'Geen hoop meer voor oppositie Joegoslavië'; Econoom Mladjo Dinkic over aftreden van oppositieleider

Afgelopen donderdag werd bekend dat Dragomir Abramovic is afgetreden als leider van de verenigde oppositie in Joegoslavië. Volgens de Servische econoom Mladjan Dinkic is daarmee de laatste hoop dat de Servische president Slobodan Milosevi'c tijdens de federale parlementsverkiezingen op 3 november kan worden verslagen, vervlogen.

ROTTERDAM, 12 OKT. Mladjan Dinkic, auteur van het boek 'The Economics of Destruction' waarin hij onthult hoe het bewind van de Servische president Milosevic de Servische bevolking in een paar jaar tijd van miljarden aan spaargeld beroofde, kon het eerst niet geloven.

Maar na een telefoontje vanuit zijn logeeradres in Den Haag naar Belgrado wist hij het zeker: Abramovic (78), de enige man die de oppositie in Joegoslavië wist te verenigen en zelfs een reële kans maakte om de regerende partij van president Milosevic te verslaan, had zich om gezondheidsredenen uit de verkiezingen teruggetrokken.

Maar Dinkic, die deze dagen een tour maakt langs Duitse en Belgische universiteiten om over zijn boek te praten en ook Nederland een dagje aandeed, gelooft niet dat het Abramovic' gezondheid was die hem deed besluiten niet meer mee te doen. “Abramovic heeft het leiderschap van de oppositie pas tien dagen geleden op zich genomen. Toen was zijn gezondheid ook niet optimaal.”

Abramovic, in 1994 als hoofd van de Nationale Bank verantwoordelijk voor het stoppen van de uit de hand gelopen hyperinflatie in Joegoslavië, maar als voorstander van een vrije markt-economie nadien door Milosevic ontslagen, is zeer populair in Joegolavië.

Zelfs zo populair dat het er de laatste dagen naar uitzag dat het verenigde oppositie-blok 'Zajedno' ('Samen'), sinds hij er de leiding had, de Socialistische partij van Milosevic bij de komende parlementsverkiezingen zou gaan verslaan.

De straatarme Servische bevolking is gedemoraliseerd en heeft nauwelijks belangstelling voor politiek. “Maar toen Abramovic zich twee weken geleden opwierp als leider van de oppositie ontstond plotseling een golf van enthousiasme”, zegt Dinkic. “Abramovic werd binnengehaald als de nieuwe Tito.”

Vooralsnog zijn de omstandigheden waaronder Abramovic is afgetreden onduidelijk, maar Dinkic sluit niet uit dat hij is geïntimideerd. Dinkic en zijn familieleden ondergaan die intimidatie sinds het uitkomen van zijn boek over de hyperinflatie tenslotte zelf ook. “Ik ben aangereden in mijn auto. Mijn moeder wordt de laatste tijd gevolgd.”

De hyperinflatie in Servië (352 miljard procent) in 1993 was een van de grootste in de wereldgeschiedenis, zegt Dinkic.

Maar wat haar uniek maakte, was dat zij werd geregisseerd door de Servische politiek-financiële elite die door het laten draaien van de geldpers en het laten onstaan van een circuit van grijs geld, de bevolking haar spaargeld in Duitse marken uit de zak klopte.

Veel Serviërs hadden als ex-gastarbeider spaartegoeden in Duitse marken. Door de razendsnelle geldontwaarding werden ze gedwongen hun tegoeden op spaarrekeningen en in de oude sok in marken, in te wisselen voor dinars. Door trucs van wisselkantoren en banken werd hen zo miljarden aan Duitse marken afhandig gemaakt terwijl de dinars die ze ervoor terugkregen in korte tijd waardeloos werden.

Dinkic: “Westerse economen hebben vaak beweerd dat het geld werd gedrukt om de oorlog in Bosnië te financieren. Maar dat is niet zo. De marken werden direct weggesluisd naar privé-rekeningen in Zwitserland en Cyprus”.

Abramovic maakte als nieuwe voorzitter van de Centrale Bank op 24 januari 1994 snel een einde aan de hyperinflatie toen deze ook voor de bestuurlijke elite contra-productief begon te worden. Het was een eenvoudige ingreep, zegt Dinkic: de geldpers werd stilgezet en een nieuwe, aan de Duitse mark gekoppelde dinar werd geintroduceerd.

Omdat in Servië nog steeds dezelfde elite aan de macht is en Abramovic, die voorstander was van vergaande hervormingen van de economie, als hoofd van de Centrale Bank is ontslagen, ligt de inflatie alweer rond de 100 procent per jaar. De economische toestand in het land is deplorabel.

Als Abramovic als leider was aangebleven, had de oppositie de federale parlementsverkiezingen waarschijnlijk gewonnen, zegt Dinkic, en was er - hoewel Milosevi'c iniedergeval nog tot 1997 aanblijft als president - hoop geweest op verandering. “Het was een teken geweest voor de bevolking dat verandering mogelijk is”, zegt Dinki'c.

Abramovic, bijgenaamd 'Super Opa', was als socialist en ex-lid van de bestuurlijke elite in Servië de ideale man om kiezers van Milosevic weg te snoepen. Maar zonder hem heeft de (verdeelde) oppositie volgens Dinkic geen enkele kans. “In Servië, waar het parlement machteloos is, stemmen kiezers op personen, niet op partijen.”

En van Milosevic verwacht Dinkic geen veranderingen, de nodige privatisering van het bedrijfsleven zal uitblijven. “Zijn macht stoelt op totale financiële controle. Niemand kan directeur van een bedrijf worden zonder lid te zijn van Milosevic' partij. Ik zie niet welke ambities hij heeft voor zijn land, de levensstandaard is sinds hij aan de macht is alleen maar omlaag gegaan. Hij geeft niet om zijn burgers. Het enige dat hij wil, is aan de macht blijven.”

Servische kranten speculeerden dat de VS en Europa het aftreden van Abramovic hebben geforceerd omdat Milosevic het vredesakkoord van Dayton heeft ondertekend en ze met hem zaken willen blijven doen. Volgens Dinkic is het zelfs niet uitgesloten dat Milosevic en Abramovic het samen op een akkoordje hebben gegooid. “Ik wil het eigenlijk niet denken, maar mischien is hem door Milosevic op het laatste moment wel weer de post van voorzitter van de Centrale Bank beloofd. In dit land is alles mogelijk.”