Ziektekosten

Staatssecretaris Vermeend (Financiën) wil in de belastingwet vergaande concessies doen om de miljonairs in Nederland te houden. De Tweede Kamer verlangt evenwel dat de bewindsman de wet ook aanpast om de aftrekpost voor zieken en invaliden te verruimen. De inkomstenbelasting kent een aftrekpost voor kosten die rechtstreeks met ziekte te maken hebben.

Daarbij gaat het om dokterskosten of hulpmiddelen als een rolstoel. Verdere aftrekmogelijkheden kent de wet niet. Een kamermeerderheid vindt dat systeem te star.

De zaak is aan het rollen gebracht door een Utrechtenaar die aan een heel zeldzame ziekte lijdt. Op de meest onvoorspelbare momenten verliest de man plotsklaps zijn zinnen en slaat ongeremd om zich heen. Het gaat om een beer van een vent en tegen de tijd dat hij de controle over zichzelf hervindt, ligt zijn huisraad in puin.

Deze ziekte veroorzaakt naast het nodige leed ook aanzienlijke schade. Per jaar is de man zo'n 10.000 gulden kwijt aan het herstellen van kort en klein geslagen interieurs.

Dat bedrag wilde hij in zijn belastingaangifte als ziektekosten opvoeren. De belastinginspecteur is het daar niet mee eens. De wet biedt nu eenmaal geen aftrekmogelijkheid voor dit soort door ziekte veroorzaakte kosten.

Formeel heeft de fiscus daar gelijk in, dus procederen bij de belastingrechter biedt geen uitkomst. De man riep daarom de verzoekschriftencommissie van de Tweede Kamer te hulp, die op zijn beurt staatssecretaris Vermeend (Financiën) inschakelde. De bewindsman moest lang nadenken maar stelde zich vervolgens op het standpunt dat de wet hard maar duidelijk is.

Uiteindelijk moesten de Kamerleden - die sympathie hadden voor de man - buigen voor de wettekst die een limitatieve opsomming geeft van de aftrekmogelijkheden en daar past vervangende huisraad inderdaad niet in. Maar anderzijds vinden de parlementariërs wel dat de wet versoepeld moet worden. Extra uitgaven voor huisraad die een rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg zijn van een ziekte, zouden ook voor belastingaftrek in aanmerking moeten komen. Een dergelijke aftrek bestaat er al voor kleding en beddengoed.

De Kamer gaat nu met Vermeend praten om na te gaan of hij zo'n bepaling wil opstellen. Vermeend heeft evenwel al laten weten niets voor zo'n wetsuitbreiding te voelen. Hij vreest afbakeningsproblemen. Bovendien hangt de grootte van de aftrekpost nogal samen met de status en de leefwijze van de betrokkene en dat leidt tot lastige beoordelingen voor de belastinginspecteur.

De Kamer is niet geïmponeerd door dit verweer en vindt dat de staatssecretaris zijn sociale gezicht moet laten zien.

Vermeend kan daar tegenover stellen dat de parlementariërs dan niet meer moeten klagen over ingewikkelde en fraudegevoelige belastingwetten.