Stempel Big Brother op 'slimme' identiteitskaart

AMSTERDAM, 12 OKT. De 'slimme' identiteitskaart die de burger herkent door zijn vingerafdruk, zijn handafdruk of zelfs gelaatsherkenning ligt binnen handbereik. Met de mogelijke komst van de zogenoemde burgerservice-kaart neemt de ontwikkeling van chipkaarten, waarin Nederland voorop loopt, een nieuwe wending.

Gemeenten menen dat ze dankzij de nieuwe kaart kosten besparen en dat ze de burger een betere service kunnen bieden. Zo heeft de gemeente Rotterdam plannen om burgers via een chipkaart toegang te geven tot gemeentelijke gegevens. Via een informatiezuil in openbare gebouwen kan dan bijvoorbeeld een uittreksel uit het geboorteregister betrokken worden.

Een belangrijke hobbel bij de ontwikkeling van 'multifunctionele' chipkaarten werd deze maand genomen. De Registratiekamer, die toezicht houdt op de privacy-wetgeving, en het Nationaal Chipcard Platform (NCP) zijn het eens over de bescherming van de privacy bij het gebruik van chipkaarten. In het NCP zijn vrijwel alle betrokken partijen vertegenwoordigd: de banken, PTT Telecom, zorgsector, detailhandel, vervoer, de Consumentenbond en de ministeries van economische en binnenlandse zaken. Kern van de afspraken is dat de burger moet weten wat er met zijn gegevens gebeurt en daar toestemming voor heeft gegeven.

Het essentiële verschil tussen de burgerservice-kaart en kaarten zoals de chipknip is dat de bestaande chipkaarten een weerspiegeling zijn van een klantenrelatie, een specifiek contract voor een specifieke dienst. Identiteitskaarten raken de kern van de relatie tussen de burger en staat. Voor sommigen een symbool voor het idee dat het individu ondergeschikt is aan de eisen en efficiëntie van het staatsapparaat.

In Groot-Brittannië, waar vorige maand een politieke discussie over de invoering van een nationale identiteitskaart losbarstte, wordt daarbij het spookbeeld van de 'surveillance society' opgeroepen, waarin de overheid een Orwelliaanse Big Brother is. Overheidsorganen, gewapend met steeds ingenieuzere computersystemen, houden zich bezig met 'data-matching', waarbij de ene set persoonlijke informatie wordt gecombineerd met een andere stukje informatie over hetzelfde individu. Niet voor niets toonde de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) zich deze week op het 'nationaal chipkaart congres' in Amsterdam voorstander van de burgerservice-kaart. Daarmee wordt verificatie van gegevens beter mogelijk en kunnen bestanden gemakkelijker worden gekoppeld, stelde P.J. Lakeman van de CRI-afdeling Falsificaten.

De commerciële partijen die bezig zijn met de chipkaarten hebben ook belang bij de invoering van een burgerservice-kaart. Bedrijven als PTT telecom en de banken en leveranciers als IBM en Bull hebben miljoenen geïnvesteerd in de ontwikkeling van chipkaarten. Hoe meer functies de kaart in zich bergt, hoe meer de chipkaart ook echt ingeburgerd zal raken.

Bovendien is het voor bijvoorbeeld banken en postorderbedrijven interessant om de algemene persoonsgegevens op de chipkaart te verifiëren met de eigen gegevens of ze gewoon over te nemen. Verschillende gemeenten zijn al benaderd door prominente marktpartijen die de gemeenten een hoekje op hun kaart aanboden. Een aantrekkelijk aanbod voor de gemeente, die daarmee de hoge kosten vermijdt die zijn gemoeid met de ontwikkeling van een eigen kaart.

De belangen van de diverse partijen op de chipkaart liggen echter heel verschillend. Het bedrijfsleven wil het liefst zoveel mogelijk weten van de klant, terwijl de gemeenten het als hun taak zien om de persoonlijke levenssfeer van de burgers zoveel mogelijk te beschermen.

Kamerleden van VVD, PvdA en D66 toonden zich deze week voorstander van een burgerservice-kaart, mits deze vrijwillig zou zijn. Maar de ervaring in landen waar identiteitskaarten in theorie vrijwillig zijn - Frankrijk bijvoorbeeld - leert dat deze kaarten in de praktijk een verplicht karakter krijgen. Het vrijwillige aspect van de kaart brokkelt snel af, doordat steeds meer ambtenaren, banken en winkels vragen om de identiteitskaart. Meer er meer mensen komen daardoor in de verleiding om met het systeem mee te doen.

De aard van de gegevens op de burgerservice-pas vereist maximale beveiliging. De pincode, waarmee de 'conventionele' magneetpassen en ook de eerste generatie chipkaarten (chipknip, chipper) zijn beveiligd, geeft nog teveel mogelijkheden tot fraude. Gemeenten en ook de banken onderzoeken daarom de mogelijkheden van biometrie, identificatie door middel van unieke biologische kenmerken zoals handpalm-scanning, handschriftherkenning of vingerafdrukken. Concrete projecten zijn er ook al. In Nederland hebben inmiddels 100.000 asielzoekers een chipkaart met vingerafdruk op zak en kunnen ambtenaren van het ministerie van economische zaken zich ook op die manier identificeren. Maar de vraag is in hoeverre de Nederlandse burger dit soort methoden zal accepteren.