Richard Milhous Nixon (1913-1994); Handen schudden kon hij goed

Monica Crowley: Nixon off the Record, His Candid Commentary on People and Politics. Random House. 231 blz. ƒ 45,30

Hij had zich in jaren niet zo gelukkig gevoeld. Volgens zijn assistente Monica Crowley straalde hij zelfs van blijdschap na zijn bezoek aan Washington, het beste na zijn gedwongen vertrek uit de hoofdstad in augustus 1974. De tachtigjarige Richard Nixon was op 8 maart 1993 ontvangen op het Witte Huis. Een dag later hield hij een rede in het Huis van Afgevaardigden. 'Old politicians sometimes die, but they never fade away', had hij de parlementariërs voorgehouden, een variatie op de beroemde woorden van generaal Douglas MacArthur. Gebulderd van het lachen hadden ze volgens Nixon. Geen beter bewijs dat je je met wilskracht, doorzettingsvermogen en een mengeling van manipulatie en vleierij kon veranderen van politieke paria in elder statesman.

Neem de ontmoeting met de Clintons. Hij was een van de demonstranten tegen de oorlog in Vietnam die hem het leven als president zo zuur hadden gemaakt. Zij had deel uitgemaakt van de staf van de parlementaire commissie die het Watergate-schandaal onderzocht, en had dus haar steentje bijgedragen aan zijn politieke val. Maar nu, twintig jaar later, leek alles vergeten en vergeven. Met Bill had hij de situatie in Rusland en China besproken. Dat wil zeggen: hij sprak, Bill luisterde. En Hillary had hem geprezen, om de initiatieven die hij als president had genomen op het gebied van de gezondheidszorg. Nixon wist alleen niet goed, vertelt hij Crowley, hoe hij die complimenten moest inschatten. Hillary was nu eenmaal ijskoud. Alleen die ogen al! En toen een verlegen dochter Chelsea het vertrek betrad, rende die meteen naar haar vader, zonder haar moeder ook maar een blik waardig te gunnen. Maar ja, zei hij, Bill was dan ook bijzonder touchy-feely, dat was inmiddels genoegzaam bekend.

Monica Crowley was van 1990 tot diens dood in april 1994 assistente van de zevenendertigste president van de Verenigde Staten. Zij was aangenomen nadat ze hem als student een vleiend briefje had geschreven over zijn boek 1999: Victory without War. Nixon werd haar 'mentor en vriend' schrijft ze, die haar 'verrassend genoeg' volledig vertrouwde en dikwijls op een 'wrede manier eerlijk' was in zijn commentaar. Crowley hield een nauwkeurig dictaat bij van Nixons lessen in leiderschap en geo-politiek. En nee, ze maakte daarbij geen gebruik van een cassetterecorder. Dat zou, na Watergate, te veel van het goede zijn geweest. Aarzelingen om de aantekeningen te publiceren werden na overleg met columnist (en oud-tekstschrijver van Nixon) Bill Safire snel overwonnen. Het is misschien geen nieuwe Nixon die hier tot ons spreekt, maar wel de laatste.

Dat hij in zijn streven als staatsman te worden gewaardeerd geen middel onbenut liet wisten we al (zie: The Nixon Memo van Marvin Kalb), maar Crowleys boek is desalniettemin van grote waarde. Zonder het wellicht zelf te beseffen stoft ze de oude vertrouwde Tricky Dick grondig af en complementeert het beeld dat we twee jaar geleden van hem kregen voorgeschoteld in The Haldeman Diaries. Zo succesvol is Nixon geweest in het aanmeten van een nieuw imago, dat we waren vergeten, of niet meer wilden weten, dat de geopoliticus van de jaren tachtig en negentig toch ook de president was van de enemies list en sinistere politieke trucs. Ouder misschien, maar niet wijzer en nog even sluw en achterdochtig. Degenen die onlangs geneigd waren hem het voordeel van de twijfel te gunnen - revisionisten die meenden dat hij het er als president, op het schoonheidsfoutje van Watergate na, niet slecht van af had gebracht - zullen weinig plezier beleven aan Nixon off the Record. Er is geen andere conclusie mogelijk: het waren dus toch niet de hippies, studenten, linkse journalisten, joden, zwarten en politieke tegenstanders die hem tot de rand van de waanzin dreven. Nixon was, en bleef, zelf paranoide.

Twee voorbeelden. Voor de presidentsverkiezingen van 1992 houdt hij zijn eigen opiniepeilingen om erachter te komen wie er beter voorstaat: Bush of Clinton. Hij stuurt het resultaat naar Bush, maar niet zonder het eerst te vervalsen: van een aantal deelstaten waarin de meerderheid van plan is op Clinton te stemmen verandert hij de percentages bewust in het voordeel van Bush. 'Om hem een hart onder de riem te steken', zegt hij tegen Crowley. Niets bijzonders, stelt hij haar even later gerust: alle peilingen zijn immers doorgestoken kaart. Even later zegt hij te vermoeden dat hij wordt afgeluisterd. Het is de telefoon, beweert hij met de stelligheid van iemand die weet waarover hij praat. Meteen bedenkt hij een plan: die avond zal hij Crowley bellen met de misleidende mededeling dat hij van plan is op Ross Perot te gaan stemmen. Staat het de dag daarop in de kranten, dan weten ze genoeg. Maar geen krant maakte er melding van.

Nixons commentaar op het verloop van de verkiezingsstrijd wordt begeleid met vuistslagen op armleuningen en tafels, en gooien met kranten en pennen. Het lijkt allemaal nergens op volgens de politieke veteraan, hoewel hij zijns ondanks toch is geboeid door Clinton. Een aantal keren prijst hij diens omgang met de bevolking: handen schudden, het is een hele kunst. 'Ik was er zelf redelijk goed in', zegt hij tegen Crowley. 'Je moet de indruk wekken dat je alle tijd van de wereld hebt, terwijl je toch tempo maakt.' Bush kan er volgens hem niets van, maar die is dan ook nergens goed in. Zelfs op het gebied van buitenlandse zaken wordt hij volgens Nixon overschat: 'Toen hij nog ambassadeur was in Beijing reed hij op een fiets rond en deed hij enkele goede dingen, maar daar bleef het wel bij. Ik heb het respect in het buitenland werkelijk verdiend'. Bush, Baker, Buchanan ('een idioot'), Perot: het is volgens hem één pot nat. Maar het meeste venijn bewaart hij voor Hillary Clinton. 'Vrouwen zijn halsstarrig. Hillary is een goed voorbeeld', merkt hij op. 'Ze gelooft werkelijk in die progressieve lulkoek'. En: 'Ze is zo koel. Ze applaudiseert zelfs berekenend (...) Ze kan zich niet blijven gedragen als een van die Franse vrouwen bij de guillotine tijdens de Revolutie, kijkend en breiend, breiend....'

Het mooiste advies bewaart Nixon voor oud-vicepresident Dan Quayle. Hij zou gouverneur van Arizona moeten worden, vertrouwt hij hem toe. Quayle, die presidentiële ambities heeft en Arizona wellicht wat ondermaats vindt, sputtert tegen: zou de bevolking van die staat er niet raar van opkijken, als hij zich er vestigt en zich meteen verkiesbaar stelt? Nixon stelt hem gerust: bijna niemand is in Arizona geboren. Niet zeuren dus. Hij raadt Quayle ook aan zijn memoires zo controversieel mogelijk te maken. Anders, zegt hij, raak je het boek aan de straatstenen niet kwijt.

Zijn politieke hoop vestigt Nixon op Dole. Een man met karakter en ervaring, die Clinton eenvoudig zal verslaan, oordeelt hij vlak voor zijn dood in 1994. Dat was voordat duidelijk werd wat inmiddels een gemeenplaats mag heten: dat Clinton juist door zijn karakterloosheid onverslaanbaar is. Overleven is een wonder, zegt Nixon tegen Crowley. De Comeback Kid weet er alles van.