Nederlandse renners achten zich kansloos voor een wereldtitel

COMO, 12 OKT. Een hotel met uitzicht op het Comomeer, een eetzaal onder beschilderde plafonds, trainingsritjes langs oude villa's en nieuwe jachten. Aan de voorbereiding zal het niet gelegen hebben, als de Nederlandse wielerploegen dit weekeinde in het Zwitserse Lugano naast de drie wereldtitels grijpen. De verwachtingen zijn niet groot bij de betreffende bondscoaches.

Piet Hoekstra over zijn vrouwen: “Als je heel reëel bent moet je niet de pretentie hebben dat je een kans maakt om Jeannie Longo voorbij te fietsen. Ik zou willen tekenen voor een vijftiende plek. Het parcours is lastig, hoewel het ook weer niet onoverkomelijk is.”

Herman Snoeijink over zijn neo-amateurs: “Het zal vast en zeker een afvalrace worden, gezien het dodelijke parcours. Mijn motto luidt: zo redelijk mogelijk meerijden en je zo lang mogelijk koest houden. Gelukkig staan we op de eerste startrij.”

Gerrie Knetemann over zijn beroepsrenners: “Ik durf te voorspellen dat niemand van ons eventjes gaat winnen. Als we maar tot het einde ons partijtje meeblazen. Maarten den Bakker is kopman. Hij komt uit de Ronde van Spanje en kan het lastige parcours wel aan. Erik Breukink en Michael Boogerd zijn beschermde renners die hem zo lang mogelijk moeten bijstaan.”

De bondscoach had de woorden nauwelijks uitgesproken of hij werd overmand door emoties. Tijdens een boekpresentatie van oud-wielrenner Pascal Kolkhuis Tanke vroeg de auteur aan Knetemann hoe hij zou reageren als hij een Nederlandse wereldkampioen stond op te wachten, in de wetenschap dat een andere renner dodelijk was verongelukt. De keuzeheer, zelf als coureur bijna om het leven gekomen, kon zijn tranen niet bedwingen. De meeste renners spraken schande van de weinig tactvolle vraagstelling van Kolkhuis Tanke. De dood houdt in het peloton altijd de gemoederen bezig.

De Nederlandse renners klaagden ook over de zwaarte van het WK-parcours. In 1994 waren de Siciliaanse bergen een sta in de weg. Vorig jaar vormden de Colombiaanse bergen voor bijna allen een onoverkomelijke hindernis. De toenmalige amateur Danny Nelissen behaalde de wereldtitel en verbloemde de teleurstellende prestaties van de anderen. Inmiddels is Nelissen teruggekeerd bij de profs. Een knieblessure houdt hem morgen aan de kant.

Het parcours in Lugano is bijna zeventien kilometer lang en telt twee lastige beklimmingen. De vrouwen rijden zes rondjes, de neo-amateurs tien rondjes en de profs vijftien. De beklimmingen van de Comano en de Crespera lijken te zwaar voor de nationale wielertrots. “Die tweede helling gaat nog wel, maar die eerste gaat je toch opbreken”, wist kopman Den Bakker.

Den Bakker had niet gevraagd om een aparte status. Het liefst krijgt hij net als Breukink en Boogerd alleen een beschermde rol, maar Knetemann heeft hem gisteren bewust naar voren geschoven tijdens de persconferentie. Hij moet een beetje onder druk worden gezet, anders pleegt hij zich in het peloton te verschuilen. “De bondscoach moet toch een verhaal hebben tegen de media”, verklaarde Den Bakker de rolverdeling.

De 27-jarige renner is een boerenzoon van Voorne-Putten. Hij kan hard fietsen maar is daar zelf nog het minst van overtuigd. In zijn zesjarige profloopbaan heeft hij zich een toonbeeld van regelmaat getoond. In de klassiekers was hij bijna altijd de beste Nederlander, maar een plaats bij de top-tien was zelden voor hem weggelegd. Den Bakker is niet optimistisch: “Ik ga op een hoop mannen tekort komen. Een plaats bij de beste tien zit er voor mij niet in.”