Uit een andere wereld

ALS EEN SOORT rattenvangers van Hamelen trekken Hassan Amzir en Mustafa El Ouardiji elke ochtend om half negen langs de kleutergroepen van de Utrechtse Lukasschool. Aan het eind van hun rondgang hebben ze vijftien van de allerkleinste kleuters verzameld die meegaan naar het speellokaal. Op een enkel Turks kindje na zijn de kleuters allemaal van Marokkaanse afkomst. Geen van allen spraken ze een woord Nederlands toen ze op school kwamen, en dat bezorgt ze meteen al een flinke achterstand op hun Nederlandstalige leeftijdgenootjes.

In het speellokaal leren ze van de kleutermeesters Hassan en Mustafa, de twee Marokkaanse taalondersteuners die de school onlangs heeft aangesteld, spelend en rennend de eerste basisbegrippen van het Nederlands. “Leg de grote rode bal op de stoel”, zegt Hassan Amzir tegen de kleine Emine en ze voert de opdracht moeiteloos uit. Ook haar klasgenootje weet wat hij moet doen als hij de groene kegel achter Hisjam moet neerzetten. Kinderen die nog niet goed begrijpen dat ze nu achteruit over de witte lijn moeten lopen, of met z'n allen naar de overkant moeten rennen, worden eerst door Hassan en Mustafa in hun eigen taal toegesproken, daarna leren ze de woorden in het Nederlands. Zo breiden de kleuters spelenderwijs hun Nederlandse woordenschat uit.

Als ze hun gympschoentjes verwisseld hebben voor hun gewone schoenen - dat moeten ze zo veel mogelijk zelf doen vinden de kleutermeesters - worden ze weer terug naar hun juf gebracht. De kans dat ze Hassan en Mustafa daar weer tegenkomen is groot, want de twee taalondersteuners verdelen hun aandacht de rest van de dag over de vier kleutergroepen. Zo wordt niet alleen de doelstelling van 'meer handen in de klas' gerealiseerd, maar krijgen de kleintjes die nog nauwelijks een woord Nederlands spreken extra ondersteuning via hun eigen moedertaal.

Want dat is de kern van het taalbeleid op de Lukasschool: als je de 'thuistaal' van de kinderen niet meeontwikkelt, zal het met de taalvaardigheid in het Nederlands ook niet best lukken. Harry Blume, directeur van de Lukasschool, weet dat er over deze opvatting fel gedebatteerd wordt in onderwijskringen - sommige scholen zweren bij de 'onderdompelingsmethode' - maar hij gelooft vurig in deze aanpak: “De afgelopen jaren zijn we door vallen en opstaan wijzer geworden. Wij zijn ervan overtuigd dat het bieden van herkenbaarheid, binding en veiligheid door middel van de moedertaal een voorwaarde is om de achterstand in het Nederlands in te lopen.”

Blume was dan ook dolblij toen zich de mogelijkheid voordeed om voor de kleutergroepen extra assistentie aan te trekken van speciaal opgeleide onderwijskrachten die niet alleen het Arabisch, het Tamazight (Berbers) en het Nederlands machtig zijn, maar ook nog alles weten van de kleuterpedagogie en het vak Nederlands als tweede taal.

Hassan Amzir en Mustafa El Ouardiji behoren tot de eerste groep van vijftien Marokkaanse taalondersteuners die na een studie van twee jaar aan de Hogeschool van Utrecht vorige week hun getuigschrift uitgereikt kregen. Het Taal Ondersteuners Project (TOP) dat in september 1994 op de Hogeschool van start ging, is een gezamenlijk initiatief van de gemeente Utrecht en de plaatselijke schoolbesturen en wordt voor een belangrijk deel gefinanceerd door het ministerie van onderwijs. Omdat de groep van drieduizend Marokkaanse leerlingen in het Utrechtse basisonderwijs het grootste is, werden er allereerst Marokkaanse 'TOP-pers' opgeleid. In de toekomst zullen er, hoop ik, ook Turkse taalondersteuners komen, zei de Utrechtse onderwijswethouder, mevrouw Herweiler, tijdens de feestelijke uitreiking van de getuigschriften.

Gelukkig kon ze ter plekke nog een andere prettige mededeling doen: er was met enig kunst- en vliegwerk een mogelijkheid gevonden om de vijftien frisgeschoolde taalondersteuners ook daadwerkelijk aan een - tijdelijke - baan te helpen. Tot 1 juli 1997 kunnen ze via de Melkert 1-banenregeling aan het werk. Dat is voor zowel de Lukasschool als voor Mustafa El Ouardiji een uitkomst. Hassan Amzir was al aangesteld uit 'het potje van 100 miljoen' dat staatssecretaris Netelenbos heeft gereserveerd voor de klassenassistenten die het werk in de kleutergroepen moeten verlichten.

“Wij zijn een brug tussen de kinderen, de leerkracht en de ouders”, legt Hassan Amzir uit. “We kennen de cultureel-linguïstische achtergrond van de kinderen. Ik begrijp waarom ze zeggen 'we spelen in het plein' en waarom ze de woorden 'van' en 'voor' altijd door elkaar halen. Wij kunnen daar extra op letten en de leerkracht op lacunes in hun taalontwikkeling wijzen.” Sommige kinderen van Marokkaanse afkomst spreken hun moedertaal heel goed en kennen veel woorden, maar er zijn volgens Amzir ook veel kinderen met een erg arme woordenschat. “Ze spreken nog een soort babytaal. Je hoort dat de taal van hun ouders uit een andere wereld afkomstig is.”

Hassan Amzir zelf is pas in 1993 uit Marokko gekomen om met een Marokkaanse vrouw te trouwen die hier is opgegroeid. Hij spreekt intussen uitstekend Nederlands. In Marokko had hij na de lerarenopleiding vier jaar gewerkt als docent tekenen en handenarbeid in het voortgezet onderwijs. “Ik ben dus met deze opleiding in mijn eigen vak gebleven, maar van kleuters wist ik niets.” De tweejarige opleiding tot taalondersteuner aan de Hogeschool was zwaar, concludeert Amzir achteraf: “We hebben een soort mini-PABO gedaan. Alle lesstof over de onderbouw, pedagogisch-didactische vakken, Nederlands als tweede taal, diagnostiseren van de taalontwikkeling, maar er stonden ook onderwerpen als ouderparticipatie, drama en multicultureel onderwijs op het programma. Daarnaast moesten we stage lopen.”

In de klas bij juf Inge zit Amzir meestal aan de tafel bij de jongste kleuters die zoals dat heet 'niet aanspreekbaar' zijn. Althans in het Nederlands. Anders dan de juf heeft de taalondersteuner er geen enkele moeite mee om met ze te praten en er achter te komen wat ze begrijpen en wat niet. Ondertussen maakt hij ook even een veter vast of troost hij de kleine Mohammed die - zo pas op school - zo hard moet huilen dat de andere kinderen de handen op hun oren houden. De prentenboeken die juf Inge in de kring voorleest, neemt Hassan Amzir nog eens extra ter hand; hij leert de kleuters via hun eigen taal de Nederlandse woorden. Maar soms weet ook Hassan Amzir het even niet. Een van de kinderen van wie de juf dacht hij zijn 'thuistaal' sprak bleek helemaal geen enkele taal te spreken. Zelfs de drietalige Amzir kon er geen touw aan vastknopen. “Hij maakt wel geluiden maar wat hij zegt, ik weet het niet. Ik geef hem veel aandacht en zal hierover met zijn ouders gaan praten.” Waarmee maar is aangetoond, zegt Hassan Amzir, dat de taalondersteuner ook een sociale functie heeft. “Daarom ben ik ook vaak in de poppenhoek te vinden. Daar laten de kinderen de situatie zien zoals die bij hen thuis is.”