Bert Enklaar

Vorige week donderdag overleed Bert Enklaar, 52 jaar oud. In mijn oudste schaakschrift zie ik de eerste partij die ik tegen hem speelde, in 1959, hij vijftien jaar oud, ik veertien. Mijn Cartesius-lyceum won van zijn Barlaeus-gymnasium. Onze partij werd remise. In het schrift heb ik eigenwijze opmerkingen geschreven die, merk ik nu, niet allemaal in overeenstemming met de waarheid zijn.

Er staan nog meer partijen van ons in dat schrift, en in andere oude schriften en mappen die weggeraakt zijn moeten er nog vele tientallen zijn opgeschreven die we speelden in de scholencompetitie, de jeugdschaakclub Het Zwarte Veulen en in vriendschappelijke trainingsmatches.

Er waren jaren dat ik Bert Enklaar bijna iedere dag zag. We volgden dezelfde wiskundecolleges en gingen daarna naar het koffiehuis tegenover Artis, waar we praatten over de zin van wiskunde, literatuur en schaken. Er staat me bij dat gesprekken met hem vaak over de zin van iets gingen, maar waarschijnlijk ging het meestal gewoon over het konings-indisch of het Boedapester gambiet, waar hij een tijdje een ongelukkige liefde voor had. Dan weer naar college of meteen door naar het schaakcafé op het Leidseplein en een of twee keer in de week zagen we elkaar op onze club.

In 1963 mochten we voor het eerst mee met het Nederlandse team, naar Birmingham voor een wedstrijd tegen Engeland. Op een station in Londen merkten we dat Kennedy was doodgeschoten. Bert vond dat heel erg en ik verbaasde me daar over. We debuteerden ook gelijk in het kampioenschap van Nederland, Den Haag 1965, en we haalden evenveel punten. Sommige mensen konden ons niet uit elkaar houden en het is me een paar keer gebeurd dat ik met een schaker praatte en na een tijdje merkte dat die dacht dat ik Bert Enklaar was.

Opeens hield hij op met schaken, radicaal en naar het zich aan liet zien voorgoed. Het schaken was hem te frivool en hij vond dat het schade deed aan de ziel. Hij was een ernstig mens, wat hem overigens niet verhinderde om op een vrolijke toon te praten, en ik herinner me opeens dat hij, toch de vriendelijkheid zelve, mij in een ernstige discussie eens grinnekend La vache qui rit noemde, naar het smeerkaasmerk, en dat het, waarom weet ik niet meer, op dat moment pijnlijk toepasselijk leek.

Hij gaf al zijn schaakboeken weg aan zijn schaakvrienden en om de buit te verdelen organiseerden we een snelschaaktoernooi dat we het Bert Enklaar-herdenkingstoernooi noemden. Een paar jaar later was hij weer terug in de schaakwereld. We waren van plan om de boeken ook weer terug te geven, maar of we dat echt gedaan hebben weet ik niet meer.

Hij was flink vooruit gegaan in de jaren dat hij geen schaakstuk aanraakte. In 1972 won hij de meestergroep van het Hoogovenstoernooi samen met Ribli met de prachtige score van 12 uit 15, twee punten voor op het veld. Hij deed ook weer aan het kampioenschap van Nederland mee en in het bondsblad werd geschreven over een 'uitstekend debuut', want ze waren vergeten dat hij in 1965 ook al had meegedaan.

Hij speelde in de olympiade van Skopje 1972 en het volgend jaar werd hij in de grootmeestergroep van het Hoogovenstoernooi de beste Nederlander. Hij werd tot internationaal meester benoemd en in het kampioenschap van Nederland deelde hij de eerste plaats met Sosonko en Zuidema. Sosonko won de beslissingsdriekamp en werd kampioen.

Enklaar speelde in het olympiadeteam dat in Nice 1974 een mooie vijfde plaats behaalde en misschien dacht hij er in die tijd wel eens over om beroepsschaker te worden, maar hij deed het niet, hij werd wiskundeleraar en tegen het eind van de jaren zeventig begon hij zich opnieuw uit de schaakwereld terug te trekken, nu niet radicaal, maar geleidelijk. Hij bleef wel schaken, maar geen grote toernooien, alleen clubcompetitie en kleine wedstrijden van een of twee dagen, en hij zei wel eens dat hij wel wilde schaken, maar niet op de fanatieke manier van vroeger. Voor zijn genoegen wilde hij spelen, en zo dat hij de baas was over het schaken en het schaken niet over hem. Er was een jaar dat hij niet meer schaakte, maar damde. Behoorlijk fanatiek overigens, volgens Paul van der Sterren, die hem goed kende.

De laatste jaren, ongeneeslijk ziek, stortte hij zich weer in het schaken. Hij analyseerde openingen, kocht een computer met een partijendatabank en speelde waar hij maar kon, in de interne competitie van drie verschillende clubs en in toernooien in binnen- en buitenland. Zijn laatste toernooi was in augustus, het Lost Boys-toernooi in Antwerpen. Een paar dagen later begon hij ook nog aan het Donner Memorial in Amsterdam, maar de pijn en de uitputting die hij voor zijn tegenstanders altijd verborgen had gehouden, maakten dat hij zich na de eerste ronde moest terugtrekken.

Wit Ljubojevic-zwart Enklaar, Hoogovenstoernooi 1973

1. b2-b3 Pg8-f6 2. Lc1-b2 e7-e6 3. e2-e3 Lf8-e7 4. f2-f4 0-0 5. Pg1-f3 c7-c5 6. Lf1-d3 b7-b6 7. Pf3-g5 h7-h6 8. Dd1-f3 Pb8-c6 9. h2-h4 Mooi agressief gespeeld, maar het zal lang duren voor wit de aanval kracht bij kan zetten. 9...Lc8-b7 10. Th1-h3 Ta8-b8 11. Df3-e2 d7-d5 12. Pb1-a3 Pc6-b4 13. Th3-g3 a7-a6 14. 0-0-0 b6-b5 15. Td1-h1 d5-d4 Na 15...c4 heeft wit 16. Lh7+ 16. e3-e4 c5-c4 17. b3xc4 Pb4xa2+ 18. Kc1-d1 Le7xa3 19. Lb2xa3

Het is duidelijk dat zwarts aanval acuter is dan die van wit en nu komt een voor wit onaangename verrassing. 19...Lb7xe4 20. c4xb5 Na 20. Lxe4 bxc4 (dreigt mat) 21. Dxc4 Tb1+ 22. Ke2 Txh1 blijft zwart materiaal voor doordat Pg5 en Le4 hangen. 20...Le4xd3 21. De2xd3 Tb8xb5 22. La3xf8 Dit verliest snel. Met 22. Ke2 had hij zijn materiaal kunnen redden, maar na 22...Pb4 blijft zwart beter staan. 22...Tb5-b1+ 23. Kd1-e2 Tb1xh1 24. Lf8-a3 h6xg5 25. h4xg5 Pf6-h5 26. Tg3-f3 Met een stuk achter had wit het op kunnen geven, maar hij zal er geen tijd voor hebben gehad. 26...Dd8-d5 27. Ke2-f2 g7-g6 28. g2-g3 Th1-h2+ 29. Kf2-e1 e6-e5 30. c2-c4 Dd5-a5 31. Tf3-f2 Th2xf2 32. Ke1xf2 e5-e4 33. Dd3-b3 Da5xd2+ 34. Kf2-g1 e4-e3 Wit gaf op.

Wit Ljubojevic-zwart Enklaar, Lost Boys 1996. Het is een nog woestere partij geweest dan die van 23 jaar eerder. Wit dreigt ondekbaar mat.

32...Td2xe2+ 33. Kf2-g3? Razende tijdnood. Achteraf kwamen ze tot de conclusie dat het na 33. Kf1! Td1+ 34. Kxe2 Dxc4+ 35. Kxd1 Lf3+ remise door eeuwig schaak zou zijn geworden. 33...Te2-g2+ 34. Kg3-h4 Tg2xg4+ 35. Kh4xg4 Db3xc4+ 36. Kg4-g3 Td8-d3+ 37. Kg3-f2 Dc4-h4+ 38. Kf2-e2 Dh4-e4+ Wit gaf op.