Zuid-Afrika bouwt huizen voor de allerarmsten

Zuid-Afrika wil het Nederlandse systeem van woningbouwverenigingen, die bemiddelen bij de huur en verhuur van woningen, overnemen. Dat zei de Zuidafrikaanse minister van Volkshuisvesting, Sankie Mthembi-Mahanyele, woensdag bij de ondertekening van een akkoord over samenwerking tussen Nederland en Zuid-Afrika.

DEN HAAG, 11 OKT. Zuid-Afrika zal voor het einde van de eeuw één miljoen huizen bouwen. Dat heeft de regering van nationale eenheid onder leiding van president Nelson Mandela beloofd aan de naar schatting negen miljoen Zuidafrikanen in illegale nederzettingen, gekraakte woningen, traditionele hutten, schuurtjes in achtertuinen, pensions en overbevolkte huizen in de steden.

Minister van Volkshuisvesting Mthembi-Mahanyele is vastbesloten dit doel te verwezenlijken. Zij was deze week in Nederland op uitnodiging van staatssecretaris Tommel van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Zuid-Afrika is vooral geïnteresseerd in de Nederlandse woningbouwverenigingen. “In Zuid-Afrika bestaan die nog niet”, aldus Mthembi-Mahanyele in Den Haag. “Het is de bedoeling elementen van het Nederlandse model over te nemen die ook bruikbaar zijn in de Zuidafrikaanse situatie.”

Het huizentekort in Zuid-Afrika groeit jaarlijks met 178.000 wooneenheden. Naar schatting 35 tot 45 procent van de bevolking van Zuid-Afrika is werkloos. Op zoek naar werk trekken steeds meer mensen naar de steden. Het huizentekort groeit daardoor. In de townships, voornamelijk zwarte woongebieden met een hoge werkloosheid en criminaliteit, slechte behuizing en een gebrek aan basisvoorzieningen als water, elektriciteit en riolering, wordt het tekort aan woningen op drie miljoen geschat.

De sociale woningbouw in Zuid-Afrika heeft onder het apartheidsregime een achterstand opgelopen. Na de verkiezingen van april 1994 ontwikkelde de Zuidafrikaanse regering onder leiding van de toenmalige minister van Volkshuisvesting, Joe Slovo, een nieuw volkshuisvestingsbeleid. Doel daarvan is alle Zuidafrikanen met een inkomen onder de 3.500 rand (ongeveer 1.400 gulden) - 70 procent van de totale bevolking - woonruimte te bieden. Het ministerie wil de bevolking zoveel mogelijk laten meebouwen aan de woningen, om de kosten te drukken en om werkgelegenheid te creëren.

Toen Mthembi-Mahanyele haar voorganger Slovo, die vooral bekend werd als verzetsheld van het Afrikaans Nationaal Congres, na zijn overlijden in januari 1995 opvolgde, stond zij allereerst voor de taak de achterstand die tijdens het apartheidsregime was ontstaan, weg te werken. “De nieuwe regering erfde een extreem ingewikkeld bureaucratisch, administratief, financieel en institutioneel systeem”, legt Mthembi-Mahanyele uit. “Het apartheidsregime voerde niet één centraal beleid voor de hele natie, zoals de nieuwe regering dat nu doet. Voor de verkiezingen van april 1994 waren 17 verschillende instanties verantwoordelijk voor de formulering van het volkshuisvestingsbeleid en 64 organisaties voor de uitvoering. Voor elke bevolkingsgroep, blank, zwart of Indisch, waren er aparte woningbouwprojecten, waarvan sommige alleen op papier bestonden.”

Een ander probleem vormde de terughoudendheid van banken om leningen te verstrekken aan de lage inkomensgroeperingen, omdat de inwoners van de townships uit protest tegen de apartheid of uit woede over de slechte kwaliteit van de huizen nogal eens weigerden hun huur, aflossing van de hypotheek, water, elektriciteit en vuilnisophaal te betalen. Sinds begin 1995 roept de regering de bevolking op weer voor deze diensten te betalen. Daarnaast heeft zij beloofd banken schadeloos te zullen stellen als door politieke onrust de bevolking geen hypotheken meer zou afbetalen. Sindsdien hebben de banken ongeveer 2,9 miljard rand (1,16 miljard gulden), ofwel 38.000 hypotheken uitgegeven. Ongeveer 30 procent daarvan kwam ten goede aan de laagste inkomensgroeperingen.

Mthembi-Mahanyele heeft een eigen draai gegeven aan het volkshuisvestingsbeleid. Slovo liet met name vrijstaande huisjes van slechts vier bij vier meter bouwen. De bewoners werden verondersteld hier later met eigen middelen kamers bij te bouwen. Zijn opvolgster plaatste kanttekeningen bij dit beleid. Zij vroeg zich af of de mensen ooit genoeg geld zouden hebben om hun woning uit te breiden. Bovendien verliep de bouw van deze woningen te traag. De nadruk van het woningbouwbeleid verschoof onder haar leiding dan ook naar grootschalige projecten, zoals de bouw van huurflats. “Sinds augustus 1995 is er een duidelijke vooruitgang zichtbaar in de woningbouw”, aldus de minister. “Ik ben er zeker van dat wij ons doel van 1 miljoen huizen voor de eeuwwisseling zullen halen.”