Ruzie over werktijden arts-assistent

ROTTERDAM, 11 OKT. Na drie jaar experimenteren met de arbeidstijden voor arts-assistenten, artsen in opleiding, streeft de overheid naar een strakkere regelgeving. Een aantal specialismen, waaronder heelkunde, ziet niets in verdergaande overheidsbemoeienis. Zij willen de vrije hand in het invullen van de werkweek van de assistenten. Vertegenwoordigers van beide partijen zouden vandaag over het conflict spreken.

Minister Melkert (Sociale Zaken) wil medio volgend jaar de voorschriften voor arbeids- en rusttijden van arts-assistenten onderbrengen in de Arbeidstijdenwet. Volgens een aantal specialismen is dit Arbeidstijdenbesluit (ATB) in de praktijk onuitvoerbaar en zal het leiden tot kwaliteitsverlies van de patiëntenzorg en van de opleiding tot specialist.

De arbeidstijden voor arts-assistenten zijn drie jaar geleden, na een jarenlange discussie, vastgelegd in het zogenoemde Werktijdenbesluit voor geneeskundigen en verloskundigen (WBGV). De maximaal toegestane werktijd werd toen vastgesteld op 48 uur per week en 9 uur per dag. Ook het ATB gaat uit van deze maxima en voorziet bovendien in richtlijnen over rusttijden tussen diensten, weekenddiensten, het aantal nachtdiensten en het aantal vrije zondagen. De specialisten vinden deze gedetailleerde regelgeving overbodig en zelfs beknellend. Vooral de zogenoemde 'poortspecialismen' die te maken hebben met spoedeisende gevallen 's avonds en 's nachts eisen meer flexibiliteit.

“Die regels zijn in de praktijk niet haalbaar. Dat is al gebleken met het WBGV”, zegt dr. B.C. de Vries, secretaris van de Nederlandse vereniging voor heelkunde (NVvH). “Het werk van een chirurg is niet in strakke schema's te vatten.”

De Vries en zijn collega's ondersteunen het streven naar een gemiddelde werkweek van 48 uur, maar vinden dat ze die uren zelf moeten kunnen invullen. Ook is volgens hen de definitie van arbeid in het ATB te uitgebreid. In het vervolg behoren ook alle opleidingsmomenten van de assistenten tot arbeid. Daardoor daalt het aantal uren dat daadwerkelijk gewerkt wordt.

Volgens de NVvH is invoering van het ATB alleen mogelijk als er in meer ploegen wordt gewerkt, of als de maximale arbeidstijd wordt uitgebreid naar 55 uur per week.

Uitbreiding van het aantal ploegen is evenwel nadelig voor de patiënt, omdat hij dan “misschien wel acht verschillende artsen aan zijn bed krijgt”, aldus De Vries. “Doordat het aantal overdrachten van diensten toeneemt, wordt de kans op fouten maken groter.” Bovendien vereist uitbreiding van het aantal ploegen een personeelsuitbreiding die twintig miljoen gulden kost. De overheid stelt dat geld niet beschikbaar en de specialisten willen niet dat dit uit hun tarieven wordt betaald.

Als het ATB op korte termijn wordt ingevoerd, zoals Sociale Zaken wil, is dat volgens de chirurgen “rampzalig voor een algemeen ziekenhuis waarin de chirurg een belangrijke functie vervult, en derhalve ook rampzalig voor de gehele intramurale gezondheidszorg”, schrijft de NVvH. Want het betekent in de meeste klinieken het einde van de opleiding heelkunde en van de vooropleiding van een aantal andere disciplines die de chirurgen verzorgen.

Het ministerie van Sociale Zaken is niet onder de indruk van de vrees van de chirurgen dat de gezondheidszorg in het gedrang komt. “De zorg is primair een zaak van de minister van Volksgezondheid. Zolang wij geen indicatie hebben dat de kwaliteit van de zorg afneemt, lijkt ons het ATB goed in te voeren”, zegt een woordvoerder. “Het gaat ons om het welzijn van een kwetsbare beroepsgroep. Die willen we beschermen, zowel tegen hun werkgevers als tegen zichzelf. Daarvoor moeten we een bepaalde lijn trekken. Dat geldt met name voor de nachtdiensten.” Volgens de woordvoerder is niet te tornen aan het maximum van 48 uur arbeid per week, maar over de definitie van arbeid valt te praten.

De bezwaren en bezorgdheid van de chirurgen krijgen bijval van andere specialisten “Het kwaliteitsverlies van de gezondheidszorg is pas op langere termijn merkbaar”, zegt dr. G. Booij, de onderhandelaar van de landelijke specialistenvereniging en zelf internist. “Maar ik ben ervan overtuigd dat zich dit zal voordoen.”

Ook een aantal vertegenwoordigers van de arts-assistenten deelt de kritiek op het ATB. Dr. B.C. Eddes, oud-voorzitter van de vereniging van assistent-geneeskundigen in de heelkunde, vreest voor het verlies van een “volwaardige opleiding”. Eddes: “Als toekomstig chirurg moet ik tijdens mijn opleiding een aantal operaties hebben gedaan. Er zijn misschien maar tien maagoperaties per jaar en ik moet er niet aan denken dat ik die allemaal zou missen, omdat ik verplicht vrij moet nemen op de dagen waarop die operaties voorkomen.”

De landelijke vereniging van arts-assistenten (LVAG) is daarentegen milder in de kritiek op het ATB. Voorzitter drs. R.D.M. Wijffels, zelf chirurg in opleiding: “Het geklaag van de chirurgen is erg overdreven. Zij hebben boter op hun hoofd. Dertig jaar lang hebben zij niets ondernomen tegen de extreme werktijden van hun assistenten. En nu de overheid dan, terecht, het initiatief neemt, staan ze opeens op hun achterste poten.”

Met de ondergang van de opleiding en de gezondheidszorg zal het volgens Wijffels reuze meevallen. “Ook bij de invoering van het WBGV riep men dat dat absoluut niet kon. En zie, na drie jaar bestaan de opleidingen nog steeds.” Ook de LVAG vindt dat de definitie van arbeid moet worden bijgesteld. “Ik ben voor een ruime definitie, dus inclusief de opleidingsmomenten, en voor een verruiming van de maximale werkweek tot 55 uur.”