Frankrijk zet Europa weer op het spel

Frankrijk, zoals we dat kennen, huilt. Het voelt zich bedrogen. Het lijkt of alles Frankrijk een beetje te veel wordt. Een schuldige is dringend geboden, stelt Marc Chavannes.

De mannen en vrouwen van Frankrijks defensie-industrie trokken zaterdag knallend en ratelend over de vaste demonstratie-boulevards van Parijs. Armoede en wanhoop stonden in hun gezichten gegraveerd: zij weten dat zij niet met honderdduizenden tanks, kanonnen en duikboten kunnen blijven maken voor een oorlog die er niet is. Maar zij willen wel werken.

Cherbourg, Brest, half Zuidwest-Frankrijk staat op het punt duizenden banen te zien verdwijnen. Bij Moulinex, de lichtvoetige deux-chevaux onder de keukenapparaten, moeten duizenden heringetreden vrouwen weer uittreden. Bij Crédit Lyonnais, na de miljarden-ramp, de brand en de malversaties, moeten 5.000 mensen weg op het hoofdkantoor en achter de loketten. Elke streek heeft een bedrijf, een postkantoor, een bakker die dicht gaat. Ieder jaar gaan 100 bistro's dicht.

Frankrijk zoals we dat kennen huilt. Omdat het niet anders kan, èn omdat het zich bedrogen voelt. Jacques Chirac reisde voorjaar 1995 door het land als rattenvanger van Hamelen en beloofde begrip waar Parijs onverschillig leek, geld waar investeringen ontbraken en balsem voor de kloof tussen arm en rijk. Hij zou de Fransen hun zelfrespect teruggeven.

De arme zielen, zij hebben hem geloofd. Waar Mitterrand begin jaren '80 twee jaar over deed, daar had Chirac een zomer voor nodig. Toen was het uit met de pret en ging het slot op de kas. Europa riep en Frankrijk zou in 1999 van de partij zijn, in de voorhoede, op de plaats die het land toekwam, naast Duitsland. Het begrotingstekort moest worden gehalveerd, de tekorten op de sociale zekerheid in twee jaar weggewerkt.

De nationale trots was die zomer gestreeld met de aankondiging van de laatste kernproeven - de hele wereld is tegen ons, maar straks verdedigen wij Europa. In de herfst, nu een jaar geleden zonk Frankrijk terug in zijn binnenlandse somberheid. De uitbarsting kwam in november en december. De eerste liefde van velen die niet rechts waren voor een sociale president van rechts was voorbij. De spoorwegen, met hun miljardenverliezen en hun riante pensioenregeling, leidden de muiterij. Frankrijk versloeg Frankrijk.

De regering-Juppé overleefde de ramp. Met meer concessies dan winstpunten, en een geweldig verlies aan gezag ploegden zijn ministers het voorjaar door. Per decreet werden de wijzigingen in het stelsel van ziekte- en werkloosheidsverzekering doorgevoerd. Het volk was moe en arm gestaakt. Het gromde alleen als de maatregelen een deelbelang direct raakte: dokters, ambulance-rijders, rijksambtenaren.

Daarbovenop kregen vele tienduizenden in krijgsmacht en defensie-industrie te horen dat Frankrijk voortaan een uitzendbureau voor vredesmissies zou zijn. Einde dienstplicht, einde massaleger, einde miljarden-export van wapens, einde raket-basis gericht op Moermansk. In tientallen kazernesteden zagen de kruidenier, de krantenman en de slager de stilte al op zich af komen.

Deze week trekt het verzet opnieuw naar Parijs. Iedereen in de publieke sector demonstreert om de beurt, met donderdag als landelijk hoogtepunt. En Alain Juppé is nog steeds minister-president. De populariteit van zowel president als premier zijn zodanig gedaald, dat alle records van de Vijfde Republiek (sinds De Gaulle) zijn gebroken. Maar zij houden elkaar als een Siamese tweeling vast. De president, die een man van trouw en oude vriendschappen is, ziet Juppé als “iemand zoals ik, alleen beter”. Een oprechte wederzijdse bewondering bindt de twee, maar alleen de president is voor zeven jaar gekozen.

Alle mislukkingen van de afgelopen anderhalf jaar komen dan ook neer op het hoofd van Juppé, de briljante, de moedige, de koude, ook al zijn die teleurstellingen voor een groot deel terug te voeren op het verkiezings-programma van Chirac dat alles en niets tegelijk beloofde. Met het 'wetsontwerp tegen de sociale tweedeling', dat er na lang touwtrekken eindelijk ligt, lost Chirac zijn belofte van werk en welvaart niet in. Door een belastingverlaging van 20 miljard francs te beloven, geeft Juppé de 120 miljard niet terug waarmee hij de BTW en andere belastingen verhoogde.

Het klimaat wordt extra bezwadderd door de farce die Chirac, Juppé en de hunnen maken van de rechtsstaat. Met hun briljante verstand, hun prachtige opleiding en hun eminente staat van dienst zien deze nationaal-liberale technocraten niet dat zij hun geloofwaardigheid zwaar ondermijnen door zichzelf en hun vrienden in het grote bedrijfsleven allerlei voordelen te bezorgen èn te proberen de justitie te muilkorven. Een deel van de pers is brutaler dan vroeger. Hondervijftig, meest jonge rechters tekenden vorige week protest aan tegen de wetswijzigingen die klaarliggen.

Het zijn gênante affaires voor een serieuze elite, maar dat verklaart niet het hele malheur waar Frankrijk aan lijdt. De verstandige keuze van Chirac, vorig jaar oktober, om Duitsland en Europa te omarmen brengt veel meer achterstand aan het licht dan waar het land op was voorbereid. Het reduceren van het begrotingstekort dwingt de overheid alle bureaucratie en gezellige onzinstructuren aan te pakken, veel later dan in de meeste Europese landen. De Europese richtlijnen schudden France Télécom, de spoorwegen, Air France, zelfs het rijke (kernenergie) elektriciteitsbedrijf EDF door elkaar. Boeren en vissers staan voortdurend op straat.

Als bewijs van de onvermijdelijkheid van al deze pijnlijke processen in de min of meer gesubsidieerde sector: zelfs de private bedrijven in Frankrijk halen betrekkelijk dramatische resultaten. Het rendement van reuzen als Total, Elf-Aquitaine, Danone, Renault, Peugeot, Rhône-Poulenc, UAP (verzekeringen), Bouygues (aannemerij, telecommunicatie en media) en Alcatel (TGV's, telecommunicatie, media) is het laatste jaar tegengevallen, respectievelijk gekelderd.

Veel van deze bedrijven - beslist niet allemaal - zijn in justitiële problemen geraakt, maar alle hebben zij moeite zich aan de razendsnelle ontwikkelingen op de wereldmarkt aan te passen. In de financiële- en transportsector zit de overheid de leiding wanhopig in de weg; bij alle betrokken bedrijven zijn veel werknemers nog niet gewend aan het feit dat Frankrijk omgeven is door de rest van de wereld. De vereiste flexibiliteit en de internationale gezindheid kosten ontzettend veel moeite.

Het 'Franse model', een sterk centraal gestuurde financiële en economische inspanning, is bezig door de feiten achterhaald te worden. De hoge-snelheidstrein, een trots bewijs van deze technologisch hoogontwikkelde traditie, blijkt te duur voor de lijn Parijs-Straatsburg. De regering heeft moeten besluiten dat de Italiaanse 'pendolino' veel goedkoper en bijna net zo snel is. De minitel, het Franse telefonisch informatiesysteem voor de massa, is ingehaald door internet. De wet van de remmende voorsprong slaat onverbiddelijk toe.

Het lijkt of dit alles Frankrijk te veel wordt. Een schuldige is dringend geboden. De kiezers van het Zuidfranse Gardanne hadden er zondag een antwoord op: Europa. Alleen de communist en de extreem rechtse kandidaat kregen steun. Beiden zijn tegen het Europa van Maastricht met zijn open grenzen.

Maar ook de socialisten hakkelen. En Philippe Séguin, de neo-gaullistische voorzitter van de Assemblée Nationale en nog steeds gedoodverfd opvolger als Juppé deze week of volgende maand definitief uitglijdt, zegt het openlijk: laten we de convergentie-criteria van de economische en monetaire unie zacht toepassen en de franc eerst devalueren om de industrie weer wat adem te geven.

Zelfs oud-president Valéry Giscard d'Estaing, de belichaming van Frankrijks Europa-gezindheid, vindt de huidige omstandigheden te vernederend om de EMU volgens plan te aanvaarden. De anti-Europese en de slap-Europese verleiding loeren breed om de hoek. Het is kenmerkend dat het de Duitser Karl Lamers moet zijn die voor de Franse publieke opinie (Le Monde van zondag) een aantal favoriete drogredenen moet doorprikken.

Het succes van het Front National gaat allang niet meer om immigratie en xenofobie. Het is - mèt de communisten - in de ogen van vrij veel Fransen de enige, echte oppositie tegen een falende politieke top, tegen weglekkend werk, tegen Europa, tegen de wereld. Frankrijks deelname aan Europa is nog lang niet zeker gesteld. Of Chirac doorzet, of het roer nog eens omgooit, hangt mede af van deze en de komende hete herfstweken.