Extreem-rechts wint in Oostenrijk; Verkiezingen Europees parlement

WENEN, 14 OKT. Bij verkiezingen in Oostenrijk voor het Europees parlement is de extreem-rechtse partij Freiheitliche van Jörg Haider de grote winnaar geworden. Ook bij de gelijktijdige gemeenteraadsverkiezingen in Wenen ging de winst van extreems-rechts ten koste van de coalitiepartners in de regering.

“Een catastrofaal resultaat”, was de eerste reactie van een zwaar aangeslagen burgermeester Michael Häupl, toen hij met de uitslagen van de Weense gemeenteraadsverkiezingen werd geconfronteerd. De sociaal-democraten (SPÖ) zijn van 48 op 39 procent teruggevallen. Daarmee hebben ze ruimschoots de absulute meerderheid verloren, die ze sinds de eerste algemene verkiezingen in 1919 hadden. Het 'worst case scenario' van de SPÖ werd realiteit. De partij Freiheitliche (F) van Jörg Haider heeft 5,5 procent gewonnen en staat nu op 28 procent. De conservatieve ÖVP heeft 3 procent verloren en is naar 15 procent gezakt, de Groenen bleven op 8 procent, het Liberale Forum (LIF), dat voor het eerst aan de Weense verkiezingen deelnam, kwam ook op 8 procent.

Nog dramatischer zijn de verschuivingen bij de Europese verkiezingen, die eveneens gisteren werden gehouden. Net als in Wenen heeft de SPÖ bijna 9 procent verloren; de partij staat nu op 29 procent. De winst van de ÖVP is met iets meer dan 2 procent weliswaar bescheiden, maar ze werd met een paar tiende procent meer dan de SPÖ de grootste partij. Het is 30 jaar geleden dat de ÖVP als sterkste partij uit de bus kwam. De partij van Haider behaalde 28 procent, een winst van 6 procent.

Daarmee is duidelijk dat het tweepartijensysteem, het kenmerk van de Tweede Republiek, tot het verleden behoort. Het politieke landschap is wezenlijk veranderd. Naast de drie grote partijen blijven de twee kleine oppositiepartijen overeind, maar het lukt ze niet hun aanhang te vergroten. De Groenen bleven op 7 procent, de liberalen kwamen met veel moeite boven de kiesdrempel van 4 procent uit. De verdeling van de 21 zetels voor Oostenrijk in het Europese parlement is als volgt: ÖVP 7, SPÖ en F beide 6, en de Groenen en het LIF beide 1.

De verkiezingen zijn, zoals verwacht, uitgelopen op een confrontatie tussen SPÖ en F. De omvang van de winst van Haiders partij kwam echter als een verrassing. De eerste commentaren van de partijleiders bevestigen het nu al bijna traditionele beeld: Haider gaat in de aanval, de regeringspartijen reageren defensief. Gezien de omvang van zijn overwinning was Haiders optreden terughoudend te noemen. Hij beperkte zich tot zakelijke argumenten, verweet de regering de bezuiningingen op de sociaal zwaksten af te wentelen en niets tegen de stijgende werkloosheid te ondernemen.

Pag.5: Vranitzky gelaten onder aanval Haider

Ook op een derde verkiezingsfront was Haider gisteren in Oostenrijk uitermate succesvol. Door ongeregeldheden bij de telling van de stemmen voor de parlementsverkiezingen in december 1995 moesten de inwoners van twee plaatsen, Reutte in Tirol en Donnerskirchen in Burgenland, die verkiezingen overdoen. In beide plaatsen boekte de F grote winst. De consequentie daarvan is dat de ÖVP een zetel in het parlement aan de F verliest. Deze herhaalde verkiezingen hadden Haider de felbegeerde tweeënveertigste zetel moeten opleveren om voor 4,5 miljoen Schilling extra subsidie in aanmerking te komen. Hij schatte zijn kansen in Donnerskirchen hoger dan in Reutte en beloofde op een verkiezingsbijeenkomst een bijdrage van een miljoen Schilling (160.000 gulden) voor de dringend benodigde waterzuiveringsinstallatie in de gemeentekas van Donnerskirchen te storten - ongeacht de uitslag. De inwoners wisten zijn royale gebaar te waarderen. Door het overlopen van een LIF-parlementariër naar de F was de subsidie vorige week al veiliggesteld en komt Haider nu in totaal op 43 kamerzetels.

Bondskanselier Franz Vranitzky bleef gelaten onder de aanvallen van Haider maar had er ook weinig tegen in te brengen. Hij sprak in abstracte termen over nodige hervormingen en probeerde de winst van de F te bagatelliseren door erop te wijzen dat alle partijen stemmen hebben verloren. Vice-kanselier Wolfgang Schüssel pareerde de kritiek op de regering met concrete voorbeelden van Oostenrijkse bedrijven die dankzij de EU opdrachten kregen. Hij wees ook op de gestegen exporten van agrarische produkten. De verschillende reacties van Vranitzky en Schüssel typeren de politieke verhoudingen. De kanselier blijft stoïcijns herhalen geen aanleiding voor consequenties te zien. Daardoor wekt hij de indruk aard en omvang van de problemen te onderschatten, hoewel juist zijn aanhang massaal naar de F overloopt. Schüssels achterban profiteert van de aansluiting bij de EU en de vice-kanselier weet de behaalde successen goed te benadrukken.

Volgens het onderzoeksinstituut Plasser & Ulram bevestigen de uitkomsten die van de parlementsverkiezingen in 1995. Bij arbeiders in de leeftijdscategorie van 30 tot 44 jaar scoort de F het hoogst: 35 procent. Onder de Oostenrijkse mannen is de F veruit de populairste partij (32 procent stemde op de F). Bij de vrouwen liggen SPÖ en ÖVP met 31 procent op een gedeelde eerste plaats. De grote nadruk op het protest-gedrag van de kiezers mogelijke affiniteit met het rechtsextreme gedachtengoed buiten beschouwing. In de provincies Karinthië, Salzburg en Tirol, waar het nationaal-socialisme een grote aanhang had, is de F voor het eerst de grootste partij geworden. “Het heeft gisteren niet veel gescheeld of de F was de grootste partij van Oostenrijk geworden”, aldus Fritz Plasser. “Waar zoiets mogelijk is, is alles mogelijk.”