Ik raak totaal over de rooie

“Ik heb gevochten in Denemarken, in Roemenië en Rusland.” De Hollandse vechtersbaas is vijfendertig jaar oud, weegt 98 kilo en draagt Mickey Mouse-sokken. Hij zegt op de vuist te zijn gegaan op doordeweekse avonden in discotheken die speciaal voor die gelegenheid geopend zijn voor genodigden, maar ook een keer in een ruimte onder een hotel.

Bij de gevechten gelden geen regels en een scheidsrechter is afwezig. “Je bent het vertier van de lokale mafiakliek. Eén keer bij Petersburg was er zelfs een minister onder het publiek”. De verliezer krijgt vijfduizend gulden, de winnaar tegen de dertigduizend: “Maar ik heb ook een jongen weg zien gaan met een ton.”

Hij noemt zichzelf “voor negenennegentig procent een straatvechter”. Zijn naam wil hij niet noemen, en ook niet de kickboksschool waar hij nu traint. “Ze willen daar niet over één kam worden geschoren met illegale kooigevechten.”

Vorige maand moest hij voor de rechtbank in Amsterdam verschijnen op verdenking een partij drugs naar Nederland te hebben gereden. Hij zei dat hij een sluitend alibi had. Ten tijde van het gewraakte transport was hij op weg naar een 'cagefight' in Oosteuropa. Hij legde de rechter een in het Engels gestelde uitnodiging over. In de brief staat dat iemand is gevonden die 'wants to step into the cage with you'. Een kickbokser die landelijke bekendheid geniet stond hem bij het kooigevecht als zijn verzorger bij. Hij was bereid voor de rechtbank te getuigen en de 'cagefighter' werd vrijgesproken. Hij neemt naar zijn zeggen vanaf begin jaren negentig deel aan besloten gevechten in het buitenland.

“Ik werd in 1991 door twee Ierse oud-bodyguards van Klaas Bruinsma (een drugshandelaar die in 1991 werd doodgeschoten, H.M.) meegenomen naar Pathay. Toen ik zo'n gevecht had gezien leek het mij ook wel wat. De eerste keer werd ik bewusteloos geslagen. Ik ging neer op een hoek gevolgd door een elleboogstoot.” Maar deze ervaring was wat hij zocht. In de stad waar hij vandaan komt is het volgens hem iedere dag knokken. Hij hield van een goede vechtpartij en was ook al snel fanatiek lid van een vechtsportschool. Maar hoe hard ook de vechtvariant die hij beoefende, hij voelde zich geremd door regels en scheidsrechters. “Ik ben niet geschikt voor competitiewedstrijden. Ik kan niet tegen mijn verlies, dan raak ik helemaal over de rooie. Ik heb jongens tot in de kleedkamer achtervolgd.”

Bij een legaal kooigevecht zit een arts in de zaal en is een scheidsrechter aanwezig. Wanneer een vechter zich niet meer kan verdedigen, kan hij afkloppen en moet zijn tegenstander hem loslaten. “Dat is er in het buitenland niet bij. Wanneer iemand een arm- of beenklem aanzet weet ik dat ze zullen doorgaan. Ze draaien zo je been uit de kom. Als een tegenstander mij probeert te verwurgen bijt ik in zijn arm, of ik probeer zijn oren te pakken.” Hij zegt wel eens iemands mondhoeken te hebben uitgescheurd om uit een omstrengeling te komen. “Je moet niet denken dat er dan naast de ring iemand staat om je wonden te hechten”, zegt hij. Hij gebruikt in gevechten alle bij reguliere ring-contactsporten verboden technieken waaronder kopstoten en duimen in de ogen steken.

De gevechten hebben hun tol geëist, hij loopt wekelijks bij de fysiotherapeut. “Mijn enkelbanden zijn gescheurd, mijn hamstrings zijn kapot”, en zijn polsgewricht doet chronisch pijn. “Als je dit vier keer per jaar kan doen ben je een kanjer.” Misschien dat hij toch weer gaat vechten, maar hij heeft nu zelf een paar jongens onder zich die ook wel eens zo willen vechten. “Ik ben onlangs door Turken benaderd voor het organiseren van gevechten in Turkije.”

Onder de namen 'extreme fighting', 'world combat' en 'ultimate fighting' worden gevechten gehouden met een minimum aan regels, al dan niet in een kooi. Over twee weken, op 26 oktober, wordt in Amsterdam een 'mixed-fight'-gala gehouden met pancrase, shoot-wrestling en vale tudo (Portugees voor 'alles mag') Afhankelijk van de vechtsportstijl mogen 'kooivechters' met elleboog of knie het gelaat van de tegenstander bewerken. Bij het 'freefight' mag alleen met de vlakke hand in het gezicht van de tegenstander worden geslagen, en niet met de vuist. Kniestoten naar het gelaat mogen weer wel.

Aanvankelijk traden bij deze 'no holds barred'-wedstrijden mensen tegen elkaar aan die in een bepaalde vechtsportstijl waren geschoold, kickboksen of worstelen, boksen, judo of karate. Tegenwoordig zijn het allround vechters. Nederlandse freefighters staan internationaal in hoog aanzien. In het glossy Franse vechtsportmagazine Les Nouveaux Gladiateurs wordt met respect gesproken over onder anderen Dick Vrij en Bas Rutten. Nederland wordt in dit blad een 'laboratoire' genoemd voor de ontwikkeling van het vrijestijlvechten. Ook in Japan zijn Nederlandse freefighters berucht.

“De overheid acht extreem geweld als vermaak onder de naam van 'sport' ongewenst”, liet het ministerie van VWS begin dit jaar weten. Op het ministerie van VWS weet niemand iets over Nederlandse vechtsporters die in het buitenland deelnemen aan 'illegale' kooigevechten. “Wat kan je daartegen doen? De uitreis onmogelijk maken?”