Samsung geen dilettant in vliegtuigbouw

ROTTERDAM, 12 OKT. Op één punt zijn de meningen over het op 'wijlen' Fokker azende Zuidkoreaanse Samsung nauwelijks of niet verdeeld, namelijk dat de Koreanen taaie onderhandelaars zijn.

“Als het op geld aan komt zijn de Zuidkoreanen net als de Chinezen”, aldus een ingewijde in Seoel. “Eindeloos en keihard onderhandelen in de trant van: als je ons niet 10 procent korting geeft doen we de hele deal niet.” Zijn advies: “The Dutch need te be hard too.” En geduldig. Maar voor het overige tieren hier de misverstanden over Samsung welig.

Een eerste misverstand dat in vele analyses en commentaren opduikt: Samsung zou op luchtvaartterrein nog een dilettant zijn die daar met Fokkers hulp vaste grond onder de voeten wil krijgen. “Samsung heeft geen enkele ervaring met de luchtvaartindustrie”, oordeelde een bestuurskundige afgelopen dinsdag in alle ernst op de opiniepagina van deze krant.

In werkelijkheid zag Samsung Aerospace Industries in de jaren zeventig al het licht en werken er nu 7.000 mensen. Sterker nog, dit onderdeel van het grote Samsungconglomeraat is verwikkeld in reeksen programma's voor de bouw van militaire en civiele vliegtuigen, helikopters, vliegtuigmotoren en ruimtesystemen.

Het grootste project betreft de bouw in licentie van moderne F-16 straaljagers van Lockheed Martin in de nieuwe fabriek in het Koreaanse Sachon. Samsung Aerospace is verder hoofduitvoerder bij de bouw van de geheel Koreaanse KTX-2 supersonische straaljager/trainer en moderniseert samen met het Amerikaanse Northrop Grumman de Zuidkoreaanse vloot F-5 straaljagers. In de civiele sector werkt Samsung aan de ontwikkeling van een tweemotorige achtzitter. Verder bouwt Samsung in licentie Bell-helikopters alsmede vliegtuigmotoren. Ook speelt het bedrijf een voorname rol bij de ontwikkeling van raketten en satellietbouw.

Een tweede twijfelachtige suggestie is dat Samsung niet goed weet wat het wil op luchtvaartterrein. Daarbij wordt er op gewezen dat Samsung dit jaar al eerder kwam kijken naar het bankroete Fokker, zich onverrichterzake terugtrok, maar deze zomer weer terugkwam. Feit is dat de Zuidkoreaanse overheid met haar aanzienlijke invloed op 's lands bedrijfsleven in 1994 de luchtvaart uitriep tot 'strategische industrie' waarbinnen Zuidkoreaanse bedrijven sterke posities dienen op te bouwen.

Kort nadien werd Samsung Aerospace aangewezen als de leider van een project om samen met het Chinese staatsbedrijf Avic en een westerse partner een AE-100 straalvliegtuig voor 100 passagiers te ontwikkelen. Tot het door Samsung geleide Koreaanse verband behoorden ook Daewoo Heavy Industries, Hyundai Aero-Specialty en de industriële vleugel van luchtvaartmaatschappij Korean Air. Toen het Chinees-Koreaanse AE-100 project stagneerde omdat de Chinezen eisten dat alle produktie exclusief in China zou plaatsvinden, kwam het afgelopen voorjaar een Samsung-delegatie naar het failliete Fokker kijken.

In de zomer ketste de Chinees-Koreaanse samenwerking definitief af - het Chinese Avic gaat nu in zee met het Europese AIR-consortium en (vermoedelijk) Singapore Aerospace - en kort daarop kwamen de Koreanen weer terug bij Fokker.

In de derde plaats valt er in sommige Nederlandse commentaren te horen dat Samsung een financiële reus op lemen voeten is, een geluid dat vier jaar geleden ook viel te horen over Daimler-Benz dat toen Fokker wilde overnemen. Wat zijn de feiten? Vorig jaar nam Samsungs omzet fors toe tot 87 miljard dollar en haalde deze chaebol of familiebedrijvengroep een netto winst van 3,9 miljard dollar. Wel werd die winst toen voor driekwart verzorgd door Samsung Electronics, 's werelds grootste producent van dram-geheugenchips. En uitgerekend die chips beleefden dit jaar door overproduktie een formidabele prijsdaling van 80 procent. Verwacht wordt dat Samsungs totale netto winst daardoor dit jaar zal halveren tot 1,9 miljard dollar.

Toch toonde het Amerikaanse zakenblad Business Week zich op 19 juli j.l. niet echt somber. “Ondanks de heftige winstdaling is het onwaarschijnlijk dat Samsung Electronics dit jaar ernstige kasstroomproblemen zal ondervinden dankzij het rigoureuze afschrijfbeleid van de onderneming”, aldus het blad.

Analist Joost van Beek van Van Meer James Capel in Amsterdam knoopt daar aan vast dat de prijs van de dram-chip zich inmiddels heeft gestabiliseerd en dat Samsung de produktie in snel tempo verlegt naar die van minder conjunctureel gevoelige halfgeleiders.

Dat het conglomeraat dit jaar een stevige financiële tik heeft opgelopen is niettemin duidelijk, al moet dat ook weer in z'n juiste proporties worden gezien. Zo meldde Samsung deze zomer dat z'n investeringsprogramma voor de komende vijf jaar met zeventien procent wordt teruggeschroefd. Maar dat betekent nog altijd een imposante investering van in totaal 63 miljard dollar tot 2001.

Tot slot bestaat in het Nederlandse kamp ernstige bezorgdheid dat Samsung slechts vliegtuigen in Nederland zou willen bouwen “zolang dat economisch verantwoord is”. Over vijf jaar, als hun nu voorgestelde businessplan voor Fokker II afloopt, zullen de Koreanen de handen dus vrij hebben om de hele produktie naar Zuid-Korea te verkassen, zo wordt gevreesd. Nu ligt het met harde lange-termijngaranties in het bedrijfsleven sowieso lastig. Daimler-Benz wilde destijds bij de Fokker-aankoop niet verder gaan dan drie jaar.

Een heel andere kwestie is of de Koreanen er tezijnertijd belang bij zullen hebben de hele produktie naar Korea te verhuizen. Zij zullen hun toestellen in de toekomst immers ook moeten slijten op de westerse markten die volgens alle gangbare prognoses tot diep in de volgende eeuw tenminste zestig procent van de wereldmarkt zullen uitmaken.

En dan is een produktievestiging in het Westen aanbevelenswaardig. Niet alleen om het vertrouwen van de westerse klant sneller te winnen maar ook, zo wijst de ervaring uit, om eerder de benodigde certificatie (technische goedkeuring) van westerse luchtvaartautoriteiten te krijgen.

De Indonesische vliegtuigbouwer IPTN die sinds een jaar een N-250 turboprop voor zestig passagiers laat vliegen en zojuist begon aan de ontwikkeling van een N-2130 jet voor honderd passagiers heeft dat goed begrepen. Het bedrijf gaat onder de naam American Regional Aircraft Industries voor 120 miljoen dollar in Mobile (Alabama) een produktiefaciliteit voor de N-250 opzetten. In een later stadium moet er net zoiets in Duitsland komen.

Voor de Indonesiërs geldt duidelijk het belang van nabijheid tot de markt. Voor de Koreanen zal het niet veel anders zijn. Anders gezegd, de Fokker-faciliteit op Schiphol blijft voor hen van belang. Hetgeen nog allerminst wil zeggen dat Samsung Fokker hoe dan ook in de armen zal sluiten.