NDT 3 toont de vele voordelen van veertigplussers; Toch te veel van het goede

Gezelschap: NDT 3. Programma: Tears of Laughter (de reprises Double You en No Sleep till Dawn of Day en de nieuwe werken Trompe-l'Oeil, If Only.... en Compass). Choregrafie: Jirí Kylián; kostuums: Joke Visser; licht: Joop Caboort en Tom Bevoort; muziek: collage, Sergej Rachmaninov, Karlheinz Stockhausen; Gezien: 10 okt., Lucent Danstheater, Den Haag.

Toen het Nederlands Dans Theater vijf jaar geleden een nieuw gezelschap opgerichtte ten behoeve van dansers boven de veertig jaar, waren er naast enthousiaste nogal wat sceptische geluiden te horen. Iedereen was het er wel over eens dat de artistiek gerijpte danstalenten van grote waarde voor de danskunst zijn, ook al hebben de lichamen van veertigjarigen niet meer de optimale elasticiteit en neemt de technische vaardigheid veelal af, waardoor het functioneren binnen een regulier gezelschap moeilijk wordt. De aarzeling en de scepsis lagen meer in de vraag of zo'n seniorengroep of er wel genoeg interessante choreografieën zouden ontstaan om jaarlijks nieuwe programma's te vullen en publiek te blijven trekken.

NDT 3 werd echter een onbetwist, wereldwijd succes. De voorstelling waarmee het nu zijn vijfjarig bestaan viert toont ook weer overduidelijk dat deze veertigplussers - Sabine Kupferberg, Martine van Hamel, Gary Chryst en Gérard Lemaitre - fantastische dansers blijven die een absoluut en onmiskenbaar dansersschap uitstralen. Dat uit zich niet in heftige energie-uitbarsingen, langdurige series sprongen en andere acrobatische toeren, maar in het uiterst efficiënt gebruik van energie, in de timing van een beweging, in muzikaliteit, in het aanvoelen van de essentie van de choreografie en de muzikale compositie. De artistieke volwassenheid wordt zichtbaar in de ongeforceerde eigenheid van bewegen.

Zet die vier dansers op een stoel, zoals Kylián in het begin van zijn nieuwe Trompe-l'oeil deed, kleed ze in een zelfde kostuum, laat ze alle vier dezelfde dansbeweging maken, al is het maar het even opveren en weer gaan zitten, en je ziet onmiddellijk de variatie in persoonlijkheid: de extraverte elegantie en onmiskenbare 'fransheid' van Gérard Lemaitre, de matter-of-fact strijdbaarheid en kracht van Gary Chryst, het kwetsbare clowneske van Sabine Kupferberg en de beheerste warmbloedigheid, stijl en precisie van ballerina Van Hamel.

Heerlijk, dansers op het toneel te zien die niet meer bezig zijn zichzelf te bewijzen, die zonder (zichtbare) angst kunnen en durven tonen wie en wat ze zijn, die zich een choreografie eigen maken. Je zou er meer willen zien dan alleen deze vier, hoe goed ook. De nieuwe choreografieën van Jirí Kylián - het mild humoristische kwartet Trompe-l'oeil, de sobere, dramatische solo If Only... voor de zestigjarige Lemaitre en het verstilde groepswerk Compass - vormen samen met de reprises No Sleep till Dawn of Day voor de twee vrouwen en de solo Double You voor Chryst, een programma dat ondanks de vele, vele kwaliteiten toch een gevoel van 'te veel van het goede' achterlaat.

Vreemd genoeg liet het ook een beperktheid van de uitvoerenden zien die eerder niet zichtbaar was. Waarschijnlijk komt dat mede doordat Kylián in dit geval steeds eenzelfde beroep op het talent van de dansers leek te doen, dat van dramatisch expressiviteit in kleine gebaren en bijna voorzichtige bewegingen. De combinatie van choreografieën van verschillende makers levert toch meer uitdaging en spanning op, zeker wanneer die ook nog van verschillende toneelbeeld- en kostuumontwerpers gebruik maken. Nu was het allemaal wel erg veel in dezelfde kleur, sfeer- en lichtconcept.