Aandelen Koninklijke wegen steeds minder zwaar op het Damrak; Shell vaart wel op olie en Texaco

AMSTERDAM, 12 OKT. Even leek het Damrak deze week te ruiken aan de magische grens van 600 punten voor de AEX-index. Maar uiteindelijk moest de graadmeter, die vorige week afsloot op 584,93 punten en een tussentijds record neerzette van 590,76 punten op dinsdag, twee procent koersstijging tekort op een slot van 587,20 punten.

Een van de trekkers van het Damrak was Koninklijke Olie. Dat eindigde vorige week op 273 gulden, schoot op dinsdag door naar een record van 284 gulden en sloot de week af op 277,80 gulden. Daarmee noteert het aandeel 41,3 procent hoger dan een jaar geleden. De AEX-index boekte in die periode een koersstijging van 28 procent.

Waarom gaat het zo goed met het aandeel Koninklijke? Shell heeft op dit moment op vrijwel alle fronten de wind mee. Allereerst is er de laatste weken sprake van een waardedaling van de gulden, in het kielzog van de mark, tegenover vrijwel alle belangrijke valuta's in landen waar Shell zaken doet. Dat verhoogt de in guldens omgerekende winst per aandeel, en daarmee via de koers-winstverhouding ook de koers. Omdat er in New York grote omzetten worden gemaakt in aandelen Koninklijke, is de handel in Amsterdam soms weinig meer dan een vertaling van de dollarkoers en de stemming op de Newyorkse beurs in het Nederlands.

Dan is er de olieprijs, die deze week stand hield rond de 24 dollar per vat Brent-olie voor levering over een maand. Dat is het hoogste prijsniveau sinds de Irak-crisis van 5 jaar geleden. De exploratie- en produktie-afdelingen van geïntegreerde oliemaatschappijen als Shell spinnen daar garen bij: een hogere olieprijs betekent simpelweg meer inkomsten.

Dat geldt juist niet voor de tweede grote activiteit, raffinage en verkoop. Die komt bij een hogere prijs juist in de verdrukking, omdat er duurdere olie moet worden ingekocht als grondstof, terwijl de prijsverhoging niet altijd even snel kan worden doorgegeven aan de pomp. Wereldwijd kampt de olieraffinage met een grote overcapaciteit, waardoor de winstmarges laag zijn.

Die overcapaciteit, en lage prijzen, gelden ook voor grote delen van de basischemie, waarin Shell actief is. Juist voor zowel chemie en raffinage kwam Shell deze week met nieuws. Donderdag maakte het concern bekend de produktie van poly-etheen met het Duitse BASF te bundelen. Die stap past in Shells langjarige strategie om de chemie-activiteiten te hervormen en op deelgebieden samenwerking te zoeken met andere producenten.

Minder vrijwillig, maar bijzonder goed ontvangen, was het bericht dat Shell en Texaco, samen met Texaco's partner Aramco, praten over het integreren van hun raffinage- en verkoopactiviteiten in de Verenigde Staten. Daardoor ontstaat in één klap de grootste partij op de Amerikaanse markt, met ruim een zevende deel van de markt. De besparing voor alleen al Shell Oil, de Amerikaanse dochter van de Koninklijke, worden geraamd op honderden miljoenen dollars. Eerder dit jaar had het bewijs dat het voorheen kwakkelende Shell Oil na een drastische reorganisatie beter presteert het aandeel Koninklijke al een impuls gegeven. Sommige beleggers gaan bovendien uit van een extra hoog dividend waarmee de Koninklijke zijn enorme kaspositie afroomt. En op de achtergrond speelt nog steeds een mogelijke splitsing van de aandelen Koninklijke in een verhouding 1:5 of 1:10. De vorige keren splitste het concern ook bij een koers van rond de 250 gulden. Van een splitsing wordt verwacht dat die de verhandelbaarheid van aandelen iets vergroot, wat kan leiden tot een opslag op de prijs.

De lotgevallen van het aandeel Koninklijke Olie zeggen intussen steeds minder over de rest van het Damrak. In de EOE-index, die twee jaar geleden tot AEX-werd omgedoopt, wordt het aandeel Koninklijke voor tien procent meegewogen. Dit was om te voorkomen dat de index teveel een weergave zou worden van de lotgevallen van Olies. Het Centraal Bureau voor Statistiek publiceert sinds jaar en dag een aandelenindex inclusief, en een exclusief Koninklijke Olie.

Die fixatie op het aandeel Koninklijke stamt uit de jaren zeventig, toen de beurswaarde van het olieconcern zo'n veertig procent uitmaakte van de waarde van alle aandelen op het Damrak. In 1979, bij de tweede olieschok, toen de prijs van ruwe olie opstoomde in de richting van 40 dollar per vat, was het aandeel van Shell op het Damrak zelfs even 50 procent.

Dat percentage is de laatste vijftien jaar behoorlijk teruggelopen. Niet dat de koersontwikkeling van de Koninklijke structureel achter liep op de koersontwikkeling van de overige genoteerde beursfondsen. Shell en het Damrak gingen in de afgelopen vijftien jaar keurig gelijk op. Maar er zijn in meerdere golven zoveel andere aandelen naar de beurs gebracht dat het gewicht van de olies vanzelf is afgenomen. Om een paar grote beursintroducties te noemen: DSM, Van Leer, Vendex, en natuurlijk de telecom-gigant KPN. Die introducties, samen met het uitkeren van dividend in aandelen, langdurig toegepast door bijvoorbeeld Aegon, en emissies van aandelen zoals onlangs nog van Ahold, hebben het volume aan aandelen op het Damrak sinds 1980 bijna verdubbeld. Shell, dat vrijwel geen netto-schulden heeft, geeft daarentegen al sinds mensenheugenis geen nieuwe aandelen meer uit. Zo is het deel van Olies in de waarde van alle aandelen op het Damrak stilaan afgenomen van veertig procent begin jaren '80 tot zo'n twintig procent nu. Dat wijst er op dat het adagium dat “wanneer Olies niezen, het Damrak verkouden is” steeds minder opgaat.