Twentse wondermachine voor schonere energie

HENGELO, 11 OKT. In Hengelo is een wondermachine ontwikkeld die elektriciteit en warmte produceert met de laagste emissies aan schadelijke stoffen ter wereld en die extreem zuinig omgaat met brandstof.

Het apparaat, een gasturbine gekoppeld aan een generator, is een meter breed, anderhalve meter hoog en drie meter lang; een gasmotor met een vergelijkbaar vermogen zou zesmaal groter zijn. Het is licht in gewicht en makkelijk overal te plaatsen, bijvoorbeeld op schepen (de Koninklijke Marine heeft belangstelling), op treinen, offshore installaties, in de procesindustrie, op afgelegen plaatsen in dunbevolkte gebieden om een dorp of ziekenhuis van stroom te voorzien, of als noodaggregaat. Dat zegt ir. Jan Mowill, de Noorse directeur van Opra (Optimal Radial Turbine), een nieuw bedrijfje met zo'n twintig technici die druk in de weer zijn apparatuur te testen en contacten met mogelijke afnemers te leggen.

De eerste afnemer is het Noord-Brabantse energiebedrijf PNEM, dat de Opra-16 die 1,5 megawatt elektriciteit levert, zal inzetten als noodaggregaat. Als warmte/krachtinstallatie (stroom en stoom of warm water) haalt de Opra-16 een rendement van tegen de 90 procent, waarvan 26 procent als elektrisch rendement. Dat laatste cijfer kan door voorschakeling van een recuperator worden verhoogd tot 40 procent. Het in samenwerking met Gasunie Research ontwikkelde verbrandingssysteem brengt de uitstoot van stikstofoxyden (NOx), koolmonoxyde en onverbrande koolwaterstoffen (roetdeeltjes) terug tot één procent van wat gebruikelijk is bij dieselmotoren en tot een kwart van de emissies van bestaande middelgrote of kleine gasturbines. De ontwikkeling is gesteund door de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu, NOVEM, die namens het ministerie van Economische Zaken nieuwe technische ontwikkelingen op het terrein van energiebesparing en milieubescherming stimuleert met subsidies.

Jan Mowill denkt binnen enkele jaren zo'n honderd motoren per jaar te kunnen produceren. De assemblage gebeurt in zijn onderneming in Hengelo, een aantal clusters van bedrijven zal onderdelen toeleveren. Enkele ondernemingen in Twente hebben onderdelen voor de eerste machines al geleverd en Mowell heeft nu contacten met tientallen mogelijke leveranciers in Noord-Brabant en Twente om die samenwerking uit te breiden. Uiteindelijk zullen daardoor zeker vijfhonderd nieuwe banen worden geschapen, waarvan honderd bij Opra, verwacht hij.

Mowell brengt zijn machine eerst op de Nederlandse markt, maar plannen voor export naar andere Europese landen en de Verenigde Staten zijn vergevorderd. Met Daihatsu zijn afspraken gemaakt over levering van turbines voor assemblage in energie-installaties in Japan. Ook in Oost-Europa met zijn gebrekkige openbare elektriciteitsvoorziening ligt een grote markt voor Opra, zegt Mowill. Op veel afgelegen plaatsen in de voormalige Sovjet-Unie worden olie en gas gewonnen, maar is er geen of geen constante stroomvoorziening. De nieuwe gasturbine, die leverbaar is met vermogens van 1,5 tot 6 megawatt (door koppeling van eenheden), kan daar uitkomst bieden, want hij draait zowel op aardgas of laag-calorisch gas dat bij de oliewinning vrijkomt, als op dieselolie, kerosine, of zelfs lichte ruwe olie.

“De vraag naar zo'n milieuvriendelijke machine is groot en er is bijzonder weinig concurrentie”, zegt Mowill. “De omvang van de markt voor dit produkt is geen vraag voor ons. We zouden zó al twintig exemplaren van de complete installatie (turbine met generator) voor 1,8 miljoen gulden per stuk kunnen verkopen. Het probleem is: hoe krijgen we de machine snel in serieproduktie, hoe krijg je de bedrijven bij elkaar die elk onderdeel voor ons kunnen maken. We hopen volgend jaar zover te zijn.”

De eerste tests met een proefmodel op kleine schaal bij de Gasunie boden goede resultaten. Die proeven leverden voldoende kennis op om de Opra-16, het type dat aan de PNEM wordt geleverd, vorige week in Hengelo op de volle snelheid van 26.000 toeren per minuut te testen, en dat verliep succesvol. “Dat was een mijlpaal voor ons”, aldus Mowell.

De Koninklijke Marine en ook de Britse en de Franse marines hebben belangstelling voor Opra. Op een nieuwe generatie fregatten zou de gasturbine de stroomvoorziening voor verlichting, voortstuwing en aansturing van radar- en wapeninstallaties kunnen helpen verzorgen. Dat gebeurt op bestaande schepen met grote, logge en vervuilende dieselaggregaten. Eén Opra-16 biedt hetzelfde rendement, maar neemt slechts éénvierde van de ruimte en het gewicht van een dieselgenerator in beslag.

In opdracht van de marine en Economische Zaken is een haalbaarheidsstudie voor een hoogrendementsuitvoering van de Opra-16 verricht, gekoppeld aan een speciale hoogtoeren-generator die door de Technische Universiteit Eindhoven en de ontwikkelingsmaatschappij CCM in Nuenen is ontwikkeld. Daarbij bleek dat deze combinatie grotendeels aan de eisen voor toekomstige marineschepen voldoet. Ir. Isaac Barendregt, medewerker onderzoek en ontwikkeling van de Koninklijke Marine noemt de Opra “veelbelovend”, al zijn nog aanpassingen nodig, onder andere om het elektrisch rendement verder te verhogen.