Private dancer plast in recordtijd schepnet vol

In Boekelo begon gisteren de jaarlijkse military met het onderdeel dressuur. Een dagje tussen de dierenartsen, die tot en met zondag waken over de gezondheid van de negentig paarden.

BOEKELO, 11 OKT. Vanaf de vrijwel lege tribunes kijkt hoofdveterinair P. den Hartog naar het paard van de Zweedse ruiter Nils Haagensen dat op de baan de dressuurproef aflegt. “Deze paarden kijken blijer uit hun ogen dan andere paarden”, zegt hij. “Paarden die de military rijden, zijn namelijk altijd buiten.” Als voormalig ruiter weet Den Hartog het uit eigen ervaring: “Vooral als ze het bos in mogen, zijn ze niet te houden.” In Boekelo wordt het geduld van de paarden twee dagen op de proef gesteld. Morgen gaan ze het bos in om daar zesentwintig hindernissen te nemen.

Voor Den Hartog, een minzame zestiger die aan het hoofd staat van een team van vijftien veterinairs, was de zesentwintigste military van Boekelo al onvergetelijk voordat de wedstrijd was begonnen. Dinsdag sprong een paard van een Amerikaanse amazone bovenop zijn auto en op de twee weken oude wagen van de chef van de Duitse equipe, Horst Karsten (winnaar in Boekelo in 1976 en 1977). Het paard schraapte met zijn hoeven lak van de motorkap van Den Hartogs auto en liet er een fikse deuk achter. Het dier, dat zich tijdens het longeren van zijn bazin losrukte, bleef wonderwel ongedeerd.

De boxen in Boekelo kennen geen geheimen voor de man die 38 jaar lang dierenarts was in zijn woonplaats Borculo. Inmiddels is Den Hartog enkele jaren gepensioneerd, sinds zes jaar is hij als veterinair aan de military verbonden. Op het revers van zijn geruite jasje prijkt een speld in de vorm van een hoefijzer, een onderscheidingsteken van de internationale ruiterorganisatie.

Op zijn gemak laat de nestor onder de veterinairs de ruimtes van tweeënhalf bij drie meter zien waar de paarden verblijven. Er ligt stro of een dikke laag zaagsel op de grond. Er staan ook paarden op versnipperd papier. Dat is stofvrij en een probaat middel tegen het hoesten, legt de voormalige dierenarts uit. Dit jaar zijn de paarden volgens hem in een goede conditie. Van de 92 paarden die naar Boekelo kwamen, werden er begin deze week slechts twee afgekeurd, drie minder dan vorig jaar. Eén paard mocht gisteren niet aan de start verschijnen omdat hij niet tijdig tegen griep was ingeënt, de ander kampt met peesproblemen die tijdens de wedstrijden zouden kunnen verergeren.

Wie zijn paard tijdens de military medisch wil verzorgen, moet daarvoor toestemming hebben van Den Hartog. Kort nadat hij olympisch kampioen Blyth Tait met Aspyring tijdens de dressuurproef heeft aanschouwd, roept de speaker zijn naam om. Of de hoofdveterinair zich bij de stallen wil vervoegen. Daar vraagt een Australische amazone hem even later of ze een soort elektrische deken over het paard mag leggen. Den Hartog heeft geen problemen met deze zogenaamde magnetische therapie, maar het nut ziet hij er niet van in.

Tijdens de lunch voegt de dopingarts zich bij de veterinairs. Dierenarts P. van Rooijen, die voor de gelegenheid een stropdas vol drafpaarden heeft omgedaan, zal willekeurig een aantal paarden op het gebruik van verboden middelen onderzoeken. De 39-jarige arts kiest zijn slachtoffers willekeurig, at random zoals dat in het jargon heet. Als hij naar de baan loopt, wijst Van Rooijen het paard aan dat daar zijn dressuurproef loopt. De Belgische ruiter, Jarno Debusschere, vraagt de dopingsarts of hij nog even mag horen hoeveel punten hij heeft gescoord. “Goed zijn ze niet”, weet hij al. De groom, de verzorgster, neemt het paard van hem over en achter Van Rooijen hobbelt Private Dancer naar de dopingboxen.

De dokter richt zich tot de ruiter. “Is het een goede plasser”, vraagt hij bij de dopingstal, waar gepoogd wordt om met een schepnet met een losse plastic zak erin urine van het paard op te vangen. Als het zadel, de teugels en de deken van het dier verwijderd zijn, neemt Private Dancer plaats op het stro in de box die speciaal voor dopingcontroles in elkaar is getimmerd. Zodra Van Rooijen zijn schepnet onder de twaalfjarige ruin hangt, is het raak. “In een recordtijd van negentien seconden”, grapt Van Rooijen, die niet zelden een uur op een plas moet wachten.

De doping-steward die de dierenarts assisteert, houdt de twee plastic flesjes vast waar Van Rooijen voorzichtig de urine in giet. De steward krijgt daarbij wat plas over zijn handen. “Dat gebeurt anders nooit”, verontschuldigt de dokter zich. Met behulp van een warme strijkbout verzegelt hij de flesjes. De administratieve afhandeling van de dopingcontrole vindt plaats op de motorkap van zijn middenklasser. Het is een kwartiertje vol stempels, stickers, kopieën en handtekeningen. De urine wordt verpakt en verzegeld in een doos van piepschuim. In het Engelse Suffolk zal de paardenplas worden gecontroleerd op de aanwezigheid van verboden middelen.

Bij de baan wijst Van Rooijen het Franse paard Echo Hill aan voor de dopingcontrole. “Il est facile avec le pipi”, informeert hij bij ruiter Jean-Pierre Blanco. De kleine geüniformeerde Fransman antwoordt met een zuinig mondje. Maar Echo Hill vertikt het om te plassen. Een half uur later tapt Van Rooijen ongeveer 100 cc bloed uit de hals van het paard. Even later maakt hij opnieuw de gang naar de baan.