Een modeshow zonder valpartijen

In Boekelo werd de afgelopen vier dagen voor de zesentwintigste keer de gelijknamige military gehouden. Meer dan zestigduizend toeschouwers beleefden zaterdag bij het onderdeel cross-country in Twente “een perfecte dag”.

BOEKELO, 14 OKT. “Zestig goed op negen”, spreekt de speaker staccato door de luidsprekers. “Zestig goed op tien”, klinkt het even later. Het is hippische geheimtaal die zich in de bossen bij Boekelo gemakkelijk laat duiden. De combinatie met startnummer zestig, Tin Tommy gereden door de Fransman Jean Teulere, heeft beide hindernissen met succes genomen. “Zevenenzestig foutloos thuis.” Voor deze deelnemer heeft het parcours geen problemen opgeleverd. “Zesentachtig heeft zich teruggetrokken.” Dat spreekt voor zich.

Vorig jaar hadden de ruiters de military van Boekelo uitgeroepen tot de beste ter wereld. Bij het 25-jarig jubileum kon de organisatie zich geen mooier cadeau wensen. Die eretitel werd tijdens de zesentwintigste editie met verve verdedigd. Zaterdag, bij de uithoudingsproef met als smaakmaker de 6.175 meter lange cross-country, zagen zestigduizend toeschouwers nauwelijks valpartijen. Voor zover er tijdens dit onderdeel van de military verwondingen bij de paarden waren, sprak hoofdveterinair P. den Hartog na afloop, beperkte zich dat tot schaafwonden. “Voor het paard is het een zeer vriendelijke cross geweest”, zei wedstrijdleider J. Greve. Hij schreef dat onder meer toe aan “de verstandige ruiters”, die in hun eerzucht mankementen aan hun dieren niet meer verhullen en aan de geschikte bodem; niet te zacht, niet te hard. “Het liep aan alle kanten perfect”, aldus Greve. Desondanks raakten voor de start van de cross-country twee paarden kreupel.

Vaak kwamen paardenhoeven en -knieën in aanraking met de hindernissen, waarvan er zesentwintig genomen moesten worden. In het publiek ging dat nogal eens gepaard met een verschrikt “ohhh” of “oehhh”. Maar dank zij de grote hoeveelheden vaseline die op de benen van de paarden waren gesmeerd, verliepen de sprongen minder pijnlijk dan het geluid van paarden die balken raken deed vermoeden. Tenminste, zo verzekert oud-dierenarts Den Hartog. “Ze glijden er dan overheen.”

Als het bij hindernis 22 bij een weigering bijna misgaat met een Australische combinatie, kiest een toeschouwer partij voor het dier. “Ik vind het zielig voor zo'n paard. Dat die vent nou z'n nek breekt...”. Hier spreekt niet de liefhebber van de ruitersport, maar een bezoeker die de military als een aangename middag uit beschouwt. Want het jaarlijkse evenement is behalve een sportief hoogtepunt een sociale gebeurtenis van de eerste orde. “Hallo, hoe is het met jou?”, is langs de kant de meest gehoorde zin. Vele duizenden kuieren van hindernis naar hindernis. Vooral de watercombinatie, een van de zwaarste hindernissen, trekt veel publiek. Een enkele toeschouwer is in het bezit van een cd, waardoor hij aan het eind van de middag de gedeeltelijke zonsverduistering bekijkt.

Tussen de doorkomst van twee combinaties bekijkt een vrouw de stroom toeschouwers die over het bospad voorbijtrekt. Ze tracteert haar echtgenoot op een zuurtje en spreekt haar verwondering uit over de kleding van passanten. “Het is hier net een modeshow.” Voor sommige vrouwen willen Boekelo de allure van Ascot geven. Hun hoeden, variërend van smaakvol tot protserig, mogen niet over het hoofd worden gezien. Op kledinggebied zijn vanzelfsprekend groen en bruin de overheersende kleuren, de ruit is een geliefkoosd motief.

Hoewel de Fransman Frédéric de Romblay met Rosendael de Grote Prijs van Enschede won - een bronzen paard en 12.500 gulden - ging olympisch kampioen Blyth Tait met Aspyring drie dagen lang aan de leiding. Dat was niet slecht voor een paard dat wat onzeker was geworden na een val in het voorjaar. In Boekelo wilde de ruiter zijn paard opnieuw vertrouwen geven. “Ik was vandaag langzamer dan ik gewild had, maar ach, het paard is nog gezond”, zei hij zaterdag na afloop van de cross-country, zijn vierde na de Olympische Spelen.

Tait houdt van Boekelo. Vooral als hij er wint, voegt hij er aan toe. Maar na de dressuur en de uithoudingsproef moest hij gisteren bij het onderdeel springen zijn leiderspositie uit handen geven. Hij eindigde op de vierde plaats, nog altijd goed voor een Delfts blauw bord en zesduizend gulden. Tait mag zich nog steeds 's werelds beste militaryruiter noemen. De kleine Nieuw-Zeelander won goud in Atlanta op het individuele onderdeel military en brons met zijn ploeg. Brons veroverde Tait ook in 1992 op de Olympische Spelen in Barcelona en in 1994 was hij op het parcours in Boekelo de beste met Aspyring.

Als Blyth Tait zich zaterdagmiddag na afloop van de persconferentie tussen honderden bezoekers een weg baant naar de toiletten, blijkt hoe betrekkelijk de roem van een internationale militaryruiter is. De mensen waar hij zich langs slalomt, wachten geduldig op poffertjes, suikerspinnen en popcorn en vergapen zich aan uitgestalde zadels, grasmaaiers en tractoren. Niemand herkent de olympische kampioen.