Nieuwe fondsen voor 'technostarters'

Startende ondernemers die nieuwe technologieën willen gaan toepassen krijgen meer mogelijkheden om risicodragend kapitaal aan te trekken. Dat is mogelijk door drie deze week opgerichtte participatiemaatschappijen voor zogeheten technostarters.

De drie zijn regionaal werkzaam. Er is een fonds voor Zuid- en Oost-Nederland in Venlo, één voor Noord- en Oost-Nederland in Groningen en een technologie- en industriefonds voor Amsterdam en Noord-Holland. De deelnemers in de participatiemaatschappijen zijn onder andere banken, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, gemeenten en kennisinstellingen.

De deelnemers fourneren per participatiemaatschappij een bedrag van acht miljoen gulden. Het Ministerie van Economische Zaken draagt per fonds drie miljoen gulden bij. Dat betekent dat voor het verstrekken van risicodragend kapitaal aan technostarters in totaal 33 miljoen gulden beschikbaar is. De nieuwe fondsen verschaffen niet alleen kapitaal aan beginnende ondernemers die technologisch innovatief bezig zijn, maar ze zorgen ook voor begeleiding.

Mr. C. Collee van ABN Amro zei na de ondertekening van de overeenkomsten dat de begeleiding tot nu toe altijd een groot probleem was. “Het is onverantwoord zeer veel tijd en geld te besteden aan technostarters, wanneer dat tot onvoldoende resultaat leidt. Door de bijdrage van het ministerie worden belangrijke bezwaren op dit terrein fors gereduceerd.”

De startende ondernemers kunnen uit het fonds maximaal een half miljoen gulden krijgen. Volgens Collee zal in de praktijk een dergelijk bedrag als hefboom fungeren om elders extra financiering los te krijgen. Niet alleen pas beginnende ondernemers kunnen een beroep doen op de nieuwe faciliteit. Ook degenen die al enige jaren met nieuwe technologieën bezig zijn kunnen aankloppen.