Nederlands smerigste meer krijgt 'groene archipel'

DRONTEN, 11 OKT. Middenin het Ketelmeer, tussen Urk en Kampen, staart een soort oog omhoog: een slibdepot, waarvan de aanleg eerder dit jaar begon, krijgt vaste vorm. Binnen de omringende damwand bruist het van de activiteiten. Her en der verspreid liggen schepen, bezig met het grootste baggerkarwei ooit in Nederland uitgevoerd: de schoonmaak van het sterk vervuilde Ketelmeer.

Een helikopter kan gemakkelijk landen op het terrein van Combinatie Ketelmeer aan de oever, waar een kleine nederzetting verrezen is. Er werken tweehonderd mensen, van wie er negentig ook wonen, althans van maandagochtend tot vrijdagavond. Vierentwintig uur per dag wordt gewerkt aan de voorbereidingen op de feitelijke sanering van een van Nederlands smerigste meren.

's Lands drie grote baggerspecialisten - HBG-dochter HAM-VOW, Ballast Nedam Baggeren en Boskalis - werken gebroederlijk samen. “Een klus van dergelijke omvang is haast niet door één maatschappij uit te voeren”, licht Chr. van Oord van HAM-VOW toe. “Hier is zoveel materieel nodig dat, wanneer je zo'n karwei alleen aanpakt, andere projecten in het gedrang komen.”

De baggeraars zijn bezig met de aanleg van tijdelijke slibdepots voor de zwaar vervuilde specie. Als het grote definitieve depot klaar is, wordt begonnen met de grootschalige sanering van het meer.

Het Ketelmeer is een van de zwaarst vervuilde wateren van Nederland. Als gevolg van het Wirtschaftwunder en de daarmee gepaard gaande groei van de Duitse zware industrie stroomde het meer vol met vervuild slib dat IJssel en Rijn meevoerden. Eind 1989, begin 1990 werd die vervuiling pas in kaart gebracht. Vier jaar later besloot toenmalig minister Maij van Verkeer en Waterstaat tot de schoonmaak. “Bij deze klus is nauwkeurigheid van het grootste belang”, beklemtoont ir. J. Driebergen, projectleider van Rijkswaterstaat. Van het Ketelmeer, dat 3800 hectare beslaat, is 2800 hectare bedekt met de zwaarste categorie verontreinigd materiaal, klasse 4. De vervuilde laag is een halve meter dik. Driebergen: “Wanneer over het hele gebied een centimeter te veel gebaggerd wordt, levert dat 280.000 kubieke meter extra slib op. Dat zou de opslagcapaciteit van het depot nodeloos belasten.”

Het vervuilde slib op de bodem van het meer, 15 miljoen kubieke meter, bevat zware metalen, PAK's en PCB's. Zou de natuur haar gang kunnen gaan, dan zal het vervuilde slib zich verspreiden tot in het IJsselmeer. Bepaalde stoffen kunnen in het grondwater terechtkomen.

Milieu-effecten en snelheid zijn belangrijke selectiecriteria bij de aanbesteding van de sanering van het meer. Een hoog tempo is essentieel om de kosten laag te houden. Verhoudingswijs dan. Want niet alleen is het Ketelmeer in fysiek opzicht een recordklus, ook wat kosten betreft is het de grootste baggeropdracht die ooit op Nederlands grondgebied is uitgevoerd. De projectsom voor het depot alleen bedraagt al 220 miljoen gulden, de uiteindelijke sanering van het meer kost nog eens 200 miljoen gulden.

Niet alleen de zorg om het milieu was aanzet tot de sanering; de verontreiniging hield ook de ontwikkeling van het gebied tegen. Zo zouden de gemeenten rondom het meer de recreatiemogelijkheden graag verder ontwikkeld zien. De optie waarvoor nu is gekozen - sanering van de bodem en opslag van de baggerspecie in het meer zelf - voorziet in beide behoeften. Over vier jaar zal het definitieve depot ogen als een rustiek eiland van een kilometer doorsnee, omringd door een tien meter hoge dijk.

De aanleg van het slibdepot is een project op zichzelf. Gekozen is voor een depot in het meer, vooral om hoge transportkosten te vermijden. Dat betekent wel dat rekening moet worden gehouden met strenge milieu-eisen. “Want in feite gaat het om de aanleg van een gigantische afvalstort”, licht Driebergen toe.

Om die reden worden eerst twee tijdelijke stortplaatsen aangelegd, en daarna het definitieve depot. De eerste is vol, de tweede bijna klaar. In die twee depots wordt vervuild slib gestort dat is opgebaggerd om een schone ruimte te creeëren voor de uiteindelijke opslag. De put daarvoor wordt 45 meter diep en krijgt een bodem van klei en veen die voorkomt dat vervuiling doorsijpelt. In juli 1998 moet het eerste verontreinigde slib erin gestort kunnen worden. Driebergen: “Het depot kan 20 miljoen kubieke meter vervuild slib herbergen. Dat biedt, nadat het Ketelmeer geheel gereinigd is, nog ruimte voor 5 miljoen kuub slib van elders.” Volgens schattingen van Rijkswaterstaat is dat voldoende voor de komende twintig jaar, goeddeels afhankelijk van de ontwikkeling van de vervuiling. Met de huidige milieureglementen zal die aanzienlijk minder snel toenemen dan in de afgelopen deccenia. Ter vergelijking; vervuild slib uit de IJssel, voorheen klasse 4, valt nu in klasse 2.

Wanneer het depot vol is, rond 2020, wordt het afgedekt met schone klei of zand. De grond die vrijkomt bij het graven van de put wordt gebruikt om een natuur- en een recreatie-eiland aan te leggen. Zo vormen depot en de overige eilandjes straks een 'groene archipel' in het Ketelmeer.