Politie, justitie en misdaad in post-IRT-tijdperk

Unit 13, zaterdagavond, Ned.3, 20.10-21.00u.

De gedachte dat ze de afleveringen 8 en 9 van Unit 13 nog moet afwerken en dat de resterende vier zelfs nog moeten worden gefilmd, benart Vivian Pieters naar eigen zeggen allerminst. Integendeel, zegt ze - het is juist plezierig dat de serie al vanaf vanavond wordt uitgezonden. “Ik vind het wel leuk dat de VARA al begint terwijl we er nog mee in produktie zijn. We zitten nú allemaal nog in de sfeer. Het is heel anders als het wordt uitgezonden terwijl je zelf allang weer met andere dingen bezig bent. Het zou alleen een probleem zijn als je je laat opjagen door de meningen van anderen. En dat ben ik, eerlijk gezegd, niet van plan.”

Unit 13 behandelt in dertien afleveringen de wederwaardigheden van een speciaal politieteam (onder leiding van Peter Tuinman) met een daaraan toegevoegde officier van justitie (Yvonne van den Hurk), dat zich in het post-IRT-tijdperk staande moet zien te houden, balancerend tussen de gecompliceerde vertakkingen van de zware criminaliteit (in justitie-jargon: de zwacri) en de noodzaak tot het boeken van opsporingssuccessen. Zo leidt de illegale adoptie van een Poolse baby in de eerste aflevering naar het spoor van de misdaadorganisatie Scylla die in de rest van de serie moet worden bestreden. Sommige verhaallijnen lopen enkele weken door, andere worden binnen één aflevering afgerond.

De reeks is, naar ideeën van Vivian Pieters en VARA-dramaturg Jan-Rutger Achterberg, geschreven door misdaadauteur Felix Thijssen. Het resultaat oogt, op het eerste gezicht, heel wat bedrevener en volwassener dan het nogal eendimensionale Bureau Kruislaan van dezelfde makers. Men kan zich voorstellen dat het tegenwoordig ongeveer zo toegaat, met de angst voor lekken binnen de organisatie, de dilemma's en de wederzijdse argwaan. “Die units hebben altijd van die vrijbuitersneigingen,” moppert de hoofdofficier van justitie. “Dat is verleden tijd!” roept een politieman als de IRT-affaire even ter sprake komt. “'t Zijn wèl dezelfde mensen,” reageert een collega.

“Er is qua concept een heel groot verschil met Bureau Kruislaan,” zegt Vivian Pieters, die de serie ook regisseert. “Dit is geen politieserie, maar een misdaadserie. Bureau Kruislaan ging alleen maar over het politiewerk, dat was veel meer alledaagse actie. De scènes hadden ook maar één doel, namelijk datgene wat de scène aangaf. Nu heb je continu te maken met een dubbele gelaagdheid, omdat het bijvoorbeeld óók over de vertakkingen naar justitie gaat en over de manier waarop zo'n unit tegenwoordig moet werken. In beeld vertaal je zoiets ook heel anders. Kruislaan werd vanaf de schouder gedraaid, waardoor je de acteurs met de camera kon volgen. Dit is veel meer gedecoupeerd en mede daardoor veel gestileerder.”

Bureau Kruislaan werd geproduceerd door het bedrijf van Joop van den Ende, terwijl Unit 13 in eigen huis wordt gemaakt - weliswaar voor dezelfde kostprijs, maar er zit nu geen fee voor een buitenproducent meer tussen. “Alles kan aan de produktie worden besteed,” aldus Achterberg. “Dat maakt een groot verschil.” Vivian Pieters voegt eraan toe dat het geld in deze serie bovendien op een andere manier werd besteed: “Het aardige is dat je het hier, in tegenstelling tot Bureau Kruislaan, niet hoeft te hebben van de ene klopjacht na de andere. De klopjachten zijn beter gedoseerd. En àls je nu zo'n scène hebt, kun je die ook veel beter maken.”

“Voor mij is de drijfveer achter deze serie dat ik nu verder kan gaan dan alleen het pure boeven vangen. Wat dat betreft is dit een behoorlijke stap verder dan Bureau Kruislaan. Nee, een duidelijk buitenlands voorbeeld hadden we niet. Wel hebben we een keer met z'n allen naar die Italiaanse serie La Piovra zitten kijken, om in de sfeer te komen, maar ook dàt kun je geen voorbeeld noemen. En dat de IRT-enquête kwam, was voor ons alleen maar prettig. We waren op dat moment al in contact met politie en justitie en we hadden al heel wat ideeën voor verhalen, en toen kwam er opeens een hoop extra informatie bij. Plus het feit dat we het nu over zaken konden hebben, waarvan iedereen altijd zei dat dat Amerikaanse of Italiaanse toestanden waren.”

Als regisseur debuteerde Vivian Pieters (42) elf jaar geleden met de bescheiden bioscoop-thriller De Prooi - ook toen al een misdaadthema. “Maar vraag me niet waarom. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat er in de misdaad een hoop drama te vinden is. En als je wilt filmen over deze tijd, kom je daar al gauw bij uit. Een ziekenhuisserie zou ik nooit van m'n leven willen maken. Dat interesseert me niet, ik vind dat genre gewoon onaantrekkelijk om naar te kijken. Maar ik zou óók wel iets science-fiction-achtigs willen maken, hoor.”

“En ja, ooit wil ik misschien wel weer eens een bioscoopfilm maken, maar daar zit een probleem. Destijds kon De Prooi nog worden gemaakt - een kleine film die voor een breed publiek was bedoeld. Die situatie is drastisch veranderd. De kleine film is in de kunsthoek beland, en voor het grote publiek kunnen blijkbaar alleen nog gigantisch grote produkties worden gemaakt. En ik ben iemand van de kleine film voor een groot publiek. Maar ik zit er niet mee om voor de televisie te werken. Dat er een soort niveau-verschil zou zijn, is compleet verleden tijd. Het enige verschil is misschien, dat het bij de film heel vanzelfsprekend is dat de regisseur alles bepaalt. Dat is ook de reden dat ik bij de VARA heb bedongen om bij Unit 13 óók uitvoerend producent te zijn; op die manier hou ik het complete overzicht. Verder werk ik hier met bijna allemaal filmmensen. Nee, mijn vrienden en kennissen uit de filmwereld kijken er niet op neer. Die zijn zèlf ook bijna allemaal bij de televisie beland.”