Hybert doet twijfelen aan de waarde van kunst

Tentoonstelling: Fabrice Hybert, Testoo. De Vleeshal, Markt, Middelburg. Di t/m zo 13-17u. T/m 28 oktober.

Ze is een trut en dat weet ze. Op veel te hoge pumps waggelt de travestiet door het huiskamertje, gehuld in een solide, bruine rok tot over de knie. Haar donkere haar heeft ze opgestoken, haar handen houdt ze koket omhoog en hoewel er geen geluid te horen is, is duidelijk dat ze voortdurend loopt te kirren. Af en toe gaat ze op een van de vier houten wigjes staan die over de vloer verspreid liggen en wiebelt wat met haar kont, soms valt ze.

Je hoeft geen fanatieke televisiekijker te zijn om het type in deze video van Fabrice Hybert te kunnen thuisbrengen: ze lijken op de reclames (onder titels als Amazing Discoveries) die de loze uren op commerciële televisiezenders vullen. Schijnbaar zinloze produkten worden daar aangeboden, zoals de Abroller (een rollende beugel om je buikspieren te trainen), de Flying Lure (glimmend aas voor sportvissers) of Durashine (een brandwerende was voor je auto). Nutteloze en lachwekkende spullen zijn het, die door de lengte van de reclame (meestal duren ze een half uur per stuk), en de aanhoudend enthousiaste getuigenissen van tevreden gebruikers langzaam bij de kijker naar binnen worden geperst: 'Dit is echt een fantastisch produkt Mike!'.

Erger consumentisme bestaat er niet en het ligt dan ook voor de hand om de vier video's die Hybert op zijn tentoonstelling Testoo in Middelburg exposeert als een parodie op dit genre te beschouwen. Dit wordt versterkt doordat de aangeprezen voorwerpen naast de beeldschermen te bezichtigen zijn waardoor hun onbenulligheid nog eens wordt benadrukt. Zo blijken de wigjes 'kontophouders' te zijn (staande op zo'n wigje komt je achterwerk beter uit). En de fruit- en groente -antitraumatiseerder' (kommen waar een stuk elastisch rubber overheen is gespannen en waarop tomaten en appelen liggen) zijn niet bedoeld, zoals ik aanvankelijk dacht, om het tentoongestelde fruit geestelijke bijstand te verlenen, maar om ermee te kunnen gooien zonder dat ze beurs worden.

De moddervette ironie van Hybert maakt dat je snel geneigd bent zijn werk af te doen als slechte jaren-zestig-kunst, de zoveelste maatschappelijk verantwoorde parodie op het consumentisme. Hybert gaat alleen wat verder: hij nodigt de toeschouwer van harte uit de voorwerpen zelf te proberen. Ik ben er niet eens aan begonnen, bang dat er iemand zou binnenkomen die me met een 'fruit- en groente -antitraumatiseerder' in gevecht zou zien, de angst om met al die glimlachende koppen op Amazing Discoveries vereenzelvigd te worden was te groot. En nog verder: hoewel hij de objecten nu nog 'protypen' noemt, heeft hij aangekondigd de meeste ervan in produktie te zullen gaan nemen en te gaan verkopen in een nog op te richten 'Hybermarche' in Parijs. De kans dat ze goed zullen verkopen is groot, want Hybert geldt als een van de spraakmakendste jonge kunstenaars van het moment.

Door zijn objecten zo nadrukkelijk de 'echte wereld' in te sturen slaagt Hybert, waar andere, soortgelijke kunstenaars falen: als toeschouwer vergeet je bijna dat je met kunst van doen hebt - 'hogere' kunst, museumfahig, die zich over het algemeen ver boven de Abrollers en de Durashines verheven voelt. Daardoor stelt Hybert subtiel de waarde van het kunstvoorwerp zelf aan de orde, en brengt hij je aan het twijfelen over de wijze waarop zijn 'kunstvoorwerpen' (zoals de wigjes) fungeren en verkocht worden. Ongetwijfeld zijn ze (praktisch gezien) nuttelozer en duurder dan de Abroller en wordt hun prijs vooral gelegitimeerd door de artistieke context.

De kunst van Hybert past daardoor in de traditie van kunstenaars als Andy Warhol en Jeff Koons, die ook de werking van het unieke kunstvoorwerp en de kunstmarkt aan de orde stelden. Dat dat een trendgevoelige bezigheid is heeft de rise and fall van Koons wel aangetoond, maar Hybert lijkt langer stand te kunnen houden. Hij imiteert de massacultuur niet alleen, maar draait er tegelijkertijd met een grote boog omheen. Dat maakt zijn installaties onverwacht complex en gelaagd. Bij Hybert heeft het schaap van de kunst de wolfskleren van de commercie aangetrokken.