Oorden van tucht en vreugd; Vakantiekolonies in fascistisch Italië

Voor Mussolini dienden vakantiekolonies bij uitstek om van de Italiaanse jeugd gezonde, tucht en orde minnende fascistjes te maken. Jonge Italiaanse architecten kregen tijdens zijn bewind opdracht nieuwe kolonies te ontwerpen. Sommige van die frivole en modernistische bouwwerken zijn nog altijd in gebruik. “O, waren er maar meer van zulke dingen gemaakt!”

Le Navi di Cattolica. Centro internazionale giovani. Via Ronchi, 6 Cattolica 47033. Het museum is alleen open op verzoek. Tel. 0541-95.11.11. Fax 0541-95.13.49

Dikke jongens sjokken door het zand van het strand in de Italiaanse badplaats Cattolica. Lusteloos volgen ze de aanwijzingen van de trainer, die al lang het geloof kwijt is dat deze jongens ooit nog eens atleten zullen worden. Hij blaast plichtmatig op zijn fluit en maakt zich niet druk over de trage reacties en bewegingen van de puffende sporters.

Zo had Mussolini het zich niet voorgesteld, toen hij in de jaren en twintig en dertig overal in de bergen en aan de kusten van Italië vakantiekolonies liet bouwen. Oorden van tucht en vreugde moesten het worden. Hier konden de bleekneuzen uit de grote Italiaanse steden en de zonen en dochters van Italiaanse gastarbeiders in het buitenland zich een paar weken tegoed doen aan zon, zee, bergen en gezonde lucht. Vroeg opstaan, ontbijten, de vlag hijsen, marcheren, fascistische en vaderlandslievende liederen zingen, zwemmen, wandelen, lunchen, slapen, sporten, avondeten, weer zingen, marcheren en ten slotte de vlag strijken en vroeg naar bed - zo was ongeveer het dagprogramma in de vakantiekolonies.

De kolonies lagen geïsoleerd en waren met hekken omgeven: alleen onder leiding van duce's mochten de koloniekinderen het terrein verlaten. Le Navi ('De Schepen') zoals de Vakantiekolonie van de XXVIIIste Oktober in Cattolica tegenwoordig heet, ligt nog steeds even buiten de badplaats, al hebben de ontelbare hotels de scheepvormige gebouwen bijna opgeslorpt. Ook de sfeer heeft nog niet alle grimmigheid verloren. De bezoeker moet niet denken dat hij zomaar het terrein kan betreden. “Wat doet u hier?” roept een vrouw vanaf een bankje vijf minuten na het passeren van het hek. “Het is verboden hier te fotograferen. Hebt u zich gemeld bij de directrice? Weet Anita hier wel van?” Ze pakt de draagbare telefoon, waarover iedere Italiaan beschikt, en begint te bellen. Maar Anita antwoordt niet, en dus springt zij na het bevel 'wacht hier!' te hebben gegeven op haar mountainbike om de directrice op de hoogte te stellen van het bezoek.

Na terugkomst brengt de toelichting dat de gang naar Cattolica speciaal voor de Le Navi is gemaakt haar tot bedaren. En wanneer ze een kopie van een oud architectuurtijdschrift krijgt te zien met een artikel over de kolonie, is ze plotseling vol belangstelling. “Nee, zoveel kinderen als in het artikel staat, kunnen hier niet meer verblijven”, vertelt ze. “Een paar van de slaapzalen zijn afgebroken en er is nu geen plaats meer voor 1100 maar slechts voor 400 kinderen. En het zijn al lang niet meer alleen Italianen die hier 's zomers komen. Uit heel Europa komen hier kinderen van 6 tot 14 jaar om vakantie te vieren. Uit België, Frankrijk, Duitsland, Engeland en ook Bulgarije. Niet uit Nederland, nee. Ze komen hier om te sporten, te zwemmen, en te zonnen, maar we organiseren ook allerlei kunst- en cultuuractiviteiten.”

Oceaanstomers

Le Navi uit 1932 is de sprekendste van de tientallen vakantiekolonies die onder het fascisme zijn gebouwd. Het complex was oorspronkelijk een dorpje van een stuk of tien gebouwen, gecompleteerd door een kerkje. Nu zijn er nog zeven over en is het kerkje een bar geworden. De zeewind heeft de muren van de bouwwerken aangetast, maar niet de schoonheid. Het centrale gebouw, met de kantoren en de eetzaal, is een schip: de hoekige eetzaal op de begane grond vormt de boeg, de opeenstapeling van ronde volumes daarboven lijken kajuiten. Hier zijn de woorden van Le Corbusier die een jaar of tien eerder architecten aanried goed te kijken naar oceaanstomers wel heel letterlijk genomen. Het vreemdst zijn de lange slaapzalen, die lijken op aan wal gesleepte schepen. De naar de zee gekeerde achterzijden van de gebouwen zijn kopieën van bootachterkanten, de voorzijden hebben met hun met zink bedekte rondingen meer weg van een trein.

Le Navi was bedoeld voor zonen van Italiaanse gastarbeiders en dus wilde de verder onbekende architect Clemente Busiri-Vici met zijn gebouwen verwijzen naar de lange reis die de jongens hadden gemaakt. Het kwam hem op veel kritiek te staan. 'Dit is meer literatuur dan architectuur', schreef het tijdschrift Casabella in 1942 over Le Navi. 'De maritieme oorsprong van de vormen hebben een noviteit gecreëerd, maar het woord snobisme is hier op zijn plaats. Eenvoud is altijd een betere raadgever dan de romantische retorica.' Inderdaad lijkt Le Navi wel een Las Vegas aan de Adriatische Zee. Maar meer dan vijftig jaar later, na een overstelpende hoeveelheid ernstige eenvoud in de architectuur, raakt het oog verrukt bij de blik op de onbevangen 'architecture parlante' van Le Navi. O, waren er maar meer van zulke dingen gemaakt!

Vakantiekolonies als Le Navi waren geen fascistische uitvinding. Al in de negentiende eeuw werden ziekelijke kinderen naar bossen, bergen en stranden gestuurd, overigens niet alleen in Italië, maar in heel Europa. Maar onder de fascisten verschoof de nadruk van de vakantiekolonies van preventieve gezondheidszorg naar disciplinering. De kolonies waren middelen om van de Italiaanse jeugd gezonde, tucht en orde minnende fascistjes te maken.

Toch keek de Britse beeldhouwer Eduardo Paolozzi (1924), wiens ouders in de jaren twintig naar Edingburgh emigreerden, in 1988 zonder wrok terug op zijn zomers in Le Navi. 'We kregen een matrozenuniform met een stevig zwart overhemd, dat je mocht houden', schreef hij over de vakantiekolonie. 'Ik herinner me ook dat onze hoofden werden geschoren. Het was schitterend. Ik vond dat er een gelukkige sfeer heerste. Ik was heel blij dat ik er naar toe gestuurd werd. We verbleven in rompvormige slaapzalen. Ze waren mooi ontworpen. We hadden prachtige kasten van een soort dat ik nooit eerder had gezien. Het ambachtelijk niveau was heel hoog. De kasten waren in primaire kleuren geschilderd en de interieurs waren stralend wit.

' 's Ochtends marcheerden we onder leiding van priesters met fascistische ordetekens. Militaire priesters. Er was een vlaggestok en we hesen de vlag ceremonieel. Daarna marcheerden we naar de eetruimte die metalen deuren had, zoals van een garage. Binnen stond een groot beeld van Mussolini, de roerganger. We werden bediend door nonnen en we kregen aluminium mokken met koffie verkeerd en een broodje, zonder boter of jam. Daarna marcheerden we weer allemaal naar buiten en gingen verschillende taken uitvoeren. Meestal liepen we op blote voeten.'

Zuilen

Er was er niet één voorgeschreven bouwstijl voor deze fascistische gebouwen van zee, zon en lucht. Die in Marina di Ravenna bijvoorbeeld vertoont met zijn symmetrische opbouw, timpanen en gestileerde zuilen duidelijk de sporen van het Novecento-classicisme. Maar de meeste vakantiekolonies zijn toch opgetrokken in een onvervalst modernistische stijl. Misschien komt het doordat het vooral jonge architecten als Adalberto Libera, Angiolo Mazzoni en Mario de Renzi waren die de kolonies ontwierpen. En natuurlijk passen de gladde vormen en de open ruimtes van het modernisme ook heel goed bij een architectuur van zee en zon.

Dat ze met hun gebouwen bijdroegen aan de verbreiding van het fascisme, kon de architecten niet veel schelen. Typerend voor de Italiaanse architecten, van traditioneel tot avantgardistisch, was de reactie van Agnoldomenico Pica (1907) op de vraag hoe het was om voor de fascisten te werken. 'Ik moet zeggen dat onder het fascisme iedereen zijn best deed om nog fascistischer te dan zijn collega - de latere verhalen over antifascisme zijn onzin', zei Pica, een aanhanger van het Nieuwe Bouwen, die in Ravenna een vakantiekolonie ontwierp. 'Uiteindelijk waren we in de eerste plaats geïnteresseerd in architectuur, en of we nu een opdracht kregen van een Turk, de paus of Mussolini, maakte niet uit. Wat moest je doen als architect - rondvliegen soms?'

Sommige kolonies zijn nauwelijks meer dan witte dozen op pootjes, met strookramen en dakterrassen, precies zoals de ook in het fascistische Italië bewonderde Le Corbusier voorschreef. Een strenger gebouw dan de Colonia Marina Montecatin in Cervia uit 1938 is nauwelijks te verzinnen, zeker sinds de toren die het gebouw oorspronkelijke sierde is verdwenen: hier heeft het modernisme een deprimerende vorm aangenomen. Maar de meeste Italiaanse vakantiekolonies hebben iets luchtigs, bijna frivools zelfs, en zijn vaak voorzien van onderdelen zonder direct nut. Zo zijn de vreemde, De Chirico-achtige torens van de vakantiekolonie in Calambrone waaromheen spiraalvormige trappen naar het niets omhoog slingeren, alleen bedoeld voor het genot.

Veel kolonies dienen niet langer voor vakantievertier. De kolonie in Marina di Ravenna bijvoorbeeld staat al jaren leeg en is hard op weg een ruïne te worden. Maar zelfs als ruïnes zijn de gebouwen imposant. De pracht van de kolonie Costanzo Ciano in Milano Marritima, die al meer dan vijftig jaar ongebruikt is, is ook in onttakelde staat niet verdwenen. Het open betonskelet dat de ooit verborgen hellingbanen als ingewanden toont is misschien zelfs wel imponerender dan het intacte origineel.

Ville radieuse

De vloot van Le Navi wordt nog steeds elke zomer bemand, al dragen de gasten al lang geen matrozenpakken meer en dunt hun aantal elk jaar steeds meer uit. De behoefte aan vakantie in kolonies wordt steeds kleiner en wie door de ruiten van de slaapzalen naar binnen kijkt, moet vaststellen dat een groot deel van het gebouw nauwelijks wordt gebruikt. Le Navi is een uiting van een verdwijnende cultuur.

“De gemeente Cattolica heeft plannen om van dit gebouwencomplex een watersportcentrum te maken”, vertelt de directeur Anita Nanni in de Admiraliteit, zoals het hoofdgebouw wordt genoemd. “Maar wij verzetten ons ertegen. We vinden dat we nog steeds een functie hebben. Nog steeds komen hier jaarlijks honderden kinderen vakantie houden die anders nauwelijks hun stad uitkomen. En we geloven dat ze als betere mensen terug gaan, niet alleen lichamelijk maar door onze kunst- en schildercursussen ook geestelijk.”

Nanni is trots op het gebouw, zegt ze, al blijkt bij een rondleiding door het complex dat het verval niet tot het exterieur beperkt is gebleven. De eetzaal, waar ooit het kolossale Mussolini-beeld op de etende matrozen neerkeek, is een verveloze, rommelige zaal en de gangen zouden goed een kwast kunnen gebruiken. Ook het museum in de nok van het gebouw, waartoe Nanni met een grote sleutel toegang verschaft, is kaal en eenvoudig. Maar het laat wel alles, en meer nog, zien wat een tentoonstelling over Le Navi moet tonen.

Er hangen schetsen, uitgewerkte plattegronden, en een foto van de architect zelf. Over de fascistische wortels van Le Navi hebben de tentoonstellingsmakers niet moeilijk gedaan. Oorspronkelijke teksten die de bedoelingen van het gebouwencomplex toelichten en de grootsheid van het fascisme bezingen, hangen er zonder commentaar. Maar het sprekendst zijn de foto's van het dagelijkse leven in de 'Vakantiekolonie van de XXVIIIste Oktober': matroosjes in het gelid, matroosjes die marcheren, matroosjes die in zwembroek de zee inrennen, matroosjes die zich bij een namaakkanon op een echt oorlogsschip wanen en matroosjes die fanatiek sporten, precies zoals de duce wilde. “Ja, in het fascistische tijdperk ging het allemaal wat militaristischer toe”, licht Nanni lacherig toe.

De hang naar orde, helderheid en tucht had elk detail van het leven op Le Navi doordrongen. Zitten deden de matroosjes op kleine, zakelijke stalen-buizenstoelen en -krukjes, waarvan in het museum een paar originelen staan, en bij sport en spel maakten ze gebruik van strenge, houten, stereometrische vormen zoals kegels. Het onthullendst is een foto die op het eerste gezicht een strenge abstracte compositie lijkt, maar bij nader inzien de ontbijttafels in de eetzaal toont. Appel, mok, fles, mok, appel; appel, mok, fles, mok, appel; appel, mok, fles, mok, appel, eindeloos herhaald en neergezet als een leger: ook eten was een kwestie van precisie in Le Navi.

Maar het museumpje maakt eveneens iets duidelijk over de aard van de modernistische architectuur. Want temidden van alle matrozenfoto's doemt hij plotseling op: Le Corbusier, de grote pionier van het Nieuwe Bouwen, met zijn droom over de 'ville radieuse', de stad waar iedereen in dezelfde, strikt geordende flats tussen het groen zou wonen. De boodschap is duidelijk: Le Navi is een 'village radieux', een 'ville radieuse' in het klein. Hier heersten de orde, de netheid, de hygiëne en de 'Körperkultur' waar zoveel modernistische architecten zo dol op waren. In de Italiaanse vakantiekolonies werd de modernistische droom waar.