Een vluchtig toeristisch produkt

Het zit Asklepion niet mee. Bijna tien jaar nadat professor Albeda in zijn nota 'Het Nieuwe Rotterdam' voor het eerst een medische attractie in Rotterdam voorstelde, liggen er concrete plannen. En juist dan berichten de media week in week uit over de glijvlucht richting ondergang van een ander gesubsidieerd educatief themapark: het Archeon in Alphen aan de Rijn.

Drie jaar geleden werden de eerste plannen voor Asklepion gepresenteerd. De 'Reuzin van Rotterdam', een enorm betonnen lichaam in een glazen kooi, zou naast de Euromast komen te staan. Binnenin konden bezoekers kennis maken met het menselijk lichaam door middel van 'doe-dingen', videograpjes en computerspelletjes. Stichting Asklepion kreeg van een weifelende gemeenteraad het groene licht om het project uit te werken. Daarna werd het stil.

Onlangs presenteerde Asklepion de bijgestelde plannen. Inmiddels is het project omgedoopt tot 'Magic of Life'. De attractie wordt nu aan de voet van de Erasmusbrug gehuisvest, in het Eneco-gebouw. Dat herbergt nu een hotel en het Imax-theater, een 'superbios' met een doek van 17 bij 23 meter. In een leegstaande kantoorvleugel wordt de reuzenvrouw ingebouwd. Van de gemeente Rotterdam wordt een bijdrage van twaalf miljoen verwacht, andere subsidiënten dragen 24 tot 26 miljoen gulden bij.

De gemeenteraad reageert zuinig, ondanks de bezwering van wethouder Kombrink dat Rotterdam hard toe is aan “drie of vier nieuwe dagattracties”. In de nabije omgeving ontbreekt voldoende parkeerplaats, bovendien is de Leuvehaven bedoeld voor maritieme en niet voor medische attracties, meent D66. Die partij voorziet “een reusachtig fiasco”.

Corry Wolfs van stichting Asklepion houdt de moed erin. “We krijgen het imago van een slepende affaire, dat is vervelend”, zegt ze. “Maar D66 keert zich als enige ronduit tegen het project. Als de andere partijen eind deze maand voor stemmen, gaan we gewoon door.” Dan is het hooguit jammer dat de religieuze vervoering ontbreekt, die de Rotterdamse raad in het verleden vaak plachtte te bevangen bij grandioze nieuwe projecten.

Anderzijds is de scepsis van de raad misschien een teken dat Rotterdam volwassen wordt. De stad heeft een verleden van enthousiaste en overhaaste initiatieven, die al snel na de opening in verval raakten. De Euromast, het betonnen wonder van de wederopbouw, werd dan wel in enkele maanden uit de grond gestampt, de exploitatie bleek een kwestie van kwakkelen. De Kubuswoningen, in de jaren tachtig de nieuwste attractie, worden nu door betonrot aangevreten. Dagattracties als het tropisch zwemparadijs Tropicana of het Imax-theater raakten in problemen toen het nieuwe eraf was. Ook Asklepion loopt het risico dat bezoekers het na één keer wel gezien hebben. In de exploitatie is daarom opgenomen dat alles om vijf jaar wordt vervangen en dat er vier maal per jaar iets nieuws te zien is.

Maar als het Rotterdam ernst is met de bewering dat het toerisme een trekker van de toekomstige economische ontwikkeling wordt, moet de stad het hebben van grote evenementen en dagattracties. Autochtonen mogen trots zijn op de moderne architectuur en de sky-line, buitenstaanders rijden nog steeds met een grote boog om de stad heen. Hoe vluchtig dagattracties ook zijn, als Rotterdam niet zo nu en dan een nieuw wereldwonder opent, is het 'toeristisch produkt Rotterdam' aan niemand besteed. Behalve aan drugstoeristen.