De edelste vorm van burgerschap

Ooit werden er in Amsterdam schatten verzameld met het succesvol bemiddelen van kanslozen op de arbeidsmarkt. Scheepsladingen vol ongeschoolden werden in Afrika ingekocht en vervolgens met grote winsten afgeleverd bij de overzeese werkprojecten die in die dagen het kolonialisme tot zo'n economisch succes maakten. Deze ruwe vorm van arbeidsbemiddeling is in de loop van geschiedenis ethisch bijgeschaafd. Net zoals het kolonialisme.

Tegenwoordig opereren de Amsterdamse regenten heel wat behoedzamer en hun werkterrein is versmald tot de eigen gemeente. De werklozen krijgen geen pistool in de nek, maar een uitnodiging van de Sociale Dienst voor een 'heroriëntatiegesprek'. In dat gesprek wordt hen gewezen op de mogelijkheid van 'additionele arbeid', als witte werkster bijvoorbeeld of als plantsoenarbeider.

In datzelfde gesprek worden zij voorgesteld aan hun trajectbegeleidster, die de reis naar de beloofde Melkertbaan zo aangenaam mogelijk zal doen verlopen. Sociale vaardigheden, met twee woorden spreken, brieven schrijven, motivatie - als de cliënt daar behoefte aan heeft kan hij voor al deze mooie zaken een cursus volgen. Van de trajectbegeleidster krijgt hij daarbij gratis huiswerkbegeleiding. Op de verre tocht naar de arbeidsmarkt hoeft hij zich geen moment te vervelen.

Is deze aanpak net zo succesvol als de vorige? Ja en nee. Ja, omdat er een heel leger van politici, gemeenteambtenaren, onderzoekers, projectmanagers, adviseurs en trainers een goed belegde boterham aan overhoudt. In die zin komt, net als vroeger, de moderne arbeidsbemiddeling de gezeten Amsterdamse burgerij zeer ten goede.

En het aardige daarbij is dat het inkomen dit keer in moreel opzicht helemaal verantwoord is. Want in de dominante paarse ethiek is het verschaffen van werk aan een minderbedeelde de edelste vorm van burgerschap die een mens kan nastreven. Beter dan werken is het laten werken. Daarover zijn alle overgebleven politieke richtingen het roerend met elkaar eens. Dus vloeien de stromen overheidsgeld ongehinderd in de zakken van allen die beweren kansarmen op een professionele manier aan het werk te kunnen krijgen.

Maar hoe zakelijk en professioneel de trajectbegeleiders ook aan de slag gaan met hun bijstandscliënten, en hoe dynamisch de werksimulatieprojecten ook ogen, tot nu toe lukt het maar mondjesmaat de langdurig werklozen in Amsterdam voor al dat fraais te interesseren. Er zijn 55.000 kandidaten, en van hen hebben er tot nu toe slechts 2.303 van de additionele werkgelegenheid gebruik gemaakt. Drie Melkertregelingen en vele honderden deskundigen ten spijt.

De geringe respons is niet de schuld van de deskundigen of van minister Melkert zelf, want in Amsterdam liggen, dankzij hun inspanningen, op dit moment maar liefst 3.789 banen op de werkloze doelgroep te wachten. Alleen, de doelgroep aarzelt, vertrouwt de zaak niet helemaal en staat allerminst te popelen om het werkgelegenheidsbeleid van burgemeester en wethouders tot een succes te maken.

In zo'n geval rest een modern stadsbestuur dat niet direct naar het pistool wil grijpen nog een laatste mogelijkheid: reclame. Plak de stad vol met affiches, adverteer paginagroot in de dagbladen, stuur promotieteams de achterstandswijken in en duw het produkt werk persoonlijk, van huis tot huis, door de strot van de uitkeringsgerechtigde.

En daar is de gemeente Amsterdam dan ook vorige maand mee begonnen. Ze heeft daarvoor vijf miljoen gulden gegeven aan het door haarzelf opgerichte bedrijf NV Werk. Deze organisatie moet in de hoofdstad de banenmachine van Melkert op stoom houden. Binnen drie jaar gaat het bedrijf tienduizend werkloze Amsterdammers aan een baan helpen, zo heeft directeur Verheij moeten beloven toen hij voor veel geld door de gemeente uit het bedrijfsleven werd weggekocht. (Wat een wonderlijke wegen volgt het socialisme toch in haar nadagen! In deze directeur herkennen wij de fameuze studentenleider Paultje Verheij, die begin jaren zeventig tot de post van ASVA-voorzitter geroepen werd, omdat zijn vader als succesvol wethouder toendertijd het boegbeeld van de CPN was. Paul studeerde, geloof ik, theaterwetenschappen. Nu dus “een peperdure manager en een der hoogst betaalde ambtenaren in Amsterdam”, volgens de krant. Willen de jonge liberale honden van de Telderstichting dit eens haarfijn uitpluizen?!) Welnu, met die vijf miljoen zijn Verhey en zijn reclamebureau flink aan de slag gegaan.

Het eerste resultaat stemt meteen heel treurig. MokumWerkum is de jolige slogan waarmee de bijstandontvanger toegeroepen wordt. We gaan dus tof doen. En voor de eerste paginagrote advertentie waarmee een maand geleden het startsschot van de campagne gegeven werd, had het creatieve team acht zeer toffe Amsterdammers bereid gevonden de werkloze stadgenoot tot de arbeid op te roepen.

'Werken verbetert je leven', zo houdt de zwoel ogende nachtclubzangeres Gerrie van der Klei de bijstandmoeder voor. 'Werk houdt je bezig', klinkt het iets eenvoudiger uit de mond van de tofste godenzoon ever, Sjaak Swart. Wethouder Van der Aa is wat feller: 'Ik wil vechten voor nieuwe banen', meldt hij vanachter een opengeslagen ordner. En Ed van Thijn, consultant honoris causa, en de tofste burgervader uit de Amsterdamse geschiedenis weet uit eigen ervaring: 'Voor Amsterdammers geldt, waar een wil is, is werk'. Wat Karin Bloemen, Cox Habbema, Mathilde Santing en de onvermijdelijke Louis van Gaal over de arbeid te melden hebben laat ik over aan uw verbeelding.

Het krankzinnige is natuurlijk dat hier een consultant, een politicus, een theaterdirecteur, twee voetballers, en maar liefst drie zangeressen gebruikt worden om een werkloze Amsterdammer ervan te overtuigen dat werken als kaartjescontroleur op een koud metrostation voor een inkomen dat een paar stuivers boven het bijstandsniveau ligt, je leven in Mokum zal verrijken. Hoe zeldzaam onwaarachtig klinkt deze boodschap uit de mond van mensen die in het gewone leven sloten met geld verdienen door mensen juist van het werk te houden.

De langdurig werklozen zullen zich dan ook niet aangesproken voelen. Integendeel. Door dit soort beledigingen groeit de motivatie om de strijd voort te zetten en te wachten op het moment dat er fatsoenlijk werk wordt aangeboden, op een fatsoenlijke manier.