Oostenrijks enthousiasme voor EU is verdwenen

WENEN, 12 OKT. Bij de eerste Europese verkiezingen in Oostenrijk, morgen, is er nog maar weinig over van het enthousiasme waarmee het land zich in 1994 voor aansluiting bij de Europese Unie (EU) uitsprak. Toen hoopten de Oostenrijkers dat de veel te hoge prijzen, vooral die van levensmiddelen, omlaag zouden gaan. Maar dat gebeurde nauwelijks. Daarentegen leek het kleine land door het grote Europa onder de voet gelopen te worden.

Nationale belangen waren ineens ondergeschikt aan Brusselse richtlijnen. Zelfs serieuze kranten als Der Standard en Die Presse berichtten over een op handen zijnde uitverkoop van Oostenrijkse bedrijven. Nog even en de Mozartkugeln en de Lipizzaner zouden een buitenlands produkt worden. De overname van Oostenrijkse bedrijven vormde een bedreiging voor de werkgelegenheid. Zo kocht de Duitse bandenproducent Continental het Oostenrijkse Semperit op en sloot vervolgens de fabriek om de produktie naar het lage-loon-land Tsjechië over te brengen.

Intussen werden ook de eerste consequenties van de bezuinigingsmaatregelen voelbaar, die noodzakelijk zijn voor aansluiting bij de Europese Monetaire Unie. Daarbovenop kwamen verhalen over het financiële geritsel van politici met dubieuze wachtgelden en drievoudige onkostenvergoedingen. Uit een onderzoek is gebleken dat 86 procent van de bevolking diepe minachting voelt voor politici. Politiek tekenaar Haderer maakte een prent waarop volwassenen, kinderen en zelfs huisdieren op de vlucht slaan voor iedereen die ook maar enigszins oogt als een politicus.

De rust is weliswaar weergekeerd, maar nog steeds heeft bijna de helft van de Oostenrijkse kiezers zijn definitieve keuze voor morgen niet bepaald. Opiniepeilingen, die voor de meeste partijen behalve de conservatieve ÖVP, een mager resultaat voorspellen, zijn dan ook nauwelijks betrouwbaar. Een verlies voor de sociaal-democraten lijkt echter onafwendbaar. De partij grijpt, bij gebrek aan oplossingen voor de huidige problemen, terug op achterhaalde leuzen en methodes. Lijsttrekker Hannes Swoboda belooft zijn kiezers zich in Europa sterk te zullen maken voor volledige werkgelegenheid. Met strenge wetten en sancties wil hij voorkomen dat bedrijven hun produktie naar de lage-loon-landen overbrengen. Zo schept hij al vast de voorwaarden voor latere teleurstellingen, wat hem nog duur te staan kan komen. Nu al heeft de SPÖ de helft van haar aanhang onder de arbeiders verloren aan de extreem-rechtse F, de partij van Jörg Haider.

Overigens doet de F het in de peilingen slechter dan verwacht. Franz Linser, doctor in de sportwetenschap en kandidaat van de F, is de personificatie van het gebrek aan visie van zijn partij. Onlangs noemde hij zichzelf op de tv “Duits-nationaal”, maar slikte deze uitspraak snel weer in toen het tot hem doordrong dat die bekentenis verkeerd zou kunnen vallen. Op de vraag of hij zich wel competent achtte voor de politiek, stotterde hij dat “Meneer Haider heus wel weet wat hij doet”. Verder herhaalt Linser wat Haider steeds zegt: de Oostenrijkse bijdrage aan de EU moet omlaag.

Van de overige partijen is alleen het liberale LIF kritiekloos pro-Europees. Dat standpunt, noch de vrij kleurloze kandidaat, Friedhelm Frischenschlager, wekken veel enthousiasme op bij de kiezers. Daartegenover werpen de Groenen zich op als Eurosceptici. Lijsttrekker Johannes Voggenhuber wil, behalve het milieu, vooral ook de Europese kas beschermen. In Oostenrijk, met zijn onthullingen over wachtgelden en onkostendeclaraties van politici, is dat een heet hangijzer. Voggenhuber vreest dat de gulle reiskosten-regelingen, die veel mogelijkheden bieden tot misbruik, het gezag van de Euro-parlementariërs zullen ondermijnen.

Het meest opmerkelijk in de opiniepeilingen is het goede resultaat van de ÖVP, die tenslotte samen met de sociaal-democraten de regering vormt. Lijsttrekker Ursula Stenzel, als voormalige tv-omroepster een bekend gezicht in Oostenrijk, weet zich goed te presenteren en komt competent over. Haar pleidooi voor steun aan kleine en middelgrote bedrijven, die voor werkgelegenheid moeten zorgen, vindt gehoor bij veel kiezers.

Nummer twee op de lijst, Karl Habsburg, wordt angstvallig op de achtergrond gehouden. Hij is de kleinzoon van de laatste keizer, maar als politicus een blunderaar. Haider beweert dat Habsburg in het verleden bij de F aanklopte voor een baan - gezien de contacten van de familie (Otto von Habsburg introduceerde Haider in Straatsburg) is dat niet denkbeeldig.

In Wenen wordt tegelijk met de Europese verkiezingen een nieuwe gemeenteraad gekozen. De sociaal-democraten lijken hun absolute meerderheid te verliezen. Dat zou voor het eerst zijn sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919. Daarmee wordt de Weense SPÖ meegesleurd in de malaise van de landelijke partij. Want in Wenen doen ze het goed. De stad is veilig, beschikt over een uitstekende infrastructuur en een groot cultureel aanbod.

Toch is het Haider gelukt latente angsten voor sociale achteruitgang te manipuleren. Hij hamert erop dat de “eerlijke, hardwerkende Oostenrijkers” door SPÖ en ÖVP bedrogen zijn, dat de buitenlanders in de watten worden gelegd en ongestoord hun criminele praktijken kunnen uitoefenen.

SPÖ partijsecretaris Renate Brauner geeft toe dat haar partij de gevoelens van de bevolking niet voldoende serieus heeft genomen. “De industrie heeft buitenlanders als loondrukkers gebruikt en wij hebben de daardoor opkomende angsten te lang als racisme afgedaan”, aldus Brauner.

In de strijd tegen Haiders demagogie voert SPÖ-burgemeester Michael Häupl een tijdrovende campagne. Hij probeert rechtstreeks met de kiezers in contact te komen. Partijleden zijn deze zomer met een huis aan huis offensief begonnen om met de bewoners van de sociale woningbouw over “het probleem van de buitenlanders te praten”. Ook de Weense ÖVP heeft een samenwerking met de F bij voorbaat uitgesloten. “SPÖ en ÖVP zijn tot elkaar veroordeeld omdat u er politieke omgangsvormen op nahoudt die beneden elk peil zijn”, aldus ÖVP kandidaat Bernhard Görg in een confrontatie met F-lijsttrekker Pawkowicz.

Een sprekend voorbeeld van die omgangsvormen kwam twee weken geleden aan het licht toen LIF-lijsttrekker Wolfgang Bachmayer, gedwongen werd af te treden. De staatsomroep ORF confronteerde hem met racistische uitspraken van vier jaar geleden, toen hij als opiniepeiler deelnam aan een symposium van de F. Bij die gelegenheid sprak een als antropoloog gepresenteerde dierenverzorger van de dierentuin in Schönbrunn over de “natuurlijke agressie van dieren tegen vreemde soortgenoten”. Bachmayer was onder de indruk van zoveel “geleerdheid” en voegde er aan toe dat politici de “natuurwetten” niet mogen negeren. Enkele dagen na Bachmayers aftreden liep een LIF-parlementariër over naar de F. Deze overloper is van grote waarde voor Haider. De F heeft nu 42 kamerzetels en ontvangt daardoor ineens 4,5 miljoen schilling (720 duizend gulden) extra subsidie.

Jörg Haider, leider van de extreem-rechtse F in Oostenrijk, deelt handtekeningen uit tijdens de campagne voor de eerste verkiezingen voor het Europees parlement. (foto Reuter)