Op papier

Galerie Metis, Keizersgracht 688, Amsterdam. T/m 26 okt. Wo t/m za 13-18u. Prijzen ƒ 750-ƒ 4200.

Tekeningen en het kunstwerk op papier zijn in opmars; de emancipatie van schets of voorstudie tot zelfstandig kunstwerk blijkt onder andere uit de prijzen die ervoor gevraagd worden. Galerie Metis brengt nu werk van drie kunstenaars, die, aldus het persbericht, 'laag over laag het beeld opbouwen'. Maar dat geldt alleen voor beeldhouwer Veron Ordarianu (1951), die met plakband en autolak in reliëf op papier werkt. Zo creëert hij dwarsdoorsnedes van sombere bouwwerken in pekachtig bruin, als torens van Babel. Ruim 4000 gulden kost een groter werk op papier maar liefst - al is daar dan die vermaledijde bijna 18 procent BTW bij inbegrepen.

Hannah Bart (1963) werkt met potlood en is de meest klassieke tekenaar van de drie; ze maakt het werk dat twintig jaar geleden onder de noemer 'persoonlijke mythologieën' geschaard kon worden: tastend trekt ze lijnen die zowel een landschap als een binnenwereld aanduiden. Haar werk is niet makkelijk toegankelijk door de soms claustrosfobische sfeer; langer kijken loont de moeite.

Erik Mattijssen (1957) maakte de afgelopen jaren stugge tekeningen in potlood, maar is nu terug bij zijn oude materiaal, pastelkrijt. Zijn desolate landschappen zijn al even unheimisch als de werken van zijn mede-exposanten, maar bij Mattijssen zit er een sensueel kantje aan: in Reukvaten verbeeldt hij een half vloeibaar vulkaanachtig landschap in vleeskleuren, Smeltvingers lijken zachtgloeiende, loom stromende lava. En het vlees dat in Een Pond op een bord ligt, heeft een geglaceerde laag als een verjaarstaart: tegelijkertijd afstotend en om in te bijten.