Het draagvlak voor kernenergie is verdwenen; Desillusie Dodewaard

Kerncentrale Dodewaard gaat dicht. De anti-kernenergiebeweging krijgt alsnog gelijk, maar viert de sluiting niet als een klinkende overwinning: die is het gevolg van de onrendabele bedrijfsvoering. De oud-activist: “Ik ben blij, daar niet van, maar wel verbaasd.” De hoogleraar: “Al die jaren werk om de nucleaire kennis op peil te houden, zijn voor niets geweest.”

Laat ik eerlijk zijn', zegt Sible Schöne, antikernactivist van het eerste uur, “die sluiting van Dodewaard, dat is niet iets waar de antikernbeweging trots op kan zijn. Op Kalkar, daarop zijn we trots. De sluiting daarvan hebben wij bereikt, dat staat vast. Maar Dodewaard? Ik ben er blij om dat de centrale dicht gaat, daar niet van. Ik was wel verbaasd: hadden ze niet net alle vergunningen rond en een dure verbouwing achter de rug? Maar toch, als je er nuchter over nadenkt is het zo logisch als wat. Er bestaat geen maatschappelijk draagvlak voor kernenergie, Dodewaard is een onderzoeksreactor waar alleen maar geld bij moet en de SEP opereert tegenwoordig in een concurrerende omgeving.”

Schöne heeft de gehele geschiedenis van de antikernbeweging meegemaakt, vanaf de eerste Stroomgroepen in 1973, via Stop Kernenergie Nijmegen tot de Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) onder jonkheer M.L. de Brauw in 1982. In 1986 werd hij woordvoerder kernenergie bij Milieudefensie. Maar na Tsjernobyl werd kernenergie een slapende portefeuille. Hij werkt nu een jaar of vier bij het Wereldnatuurfonds aan klimaatverandering, min of meer het verlengde van het energievraagstuk.

Begin jaren tachtig was de bloeitijd van de antikernbeweging. De grote demonstraties, de blokkades, het 'circus van De Brauw' - een aktievoerder had er bijna een dagtaak aan. De Brede Maatschappelijke Discussie (eigenlijk 'Maatschappelijke Diskussie Energiebeleid') was een poging van de Tweede kamer om bij een belangrijk besluit de bevolking rechtstreeks te betrekken. Er heerste na 1979, het jaar waarin bij het Amerikaanse Harrisburg het inwendige van de kerncentrale Three Mile Island 2 ernstig beschadigd werd, veel onzekerheid over de veiligheid van kernenergie. Tot dan had de regering gestreefd naar diversificatie van energiebronnen: een derde olie of gas, een derde kolen, een derde kernenergie.

Na de energiecrisis in 1973 had Nederland zijn lesje geleerd. Wegens zijn pro-Israel standpunt werd Nederland extra zwaar getroffen door de Arabische olieboycot. Eenzijdige afhankelijkheid van een enkele energiebron mocht nooit meer voorkomen. In de BMD zou het volgens de regering niet alleen over kernenergie mogen gaan, maar over de voor- en nadelen van alle vormen van energieopwekking. Wie alleen maar tegen kernenergie was, moest zich wel realiseren dat hij dus een voorstander was van (toen nog) vieze kolencentrales, van afhankelijkheid van Arabieren of van het opstoken van de eigen gasvoorraden.

Stuurgroepvoorzitter De Brauw werd aanvankelijk met veel wantrouwen door de antikernbeweging bekeken: een jonkheer zou wel met een rechts pro-kernenergiestandpunt komen. Hadden studenten in een vorig kabinet al niet tegen hem als onderwijsminister gedemonstreerd: 'De Brauw, ga gauw'? Maar de uitkomst van de Brede Maatschappelijke Discussie ('Energie, te belangrijk om alleen aan deskundigen over te laten') was de antikernbeweging erg meegevallen. Na alle informatierondes moest het publiek als goed geïnformeerd beschouwd worden - en toch was ruim tachtig procent tegen verdere uitbreiding van kernenergie. Maar voor sluiting van bestaande centrales was er geen meerderheid. En zeker niet in de Tweede Kamer, die zich het laatste woord voorbehield. Niet lang na het uitbrengen van het eindrapport van de BMD stierf De Brauw onverwacht. Er was alom veel waardering voor het werk van De Brauw, die zijn eigen standpunt altijd voor zich heeft gehouden, maar de Tweede Kamer zal niet snel weer om een brede maatschappelijke discussie vragen. Al tijdens de BMD vonden velen het een slecht democratisch middel: de uitkomst was niet bindend, en mensen bleken niet dankzij argumenten van mening te veranderen.

Na de grote blokkades van Dodewaard in 1980 en 1981 en na de BMD had Schöne nooit meer gedacht dat het zou lukken om de centrale tot sluiten te dwingen. “Met een kleine variatie op minister Vredelings uitspraak 'Congressen kopen geen straaljagers' wisten we langzamerhand wel: 'Bewegingen sluiten geen centrales'. We waren in 1986 zelfs bang dat het VVD-minister Van Aardenne toch zou lukken drie nieuwe kerncentrales te bouwen in Eemshaven, IJsselmeer en Moerdijk. De actiegroep 'De wraak van Jonkheer De Brauw' kreeg bij een inval in de kamer van een topambtenaar brieven in handen van Van Agt, toen commissaris van de koningin in Noord-Brabant. Die verheugde zich op een kerncentrale in Brabant en schreef zinnen als 'Het paard dat de kar trekt, kan best wat haver gebruiken'. Via de aktiekrant Bluf werd dat naar buiten gebracht.”

Redding

Van Aardenne had, ondanks de uitkomst van de BMD, de wind mee. Uit nadere bestudering van het ongeluk in Harrisburg, de zogeheten 'brontermstudies', bleek dat westerse centrales met een veiligheidskoepel (of een andere vorm van insluiting) aanmerkelijk veiliger waren dan aanvankelijk was gedacht. Het jodiumgas en het gasvormige cesium - de radioactieve stoffen die zich het snelst verspreiden bij een ongeval - reageren met elkaar tot cesiumjodide dat als een zout neerslaat en binnen de koepel blijft. Zo bezien was Harrisburg geen ramp, maar juist het bewijs dat kerncentrales veilig zijn. Een 'herbezinning' op kernenergie was volop aan de gang en er was bij de KEMA al een tiental mensen bezig met het formuleren van offerteaanvragen voor nieuwe kerncentrales.

Toen kwam Tsjernobyl en alle voornemens waren over. “Dat was waarschijnlijk onze redding”, zegt Schöne, “want ik had er een hard hoofd in of de antikernbeweging sterk genoeg was om plaatsing tegen te houden.” Door de technische ontwikkelingen in de jaren daarop week het nucleaire gevaar volledig. “Door het succes van de warmtekrachtkoppeling, waarbij industriële proceswarmte samen met elektriciteit wordt opgewekt, kwam er in Nederland langzamerhand een overschot aan elektriciteit. Voor een nieuwe kerncentrale is nu absoluut geen plaats.”

Ook voor Ludie Olthof, indertijd woordvoerder energie bij Natuur & Milieu, kwam de sluiting van Dodewaard totaal onverwacht. Olthof: “Ik hoorde het over de radio. Ik werk nu al een jaar of zeven bij de provincie Gelderland bij Milieu en Economie, en kernenergie staat langzamerhand wat verder van me af. Maar ik volg alles nog met belangstelling. Ik heb er nog even aan gedacht om wat mensen te bellen om erover te praten, maar het is er die avond niet van gekomen.”

Denkt Olthof dat de acties van de antikernbeweging succes hebben gehad? “Ja zeker wel. Door de acties moesten aanvullende veiligheidsvoorzieningen worden aangebracht. Ik geef toe dat de technici daar zelf ook wel het nut van inzagen, maar de acties hebben zeker geholpen. Ook het afgeven van vergunningen werd een tijdrovende affaire. Al die extra voorzieningen en procedures hebben kernenergie een stuk duurder gemaakt. Het is in ieder geval niet de goedkope energiebron geworden waar men het aanvankelijk voor hield.” Volgens Olthof is er na de BMD een status quo ontstaan: wat er aan centrales stond mocht blijven, maar er kwam niets nieuws bij. “De kernenergieoptie was niet definitief over, maar andere opties zoals zonne- en windenergie kwamen wel naderbij. Zo is stapje voor stapje de bodem onder kernenergie weggevallen, totdat de SEP zelf inziet dat het te duur wordt.”

Geen commentaar

Hoe moet het nu verder met kernenergie in Nederland? In de centrale Dodewaard wordt de pers niet meer te woord gestaan. De stemming is down. Directeur dr. H. Arnold is er niet, voor informatie wordt men verwezen naar de SEP. Daar verwijst men naar het persbericht van vorige week.

Ook bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten, waar nog steeds een belangrijke afdeling nucleaire energie bestaat, wordt de boot afgehouden. Directeur Van den Kroonenberg is enkele maanden geleden overleden en de voorlichting wil geen personeelsleden laten spreken. Voorlichter Dordtmunder: “Dat KEMA en SEP geen nader commentaar willen geven, wil nog niet zeggen dat het ECN namens nucleair Nederland moet spreken. ECN heeft zijn onderzoeksgebieden sterk verbreed, kernenergie is nog maar een klein deel van ons pakket.”

Wie geen last van koudwatervrees heeft, is de vroegere ECN-directeur dr. J.A. Goedkoop. Goedkoop, die het ECN nog gekend heeft als het Reactorcentrum Nederland, dat puur op kerntechniek gericht was, komt er eerlijk voor uit dat hij de sluiting van Dodewaard jammer vindt. “Vooral jammer omdat de centrale net een backfitting achter de rug heeft, waardoor hij weer jaren meekon. Ik kan nu ook geen bezoekers meer meenemen - ik heb nog een leeropdracht in Leiden - zodat ik nu weinig meer kan laten zien. Dodewaard was toch bij uitstek het trefpunt voor nucleaire technici.”

Goedkoop ergert zich eraan dat in Nederland niet rationeel over kernenergie wordt gesproken: “Kernenergie is zo'n besmet woord geworden, dat zelfs de beslissing om ermee te stoppen niet echt genomen wordt. Want de SEP stopt er nu wel mee, maar alleen omdat het te duur wordt. Minister Wijers zegt helemaal niets. En minister De Boer is alleen 'blij'. Maar waarom blij? Weet ze wel hoeveel windturbines er geplaatst moeten worden om die weggevallen 58 megawatt weer op te vangen? Want ook een kerncentrale werkt zonder CO2-uitstoot. Het is ergerlijk dat zo'n belangrijk, verstrekkend besluit zo achteloos genomen wordt.”

Dodewaard was natuurlijk niet belangrijk om die 58 megawatt, corrigeert Goedkoop zichzelf. Het was de onderzoeksreactor om de nucleaire kennis in Nederland op peil te houden. Goedkoop: “En dat lukte toch heel aardig. De afdeling kerntechniek van het KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs) was de laatste jaren aan het vergrijzen, maar je zag toch weer aardig wat jonge gezichten. Het PINK-programma (Project instandhouding nucleaire kennis) van de vorige minister Andriesse werkte daaraan mee. En de backfitting van Dodewaard en Borssele heeft ook heel wat manuren opgeleverd bij Nucon, het nucleaire ingenieursbureau van Stork-Comprimo. Maar het ging eigenlijk al mis toen minister Wijers aan PINK een einde maakte.”

Symbolische waarde

Marleen Bootsma, de huidige woordvoerster energie van Natuur & Milieu, ziet geen enkele toekomst meer voor kernenergie in Nederland. “Daarom is het goed dat Dodewaard dicht gaat. Die beslissing had eigenlijk veel eerder genomen moeten worden. De kennis die met Dodewaard vergaard wordt is eigenlijk al achterhaald. Een kokend-waterreactor van het type Dodewaard is geen inherent veilige centrale. En dat zou de enige centrale zijn, waaraan onderzoek gedaan kan worden.” Maar tilt zij er dan niet aan dat de nucleaire kennis straks uit Nederland verdwijnt? “Als Nederland die kennis ooit weer eens nodig zou hebben - ik zeg als - dan hoeft dat niet op zulk hoog niveau op peil gehouden te worden. Die kennis kun je altijd kopen. En wat Dodewaard nog betreft: dat minimale centraletje zou bij een ongeluk toch wel half Nederland kunnen besmetten.”

Prof.dr. Hugo van Dam van het Interfacultair Reactor Instituut Delft, de enig overgebleven hoogleraar reactorfysica in Nederland, is de klap nog nauwelijks te boven. Van Dam: “Dodewaard had natuurlijk een belangrijke symbolische waarde. Zolang Dodewaard bestond, bleef Nederland actief deelnemen aan het onderzoek naar nieuwe kernreactoren. Onze vakgroep ontwikkelde samen met Dodewaard nieuwe typen kokend-waterreactoren. Of die inherent veilig zijn? Die term gebruiken we liever niet. We zeggen liever passief veilig, omdat... nou ja, wat maakt het ook uit: wij vinden die nieuwe typen kokend-waterreactoren inderdaad inherent veilig. Maar dat zal de antikernbeweging wel niet met ons eens zijn. Volgens de beweging bestaan er nu eenmaal geen veilige kerncentrales.”

Ondanks het slechte klimaat voor kernenergie wist Van Dam toch wel studenten te boeien. In Delft heeft hij acht promovendi en nog drie in het ECN te Petten. Met tien doctoraalstudenten is ook de opvolging redelijk verzekerd. Van Dam: “Het ging helemaal niet slecht met het kernenergieonderzoek in Nederland. We hebben een enthousiaste jongerenclub van de European Nuclear Society. De leden daarvan moeten onder de 35 zijn. Hoe het onderzoek nu verder moet na Dodewaard? We hebben hier in Delft een simulator en wat computers waar we wat experimenten op kunnen doen. Verder kan er in Borssele nog wat, zij het natuurlijk niet zoveel als in Dodewaard.”

Van Dam was niet verrast over de sluiting. “Ik heb geen officiële voorinformatie gehad. Maar de sluiting hing toch wel in de lucht. Je hoorde al onheilspellende berichten. Ik ben nu 56 jaar. Vanaf je 55ste word je tegenwoordig op de universiteit weggekeken. Ik heb het recht om tot mijn 65ste te blijven. Of ik dat ook doe? Dat weet ik niet. Ik heb nog heel wat af te maken. In ieder geval zit ik hier over twee jaar nog.”

Van Dam kan niet anders dan somber zijn over de toekomst van kernenergie in Nederland. “Ach, Nederland is over een paar decennia een nucleair ontwikkelingsland. Als het gas dan op is en we kernenergie nodig hebben, moeten we de centrales in het buitenland kopen en kunnen ze ons alles op de mouw spelden. We hebben er jaren aan gewerkt om die kennis juist op peil te houden. En dat is nu voor niets geweest. Ik heb gisteren een brief geschreven naar Dodewaard om ze een hart onder de riem te steken. Want reken er maar op dat de klap bij hen nog harder aankomt. Ik zag een paar dagen geleden op de televisie wat actievoerders in juichstemming. Ze hadden het over een feestje op de Waaldijk. Ik hoop dat ze dat niet doen. Dat zou heel onkies zijn en ook erg onverstandig. Die mensen daar in Dodewaard lusten die actievoerders nu wel rauw.”