Uitgerekend

Vorige week zaterdag, vrijwel precies toen deze krant op de deurmat viel, overleed de vader van de moderne supercomputer, de legendarische Seymour Cray, 71 jaar oud, aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Cray was een hopeloze knutselaar, een 'nerd' avant la lettre. Iemand die als puber al bruine vingers had van het soldeervet en zijn intiemste momenten deelde met zachtgloeiende radiobuizen.

Zoals hij zelf zei, was hij meer een dingenmens dan een mensenmens, een trekje dat hij van zijn vader geërfd had. Maar tegelijkertijd was hij het levende bewijs dat zo iemand toch een uiterst avontuurlijk leven kan leiden. Cray was nooit te beroerd om een risico te nemen, en had het geluk van de avonturier.

Het begon al in de oorlog. Vers van de middelbare school bracht de dienstplicht hem kort na D-Day naar Europa, waar hij de slag om de Ardennen en de opmars door Duitsland tot aan de ontmoeting met de Russen meemaakte. Nog voordat het stof optrok, werd hij overgeplaatst naar de Filippijnen, om daar de dweiloperaties van het Filippijnse guerrillaleger in de jungle te ondersteunen. Geen touroperator had een compactere overzichtsreis van het grootste conflict in de geschiedenis kunnen samenstellen.

Terug in Amerika en afgestudeerd in de toegepaste wiskunde wist Cray even niet wat hij verder moest in het leven en liet zich door een docent naar een oude militaire zweefvliegtuigenfabriek in St. Paul, de hoofdstad van Minnesota sturen, waarin een wat duister bedrijf van de Amerikaanse marine gevestigd was: Engineering Research Associates (ERA). Het bleek een van de weinige plaatsen op de wereld waar aan heuse computers gewerkt werd, vooral voor ballistische berekeningen en, interessanter, voor cryptografische doeleinden. Het was pionieren, computers waren een vrijwel nieuw, nog onontgonnen terrein, een ideale omgeving voor de creatieve solistische knutselaar. ERA-baas William Norris zag wel wat in de jonge Cray, die dan ook snel een geheel eigen project kreeg: het ontwikkelen van de 1103 computer. Misschien had Cray nog wel bij ERA gezeten, als de marine het bedrijf niet verkocht had aan Remington Rand. Tot dan toe had bij ERA, als defensie-instelling, altijd het product vooropgestaan. Commerciële overwegingen als kosten en marktpotentieel speelden niet of nauwelijks een rol. Maar met de overname door Remington begon er een bedrijfsmatiger wind te waaien. Er moesten verkoopbare, betaalbare spullen ontwikkeld worden en dat betekende dat er voor gedreven knutselaars, uitvinders en onderzoekers die meer wilden, minder en minder plaats meer was.

Voor Cray was de maat vol in 1957, toen hij zijn project op de begroting van ERA terugzag onder post '999 Miscellaneous and Other'. Samen met Norris en een paar anderen begon hij een nieuw bedrijf, Control Data Corporation, waarvoor het startkapitaal voornamelijk met aandeeltjes van een dollar op de straathoeken bijeengevent werd. Cray, de technicus, ging aan het werk in een gehuurd hoekje van een opslagplaats voor krantenpapier in Minneapolis. Daar werkte hij 's nachts en alleen aan een revolutie in de computerwereld, slechts gestoord door het gekraak van de enorme opeengestapelde rollen papier en de vage angst daardoor geplet te worden als het blok hout dat ze op hun plaats hield zou wegglijden. Het resultaat was de Control Data 1604, 's werelds eerste computer die niet uit radiobuizen, maar uit de toen gloednieuwe transistors was opgebouwd. Afgekeurde transistors, omdat nieuwe nog te duur waren, en zoveel dat Cray halverwege problemen kreeg met de levering: hij had de wereldvoorraad aan tweede keus transistors uitgeput.

De machine en zijn opvolgers werden razend populair in militaire en wetenschappelijke rekencentra. Control Data groeide als kool en veranderde daarbij vanzelf steeds meer van een wetenschappelijke proeftuin, Cray's natuurlijke habitat, in een gewoon commercieel bedrijf. In 1962 trok Cray zich terug in een speciaal gebouwd lab in zijn geboorteplaats Chippewa Falls, om zich volledig op techniek en ontwerp te kunnen concentreren. Dat werkte een aantal jaren goed, maar onvermijdelijk kwam uiteindelijk, in 1972, het moment dat zijn oude maat Norris om commerciële redenen een van Cray's projecten stopzette. En Cray vertrok, om opnieuw opnieuw te beginnen: Cray Research Inc. was geboren.

Cray Research werd de geboorteplaats van de machines die Cray de ongekroonde koning van de supercomputer maakten: de Cray 1 en de Cray 2. De Cray 1 was alweer revolutionair, omdat hij gebruik maakte van geïntegreerde circuits, complete schakelingen van vele transistors samengebracht in één eenheid. Het waren de voorlopers van de chips van nu. De machine verpletterde alle snelheidsrecords, met een prestatieniveau van 160 miljoen bewerkingen per seconde - waar 4 miljoen tot dan toe als het hoogste goed gold. Het waren behalve razendslim ook fraai ontworpen installaties, omdat Cray terecht meende dat het oog meer wil dan saaie blokkendozen. De Cray 3 moest daarna opnieuw grenzen gaan verleggen, maar de geschiedenis herhaalde zich: Cray Research was een serieus bedrijf geworden en vond het financiële risico van Cray's plannen te groot. In 1989 begon hij, met hulp van Cray Research, Cray Computer, om voor de zoveelste keer de snelste computer ter wereld te bouwen. Dat lukte, maar het einde van de Koude Oorlog gooide roet in het eten. Militaire budgetten krompen. Daarnaast kwam er voor het eerst serieuze concurrentie, bijvoorbeeld van NEC, en ontdekte de computerwereld de goedkope kracht van netwerken van PC's. In maart 1995 ging Cray Computer failliet, zonder één machine verkocht te hebben.

Maar Cray werkte alweer vol goede moed aan een nieuw project, de Cray 4, een super-supercomputer die een oude droom zou verwezenlijken: het centrale brein ervan zou kleiner zijn dan een menselijk stel hersens. Hoogmoed? Wie zal het zeggen. In elk geval heeft de dood er een stokje voor gestoken. Nu rest slechts het beeld waarmee Cray deze week door ene Ilana Sterne op het Internet passend herdacht werd: 'Worms in his coffin are taking (in parallel)gigabites of Cray'.