet om een burgeroorlog maar om een massamoord”, legt een onderzoeker uit. “Als je een massagraf openlegt met honderd lijken, waarvan 80 procent mannen zijn, wordt het moeilijk. Een advocaat kan dan aanvoeren dat het allen soldaten waren. Als het 80 procent vrouwen en kinderen zijn, wordt het al gemakkelijker.”

Het vinden van getuigen die naar Arusha willen afreizen, kan eveneens problemen opleveren. Bronnen in Arusha vertellen over ten minste 20 moorden in de afgelopen maanden op ooggetuigen in Rwanda die zich bereid hadden getoond voor het tribunaal te verschijnen. Volgens dezelfde bronnen bij het tribunaal zouden ook onderzoekers vrezen voor hun veiligheid, nadat in Rwanda een onderzoeker uit Scandinavië door onbekenden was afgeranseld. Tijdens de processen blijven de getuigen onzichtbaar en hun stemmen zullen vervormd in de rechtszaal te horen zijn. “Het probleem blijft natuurlijk hoe we hunveiligheid kunnen garanderen als ze eenmaal weer zijn teruggekeerd in Rwanda”, beaamt Larry Johnson van de veiligheidsdienst.

Rechters van het tribunaal bevonden bewijzen die de onderzoekers aanvoerden tegen één verdachte onvoldoende en de zaak werd geseponeerd. “Oh, ik zie zeker mogelijkheden voor de advocaten om de zaken voor hun cliënten te winnen”, zegt een gerechtelijk expert in Arusha. “Wees niet verbaasd als er straks een massamoordenaar wordt vrijgesproken, het is altijd moeilijk om de schuld van een individu aan te tonen bij een moordpartij begaan door een massa.”

Vier verdachten zitten in speciale cellen in Arusha opgesloten, 21 zijn aangeklaagd, maar moeten nog worden uitgeleverd door verscheidene landen. Zaïre reageerde niet op verzoeken van het tribunaal om vijf verdachten uit te leveren en deze zullen daarom mogelijk vrijuit gaan. “De gevangenen in Arusha verkeren in ideale omstandigheden”, vertelt Timothy McFadden, die voor hen zorgt. “Ze zijn in betere stemming dan toen ze in Arusha arriveerden.” Hun cellen zijn 3x5 meter, ze mogen bezoek ontvangen en gezamenlijk sporten en nemen iedere dag een warme douche. Als ontbijt krijgen ze croissants. Daar zijn ze ontevreden over en ze hebben om Afrikaans voedsel gevraagd.”

De internationale standaard van hun gevangenis staat in sterk contrast met het lot van de 800.000 verdachten in de overvolle Rwandese gevangenissen. Zij rotten weg in hun cellen en krijgen mogelijk de doodstraf opgelegd door Rwandese rechtbanken. De maximale straf in Arusha is daarentegen levenslang. “Het is heel goed mogelijk dat de hoofdverdachten in Arusha straks levenslangkrijgen in een comfortabele cel en de minder grote moordenaars in Rwanda de doodstraf”, zegt rechter Pillay. Deze paradox wordt het best geïllustreerd door het geval van Theoneste Bagosera, die wordt gezien als het brein achter de genocide. Bagosera zit in Kameroen gevangen. Onlangs smeekte hij vertegenwoordigers van het tribunaal hem zo snel mogelijk te komen arresteren. Hij vreest anders te worden uitgeleverd aan Rwanda.

De processen tegen de eerste drie verdachten werden vorige maand verdaagd. Zowel de aanklagers als de advocaten waren nog niet klaar met hun voorbereidingen. Georges Rutaganda, destijds vice-president van de Hutu-militie Interahamwe, die de meeste moorden pleegde, heeft kanker en zal mogelijk overlijden nog vóór zijn zaak in maart wordt behandeld. Eind deze maand zal de rechtszaak beginnen tegen de ex-burgemeester van het gehucht Taba, Jean-Paul Akayesu. Hij zou verantwoordelijk zijn voor de moord op 2000 Tutsi's. Alle verdachten in Arusha hebben 'onschuldig' gepleit.