Clinton ontspannen naar de finish

MANCHESTER, 12 OKT. Op een gammel wit klapstoeltje zit de president van de Verenigde Staten intens tevreden te luisteren. Terwijl een rode avondzon zijn gezicht op deze warme oktoberdag zachtroze kleurt, hoort hij glunderend aan hoe de ene na de andere spreker zijn presidentschap prijst.

Het publiek in dit knusse honkbalstadion in Manchester, in de staat New Hampshire, juicht iedere keer dat zijn naam valt. Er zijn spandoeken, vlaggetjes en kartonnen borden met “Clinton Gore '96” erop. “Nóg vier jaar, nóg vier jaar”, scanderen de drie- tot vierduizend aanhangers.

De president gooit lachend zijn hoofd in zijn nek en klapt in zijn handen, alsof hij totaal verrast is door het onthaal dat hem ten deel valt. De stoeltjes links en rechts van hem op het houten podiumpje zijn leeg, maar er zijn genoeg mensen om zijn vreugde te delen: de drumband die op de grasmat klaarstaat, de cheerleaders, de junioren van de lokale voetbalclub, ze krijgen allemaal een dankbare lach en een opgestoken duim.

Bill Clinton doet wat hij zijn hele leven heeft gedaan, hij voert campagne. En het is duidelijk dat hij geniet. Hij ruikt de overwinning. Op 5 november kiest Amerika een president, en alle opiniepeilingen geven aan dat hij een grote voorsprong heeft op zijn Republikeinse rivaal Bob Dole.

“Het kan zijn dat er op dit moment iemand in Amerika gelukkiger is dan ik”, vertrouwt Clinton het publiek op de tribune toe als hij eindelijk achter de microfoon staat, “maar ik heb geen idee wie dat zou kunnen zijn.” Aan de oprechtheid van de president wordt vaak getwijfeld, maar dat deze woorden recht uit het hart komen is zonneklaar.

Een tweede ambtstermijn mag binnen handbereik lijken, Clinton is niet van plan het daarom maar wat rustiger aan te doen met zijn campagne. We mogen niet overmoedig zijn, waarschuwt hij zijn medewerkers en zijn aanhang al maanden. En dus reist hij onvermoeibaar het land door, zo vaak als zijn verplichtingen in Washington het maar toelaten. De ene dag is hij in Connecticut, New Hampshire en Maine, om pas om een uur 's nachts terug te keren in het Witte Huis. Twee dagen later is hij alweer om acht uur's ochtends op pad voor een tournee van ruim zestien uur in Tennessee, Ohio en Kentucky.

Nu de overwinning hem lijkt toe te lachen wil Clinton het onderste uit de kan. Hij voert ook campagne in doorgaans Republikeinse bolwerken, zoals New Hampshire. In één moeite door helpt hij de Democratische kandidaten voor het Congres een handje door samen met hen op campagnebijeenkomsten te verschijnen.

En overal tracht hij traditioneel Republikeinse groepen voor zich te winnen, zoals ondernemers en zo genoemde “voetbalmoeders”. Met de term voetbalmoeders, soccer moms, wordt in politiek bargoens een deel van het electoraat aangeduid dat volgens politieke commentatoren op 5 november wel eens de doorslag kan geven.

Pagina 5: 'Voetbalmoeders willen Clinton'

Zoals volgens dezelfde commentatoren “boze blanke mannen” (angry white males) bij de Congresverkiezingen van 1994 de Republikeinen aan een meerderheid hielpen in zowel Senaat als Huis van Afgevaardigden, zo zou de uitslag dit jaar afhangen van het stemgedrag van behoudende vrouwen uit de middenklasse, die wonen in de buitenwijken, die kinderen hebben en dikwijls ook een baan, en die traditioneel Republikeins stemmen.

Slechts met moeite kunnen deze vrouwen al hun drukke werkzaamheden combineren - als ze niet werken of thuis hun gezin draaiende houden, zijn ze met de mini-van onderweg om hun kroost naar ballet of voetballen te brengen. Ze maken zich zorgen over de toekomst van hun kinderen en de aflossing van de hypotheek, en ze hebben het gevoel dat president Clinton hun zorgen beter aanvoelt dan Dole. Ze voelen zich gesterkt door Clintons initiatieven voor invoering van de zogeheten v-chip, waarmee ouders gewelddadige programma's van hun televisie kunnen weren, zijn acties tegen de sigarettenindustrie, de beperkingen die hij heeft gesteld aan de verkoop van vuurwapens en zijn pleidooien voor schooluniforms.

De voetbalmoeders hebben misschien geen groot vertrouwen in de persoonlijke integriteit van de president, maar ze vrezen dat Dole, onder meer vanwege zijn leeftijd van 73 jaar, te ver af staat van hun dagelijkse beslommeringen. Volgens opinie-onderzoek is deze groep van hoofdzakelijk blanke vrouwen er verantwoordelijk voor dat Clinton onder vrouwelijke kiezers een voorsprong van vijftien tot twintig punten heeft op Dole. Hun echtgenoten voelen zich misschien aangesproken door de belastingverlaging die Dole belooft, maar zij waarderen Clintons pakket sociale maatregelen en zijn argument dat een belastingverlaging onverantwoordelijk is zolang de begroting er geen ruimte voor laat.

Bij de laatste zonnestralen in het Gill-stadion in Manchester spreekt Clinton zijn enthousiaste gehoor toe als een gematigde Republikein. “In Washington zeggen de mensen me: 'Als je het land in gaat moet je niet praten over het in evenwicht brengen van de begroting, dat verveelt de mensen en vergt moeilijke beslissingen'. Maar het is belangrijk. Waarom? Omdat een kleiner begrotingstekort betekent dat de overheid minder leent, zodat het voor jullie makkelijker is om geld te lenen”.

Onder het publiek bevinden zich aanzienlijk meer dertigers en veertigers dan doorgaans het geval is op verkiezingsbijeenkomsten van Dole. “Ik was niet van plan om te komen, ik stem altijd Republikeins”, zegt een man met een peuter op zijn nek. “Maar mijn vrouw heeft me meegenomen, ze denkt dat ze me kan overhalen om op Clinton te stemmen. Wie weet”.

Als Clinton uitgesproken is, en hij ook het belang van medisch onderzoek, computers op alle scholen en inhaalprogramma's voor kinderen die niet kunnen lezen heeft bepleit, barst de drumband los in een kortademige versie van Stevie Wonders Isn't she lovely. De president wuift naar het publiek, het publiek gilt en juicht en zwaait terug. Achter het podium schuift de lange, zwarte Fleedwood Cadillac langzaam over het veld, in de richting van het trappetje waar Clinton handenschuddend vanaf loopt. Een veiligheidsagent opent het portier al. Maar Clinton is nog lang niet klaar om te vertrekken.

Eerst begeeft hij zich naar de menigte die links achter de dranghekken staat en schudt handen alsof zijn leven er van afhangt. Zijn rechterhand, zijn linkerhand, met grote gulheid deelt hij ze uit.

Zijn lange gestalte buigt zich zover mogelijk voorover, om ook mensen die iets verder naar achteren staan te kunnen bereiken. Jonge ouders, ouden van dagen, tieners, het voetbalteam, de vendelzwaaiers, het lijkt wel of hij iedereen een hand wil geven, zelfs de journalisten komen aan de beurt.

En dan rechts van het podium. Een gezette grijze dame omhelst hem alsof hij de verloren zoon is. Gretig blijft hij naar handen grijpen in de menigte, zijn gezicht suggereert dat hij voortdurend oude bekenden tegenkomt. Het lijkt of hij niet meer kan stoppen.

Pas als het stadion langzaam leeg begint te lopen, zwaait de president nog een laatste keer, en nog een keer, en stapt dan in zijn limousine. In Maine wacht die avond nog een ander stadion.