MILIEU (2)

In NRC Handelsblad van 5 oktober schreef Hans Achterhuis dat milieu-moralisme bij de opvoeding een vorm van indoctrinatie is. Ik ben het daarmee eens. Maar volgens mij zit het onderwijsprobleem niet in moraal, ethiek, politiek of welke waarde-toevoegend systeem dan ook, maar in de wijze waarop de mens zijn omgeving ervaart en benoemt; het is geen visie-probleem, maar een definitie-probleem.

We benoemen de wereld om ons heen op basis van de relatie die we met die wereld hebben: we scheppen als het ware onze eigen wereld. Wie er even over nadenkt ziet onmiddellijk dat de onderscheiding cultuur/natuur niets anders kan zijn dan het benoemen van twee facetten van hetzelfde fenomeen. “Beheersing van de natuur”, krijgt dan opeens een totaal ander perspectief. Want hoe kan je de natuur beheersen, als je er zelf onderdeel van bent?

De vraag of een leerkracht bevlogen mag zijn en een standpunt in mag nemen, zoals Marjan Margadant-Van Arcken dat naar voren brengt, is een vraag van andere orde. Bevlogenheid duidt op betrokkenheid en maakt lessen wel zo interessant. Er is niets tegen bevlogenheid. Er is wel iets tegen, als gepresenteerde lesstof als waarheid dient te worden aangenomen. Het probleem zit dan ook niet in het feit, dat een leerkracht een visie heeft, maar in het feit, dat het onderwijssysteem een visie heeft. Een bevlogen leerkracht wordt gemakkelijk geneutraliseerd door een andere bevlogen leerkracht. Pas als die twee het samen eens woren en over de hoofden van de studenten heen contracten sluiten over hun gemeenschappelijke visie op de lesstof, dan ontstaat er indoctrinatie.

Aan dit alles ligt uiteraard ten grondslag dat het onderwijs de student serieus neemt. En dat betekent volgens mij dat het niet de opgave is om van studenten zelfstandig denkende wezens te maken, maar er eenvoudig van uit te gaan dat ze dat zijn. Veel onderwijs leidt mijns inziens aan de overschatting van het begrip opvoeden: juist daaruit spruiten allerlei bevoogdende, politicerende en indoctrinerende invloeden voort.