Echt partij kiezen: Heerlijk, helder, GPV

Stropdassen worden nog even recht getrokken. Een hand gaat snel door het lange haar. Een beetje zenuwachtig zijn ze wel, de studenten die bij de opleiding Technische Bedrijfskunde en Logistiek van de Hogeschool van Amsterdam een kopstudie marketing gevolgd hebben. Ze staan voor de presentatie van hun eerste echte promotiecampagne.

Goed, het gaat slechts om een studieopdracht, maar voor de rest is alles echt: er is een produkt, waarvan ze de sterke en zwakke punten hebben geanalyseerd, ze hebben gekeken waar op de markt de kansen en bedreigingen liggen, ze hebben binnen een zeker budget een campagne ontwikkeld en, last but not least, ze moeten heuse klanten tevreden stellen. Het hadden luier- of pindakaasfabrikanten kunnen zijn, maar in dit geval zijn het zeven politieke partijen.

Het idee is afkomstig van marketingdocent Willem Landman. Het leek hem een aansprekende opdracht om een aantal politieke campagnes te ontwikkelen. “Verder dacht ik dat het geen kwaad kon om de studenten meer politiek benul bij te brengen”, aldus Landman. “Tuurlijk stemmen we, want anders gaat je stem verloren”, reageren de studenten. “Maar”, zegt een jongen die een campagne voor het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) moest ontwikkelen, “ik had nog nooit van Schutte gehoord.” Het kan verkeren, want drie maanden later heerst er enthousiasme bij de groep die de GPV-campagne heeft gemaakt. Of hij er nu ook op gaat stemmen, is ten overstaan van een groot publiek voor de jongen die de campagne presenteert net iets te veel een gewetensvraag. Hij toont zich wel opgetogen over het 'core product' van de partij: heldere standpunten. Vandaar, ter overweging, de conceptslogan: Heerlijk, helder, GPV.

De aanwezige vertegenwoordigers van het GPV kunnen er wel om lachen. Ze zijn dan ook tevreden met het werk dat de studenten hebben verricht. Ze overwegen bijvoorbeeld serieus om een folder die voor studenten in de grote steden ontwikkeld is daadwerkelijk te gaan gebruiken.

Het GPV was een van de eerste partijen die - bij monde van fractievoorzitter Schutte - 'ja' zeiden, toen Landman met zijn idee aanklopte bij de vier grote partijen, en bij GPV, GroenLinks en SP. Met name het overhalen van de grote partijen kostte enige overredingskracht. Landman wees in een uitgebreide briefwisseling politici als PvdA-fractievoorzitter Jacques Wallage er op dat zij 'als een godsgeschenk ruim honderd studenten in de schoot geworpen kregen'. Jongeren van wie het stemgedrag de politici zorgen heet te baren. Dit was dus 'een gouden kans' om hun enig politiek besef bij te brengen. Bovendien, zo hield Landman de politici voor, zou medewerking de partijen ook direct voordeel opleveren: ze zouden drie tot vier kant-en-klare promotiecampagnes krijgen. Akkoord, maar het ging er alleen nog even om welke politieke kopstukken de studenten zouden 'briefen'. Wallage zei dat partijvoorzitter Felix Rottenberg het maar moest doen, die op zijn beurt zei dat het iets voor Jacques was. Vervolgens trad in politiek Den Haag een sneeuwbaleffect op: als Jacques het niet deed, dan zou Frits het ook niet doen en dan zou Enneüs het ook niet doen.

Uiteindelijk was Wolffensperger de enige fractievoorzitter van de grote vier die de studenten in zijn fractiekamer ontving. De PvdA vaardigde oud-campagneleider Dick Benschop af, de VVD Kamerlid en onderwijsspecialist De Vries en het CDA Kamerlid en onderwijsspecialist Van de Camp. De fractievoorzitters Rosenmöller, Schutte en Marijnissen gaven wel acte de présence toen de studenten zich in groepen verdeeld lieten bijpraten over wat de verschillende politieke partijen van hen verwachtten en waar ze op moesten letten.

De studenten kwamen met verschillende indrukken terug. De PvdA-groep: “Mijnheer Benschop volstond met een college 'politieke campagne voeren' en de uitreiking van zijn eigen boek.” De GPV-groep: “Mijnheer Schutte gaf ons ook nog een rondleiding door het gebouw van de Tweede Kamer.” De D66-groep: “Mijnheer Wolffensperger was heel ongedwongen; hij liet zich nog fotograferen met een pet van de Hogeschool. Alleen was het lastig dat hij veel open liet: zo moesten we zelf een nieuwe lijsttrekker kiezen.” De CDA-groep: “Wij vonden van tevoren het CDA saai, maar mijnheer Van de Camp zei dat juist wij saai waren, omdat we klakkeloos bestaande vooroordelen overnamen.”

Van de Camps prikkeling heeft succes gehad, want de studenten weten tijdens hun presentatie Van de Camp blij te verrassen met hun stelling dat er voor het CDA onvermoede kansen als milieupartij liggen. Er is volgens de studenten immers sprake van een goed, actief milieubeleid, alleen is dat nog niet genoegzaam bekend.

Wat leveren de presentaties van de politieke campagnes nog meer op? De PvdA krijgt het advies om te trachten via de roddelbladen de grote groep niet-kiezers te bereiken en om duidelijk voor de zwakkeren in de samenleving te kiezen. Een verkiezingsleus hebben de studenten ook: Echt partij kiezen. D66 moet volgens de studenten niet alleen Wijers als de nieuwe lijsttrekker kiezen, maar ook eens denken aan de free publicity die de oprichting van een D66-voetbalteam kan opleveren. De VVD wordt gewezen op de communicatieve voordelen van de instelling van een telefoonpanel.

De meeste waardering is er voor de SP-campagne, die werd ontwikkeld door vier jongens die meestal VVD stemmen. In casual kledij - “Marijnissen had ook gewoon een trui aan” - presenteren ze een zelf ontwikkelde homepage op Internet, die de bekendheid van de SP onder studenten moet vergroten. Studenten kunnen er terecht voor service, reacties, SP-nieuws en informatie over bijvoorbeeld studiefinanciering. Een grafiek met een sterk neergaande paarse lijn moet studenten duidelijk maken dat het tijd is voor de verwezenlijking van de plannen van de SP: gratis onderwijs! Geheel volgens het motto van de campagne: Duidelijke taal die iedere boerenlul kan begrijpen.