Stasi-schrijvers

Joachim Walther: Sicherungsbereich Literatur. Schriftsteller und Staatssicherheit in der Deutschen Demokratischen Republik. Uitg. Ch. Links. 887 blz. ƒ 89,10.

Zouden de schrijvers die voor de Oostduitse geheime dienst hebben gewerkt, zich net zo hebben gedragen als ze geen geknakte carrières en gevangenisstraffen hadden veroorzaakt, maar concentratiekampen en executies? Deze vraag stelde de Duitse schrijver Günter de Bruyn vorige week bij de presentatie van een groots opgezette studie naar de Stasi-activiteiten onder literatoren in de vroegere DDR.

De Bruyn, zelf oud-Stasi-medewerker, vindt het een beangstigende vraag. Maar het boek, Sicherungsbereich Literatur van Joachim Walther, biedt genoeg materiaal om haar in een aantal gevallen met 'ja' te beantwoorden. Het thema dat Walther in zijn boek aansnijdt, is waarom iemand de gangbare noties van goed en kwaad opzij zet ten gunste van een abstract begrip als 'staat' of 'vooruitgang'. Zijn onderzoek, opgezet in samenwerking met de zogenaamde 'Gauck-Behörde' die in Duitsland de Stasi-archieven beheren, is een poging om na te gaan hoe de geheime dienst met zijn medewerkers omging. Hoe werden ze geworven en geïnstrueerd, wat waren hun motieven om mee te doen en waar lagen hun grenzen?

Uitgangspunt van de studie is dat de DDR de burgerlijke moraal nooit heeft afgeschaft. Ook onder het 'reëel bestaande socialisme' mocht je niet liegen en bedriegen. De liefde en het huwelijk werden gerespecteerd en kinderen leerden van jongsafaan eerlijk en oprecht te zijn. Hoe was dat verenigbaar met activiteiten die daar tegenin gingen? Walther beschrijft hoe de meeste Stasi-medewerkers op basis van vrijwilligheid geworven werden. Een schrijver als Fritz Rudolf Fries kreeg na het eerste gesprek met zijn begeleidingsofficier alle tijd om over een eventuele medewerking na te denken. In zijn geval heeft 'de strijd om de ziel' zelfs tien jaar geduurd, zonder dat de Stasi ongeduldig begon te worden.

Hoe werden ze uiteindelijk over de streep getrokken? Vele honderden schrijvers, uitgevers en redacteuren hebben in een bepaaalde fase van hun carrière anoniem tegen hun vrienden en collega's getuigd. En dat niet alleen: Walther laat zien dat ze ook niet te beroerd waren om op verzoek van de Stasi in vriendenkringen en verhoudingen in te breken. De medewerkers moesten binnen de literaire wereld publicaties tegenhouden of ombuigen, ze moesten mensen in discrediet brengen en zo nodig hun privélevens ruïneren. Vrouwen konden soms de opdracht krijgen in het landsbelang met verdachte schrijvers naar bed te gaan om zo hun huwelijk door 'Verunsicherungsmassnahmen' te laten stranden.

Het Ministerie voor Staatsveiligheid dat de operaties leidde, zo schrijft Walther, deed naar binnen toe weinig geheimzinnig over zijn methodes. Het binnendringen in andermans gedachtenwereld, zo wist men, was ondanks de vooruitgang der techniek mensenwerk gebleven. Het leerboek van de dienst schreef voor, dat er voor de medewerkers geen privésfeer bestond. Wie zich tot medewerking had verplicht, moest nauwgezet zijn omgeving in het oog houden en de aanwezigen tot openhartigheid brengen.

Het sympathieke, 'moderne' van Joachim Walther is dat hij een subtiele, gedifferentieerde verklaring geeft voor het gedrag van de Stasi-schrijvers. Hij voelt er niets voor iedereen als onmens af te schilderen. Daarvoor zijn er te veel verklikkers geweest. Hij wil niet ook de Oostduitse staat als bron van alle kwaad zien. Dat miskent de functie van het geweten. Als literator - hij publiceerde onder meer een roman, kinderboeken en verhalenbundels - ontrafelt Walther liever de vele factoren die in een complexe maatschappij als de DDR een rol hebben gespeeld. Hij was daarbij in de unieke positie dat die factoren vaak in de dossiers van de Stasi zelf genoemd werden. Voordat iemand als verklikker werd aangeworven, werd uitvoerig bericht voor welke verleidingen hij gevoelig was. Zijn politieke overtuiging werd geschetst en zijn motieven om eventueel aan acties mee te doen. Een verklikker, zo is Walthers stelling, kan alleen maar duurzaam functioneren in een klimaat van wantrouwen, leugens en verraad. Hij heeft een opdrachtgever nodig, en omdat deze in de DDR een staatsorgaan was, was er een ideologie vereist om de opdrachten te rechtvaardigen. Met veel taalkundige kunstgrepen konden schrijvers in gesprekken worden overgehaald om voor de dienst te gaan werken.

Walther is er van overtuigd dat een aantal schrijvers oprecht geloofde in zijn taak als steunpilaar van het socialisme. Zij voelden een sterk gevoel van trouw aan de DDR, of in ieder geval aan 'de idee van de DDR'. Sommigen werden meegesleept door een romantisch revolutionair gevoel, of door een meer chistelijk getint verlangen naar onderwerping aan iets hogers. Zij deden hun werk uit altruïsme, omdat ze dachten andere mensen te moeten beschermen, of omdat ze hoopten het systeem van binnenuit te kunnen verbeteren.

Tegen anderen moesten zwaardere middelen worden ingezet om hun aarzelingen te overwinnen. Een veel voorkomend argument was de 'Wiedergutmachung'. Kandidaten die in het verleden fouten hadden gemaakt, kregen van de Stasi het aanbod deze door loyaal gedrag weer goed te maken. Gevangenen konden amnestie krijgen als ze voor de staatsveiligheidsdienst gingen werken.

Ten slotte noemt Walther de factoren die wij immoreel plegen te noemen. Sommige schrijvers verlangden naar macht over mensen, ze voelden afgunst jegens hun meer succesvolle collega's, of ze hadden er plezier in zich te vermommen. Anderen zijn voor de Stasi gaan werken om het materiële of financiële gewin of om in hun carrière vooruit te komen. Een geliefd middel om schrijvers voor hun loyaliteit te belonen was hun een literaire prijs te geven. Soms ook liepen de verschilende motieven onontwarbaar door elkaar. Zo meldt Walther dat de bekende partijschrijver Hermann Kant niet alleen veel plezier in zijn heimelijk werk had, maar wegens zijn trouw ook een luchtdrukpistool met munitie kreeg.

Opvallend in Sicherungsbereich Literatur is dat veel Stasi-medewerkers ook na hun aanmonstering hun geweten niet buiten werking stelden. Sommigen waren zo vereerd te mogen meewerken aan het informatiewerk dat ze zonder scrupules alles aan de geheime dienst doorgaven, maar er waren er ook die principieel weigerden over personen te praten. Of ze gingen sterk selectief te werk. Van geval tot geval werd beslist wat gedaan werd en wat niet. Naast 'gepassioneerde maskerspelers' en 'schizoïde egomanen die door hun leugens en vermommingen een schijnbare identiteit krijgen' ziet Walther een groot aantal mensen met hun geweten worstelen.

Sicherungsbreich Literatur is in de eerste plaats geschreven om het debat over de vroegere DDR te stimuleren. Er is in de nieuwe deelstaten een stroming die alles uit het verleden wil bedekken om snel een nieuwe start te kunnen maken. Joachim Walther denkt dat dit onmogelijk is. Op de persconferentie bij de presentatie van het boek zei hij dat hij het verleden wil leren kennen om er lering uit te trekken. Maar ook voor wie in de werking van de moderne totalitaire staat geïnteresseerd is, is het verplichte lectuur. Het bijzondere is dat het boek de gevallen waarin de publieke en de individuele moraal met elkaar in botsing komen, niet alleen beschrijft maar ook uitvoerig documenteert. Het is in de geschiedenis wel vaker voorgekomen dat mensen niet goed tussen twee of meer morele houdingen konden kiezen. Maar nooit eerder werd zo minutieus uiteengerafeld welke overwegingen daarbij een rol hebben gespeeld.