Finse markka glijdt soepel in EMS

AMSTERDAM, 14 OKT. De snelle Finse toetreding tot het Europese Monetaire Stelsel (EMS) dit weekeinde onderstreept niet alleen het momentum dat het Europese proces op weg naar de ene munt heeft gekregen, maar ook de offers die Finland heeft gebracht om bij de groep van monetaire koplopers in Europa te horen.

De Finse munt, waarvoor de autoriteiten lang een informele koppeling met de Duitse mark nastreefden, kwam begin jaren '90 onder druk toen de Finse economie in een diepe recessie terecht kwam. Net als in Zweden bezweek de Finse verzorgingsstaat onder zijn eigen gewicht, en in Finland kwam daar het instorten van de voornaamste exportmarkt Rusland nog bij. De markka viel tussen begin 1991 en eind 1992 met vijftig procent tegenover de Duitse mark en de gulden.

De sanering van de Finse overheidsfinanciën, die sindsdien ter hand werd genomen, heeft de Finse markka weer gestabiliseerd. Van een begrotingstekort van 8 procent in 1993, bereikt Finland waarschijnlijk dit jaar al een tekort van minder dan 3 procent. De staatsschuld liep in de laatste jaren behoorlijk op, van 17 procent van het bruto binnenlands produkt in 1990 tot iets boven de zestig procent nu, maar zal volgend jaar stabiliseren en wellicht iets dalen. De inflatie is de laagste in Europa, en de rentetarieven zijn op 0,40 procentpunt na gelijk aan die in Duitsland. Daarmee voldoet Finland aan vier van de vijf toetredingscriteria voor de muntunie. De vijfde, een stabiele wisselkoers voor tenminste twee jaar, werd op zaterdag beklonken met de toetreding tot het EMS, ruim twee jaar voordat de muntunie in 1999 van start gaat.

De markka kent de laatste twee jaar al een stabiel koersverloop, met fluctuaties die al niet veel hoger waren dan zo'n drie procent rond een wisselkoers van zo'n 3,06 markka per Duitse mark. Het monetair comité van de Europese Unie, die zaterdag in Brussel het Finse verzoek tot toetreding tot het EMS honoreerden, was er snel uit. De Finse markka krijgt ten opzichte van de Duitse mark een spilkoers van 3,04 markka per mark. In guldens is dat een spilkoers van 37,0636 gulden per 100 markka, een bovengrens van 43,0378 gulden en een ondergrens van 31,9187 gulden.

Die boven- en ondergrens representeren de maximale afwijking van vijftien procent naar onderen of boven die een munt in het EMS mag hebben van de spilkoers tegenover de andere deelnemende munten. Oorspronkelijk was die maximale afwijking in het EMS tweemaal 2,25 procent, maar die 'nauwe bandbreedte' moest in juli 1993 worden verbreed tot tweemaal 15 procent, na grootscheepse speculatie op de financiële markten, die de EMS-valuta's uit elkaar dreef. Tweemaal 15 procent is erg vrijblijvend - zelfs de Amerikaanse dollar zou de afgelopen jaren met groot gemak lid van het EMS kunnen zijn geweest.

Veel minder vrijblijvend is de spilkoers zelf. Er is nog geen besluit genomen over de koersen waartegen de Europese munten straks in de euro opgaan: de marktkoers van het moment ergens in april 1998 waarop wordt besloten wie er mee gaan doen, of de marktkoers van 31 december 1998, of een lopend gemiddelde van koersen in de tussenliggende periode. Of gewoon de spilkoers zelf. De snelle actie van Finland op zaterdag zorgde voor strakke gezichten bij de Italiaanse leden van het monetair comité in Brussel. Als het er van komt dat de twee jaar wisselkoersstabiliteit als toetredingscriterium voor de EMU synoniem worden aan twee jaar verplicht lidmaatschap van het EMS, dan moet Italië haast maken om de lire nog voor het jaareinde in het wisselkoerssysteem te krijgen. Italië haalde de lire er in september 1992 uit, nadat de munt onverdedigbaar bleek tegen aanvallen op de valutamarkt. De discussie over de terugkeer van de lire zal niet zo soepel zal verlopen als in het geval van Finland. De lire fluctueerde de laatste twee jaar wild, na een diepe val tot 8,86 gulden per 10.000 lire begin 1995 en een al even spectaculair herstel in de loop van dit jaar.

Dat herstel is Frankrijk nog niet voldoende. President Jaques Chirac van Frankrijk liet twee weken geleden weten de huidige koers van de lire, nu in guldens 11,26 gulden per 10.000 lire, nog te laag te vinden om de Franse industrie op voet van gelijkheid met de Italiaanse te kunnen laten concurreren. Maar een lire die te hoog 'instapt' in het EMS loopt kans tussen nu en twee jaar opnieuw onder druk te komen. Dat lot zal de Finse markka vanaf vandaag niet meer hoeven treffen.