Stom, sloom, leuk en spannend

Een lezeres (35) uit het Friese Oentsjerk heeft genoeg van de New Agebeweging: “Al dat zweverige gedoe.” Ze doet nu aan new financial age (meldt ze) en stort zich vol overgave in de wereld van het grote en kleine geld. Voor haar oude dag heeft ze genoeg opzij gelegd: “Tot op hoge leeftijd zullen jonge en oude mannen om me heen blijven draaien hoor!.”

Een minder opwindend luxeprobleem betreft de 90.000 gulden die op een spaarrekening staan: die móeten in aandelen, liefst vandaag. Ze heeft de aandelen verdeeld in stomme, slome, leuke en spannende. In stomme en slome belegt ze via twee verzekeringen voldoende. Het gaat nu om leuke en spannende: “Ahold, Philips, Grolsch, Heineken, CSM en Free Record Shop. Welke zal ik kopen?”

Het onderscheid - stomme, slome, leuke, spannende - ruikt nog sterk naar new age. De financial age vereist een meer kwantitatieve benadering: eerst een doel, dan een planning en als derde de gewenste som geld aan het eind van de rit. Die punten bepalen mede het beleggingsbeleid. Wie deze strategie 180 graden omdraait en zegt “90.000 piek in spannende en leuke aandelen, snel graag”, belegt niet serieus, kan zijn geld bijna overal in stoppen en wordt vast een prooi van onbetrouwbare verkopers.

Laten we aannemen dat de briefschrijfster op haar 50ste jaar stopt met werken - financieel kan het - en honden gaat fokken; een hobby van haar. Voor dat doel wil ze over 15 jaar beschikken over 300.000 gulden om in de fokkerij te investeren. De 90.000 spaargeld is een geschikt begin. Bijvoorbeeld zo.

Om 90.000 in 15 jaar te laten rijpen tot 300.000 moet je ieder jaar 8,5 procent netto rendement maken. Kan dat? Ja, met een belegging in aandelen, hoewel dat niet zeker is. Maar gezien de lange termijn van 15 jaar, mag je risico (van koersdaling) nemen: er is tijd is om van een eventuele dip te herstellen.Moet alles in Nederlandse aandelen, omdat de beurs het goed doet en op een record staat, net als enkele andere beurzen? Nee, qua timing lijkt het geen goed moment om 'snel graag' in aandelen te stappen. Mevrouw kan dus eerst rustig, samen met haar bank, een strategie bedenken en voorzichtig enkele aandelen kopen. De totale som kan, om een richting aan te geven, in drie delen gesplitst worden: 30.000 in leuke Nederlandse aandelen, 30.000 in Amerikaanse en evenveel (of minder) in spannende (risicovollere) aandelen van landen met een sterk groeiende economie.

Het derde deel loopt via beleggingsfondsen en wordt opgebouwd door te middelen. Iedere maand wordt een vast bedrag, ongeacht de koers, ingelegd. Daardoor worden bij hoge koersen automatisch minder aandelen gekocht dan bij lage.

Spannende landen liggen in Zuid-Amerika en het Verre Oosten. Niet ieder ver, onbekend land dat met kunst en vliegwerk een beurs opent, is per se een buitenkans voor buitenlandse beleggers; meer voor de lokale handelaren. Voor de Amerikaanse aandelen kan mevrouw kiezen uit rechtstreeks beleggen in bedrijven of de makkelijke weg via beleggingsfondsen. Ook voor Amerikaanse fondsen lijkt middelen op dit moment (vanwege de hoge koersen) een geschikte taktiek.

Is er nog spanning op de Nederlandse beurs? Ja, nu de koersen zo hoog staan is de kans op een (tijdelijke) correctie groter dan een snelle stijging. Maar dat bedoelen beleggers niet als ze vragen om spanning: ze wil hogere koersen. Wie dat zoekt, moet aandelen kopen die al een poosje achterblijven op de koplopers van de beurs en hopen dat het tij eens zal keren. Hoofdfondsen met, bij voorbeeld, een negatief rendement over de afgelopen twaalf maanden (bron: Beleggers Belangen) zijn: Nedlloyd (21 procent), Philips (19 procent), KLM (16 procent), KNP BT (13 procent), Polygram (7 procent) en Bols Wessanen (5 procent).

Een minder spannende benadering is de Sprinter van de Oost-Europa Bank (zie deze rubriek van maandag j.l.), een kant-en-klaarbelegging met een obligatie en aandelen in de wereldwijd opererende uitgevers Elsevier, Polygram, VNU en Wolters Kluwer.

Een gepensioneerde lezer tobt over de gevolgen van zijn overlijden. Zijn ex-echtgenote krijgt alsdan het grootste deel van zijn nabestaandenpensioen. Zijn huidige partner krijgt de rest. Dat is te weinig. Om dit te compenseren wil hij 20.000 gulden beleggen in aandelen. Maar welke? Hiervoor staan enkele grote lijnen voor een strategie. Die gaan echter uit van de lange termijn.

In dit geval is er geen tijd. Wie de gevolgen van een overlijden wil ondervangen, moet er van uitgaan dat Magere Hein ieder moment aan kan kloppen, als die al klopt. Beleggen is daarom geen optimale oplossing.

Hoe moet het dan? De beste (maar niet goedkope) oplossing lijkt een tijdelijke verzekering die een kapitaal uitkeert bij overlijden, plus een passend testament en een snelle (ondershandse) overheveling van vermogen naar de tweede echtgenote, die dat stom em sloom moet beleggen, want ze moet er straks wellicht van leven.