Meer gevraagd

DEZER DAGEN PRESENTEERDE het politiekorps Haaglanden een nieuw adminstratief automatiseringssysteem. Trots liet een politievrouw zien hoe makkelijk je nu een aanrijdinkje verwerkt. Er was al wel een computersysteem, maar als de gegevens daarin waren ingevoerd moest je vroeger achter de typemachine nog eens een apart formulier invullen. Nu levert de computer dat met één druk op de knop.

Het elektronische aanrijdingsdossier kan nu ook in beginsel vanuit elk bureau binnen het korpsgebied worden opgeroepen zodat de burger niet voor ieder akkefietje terug moet naar de plaats des onheils.

Bij het gemiddelde bankfiliaal zullen ze daar niet echt van opkijken. De politie heeft op het gebied van de moderne informatietechnologie (IT) ook wel wat in te halen. “De gemiddelde koe heeft meer IT in haar oor dan de gemiddelde agent op zak”, luidt een gevleugeld woord van de voorzitter van het korpsbeheerderberaad d'Hondt. Hij hamert erop dat voor de automatisering “fundamenteel meer geld ter beschikking moet komen; dat zullen de regering en de politiek moeten inzien”.

DEN HAAG ROEPT echter om meer blauw op straat. In zijn jongste begroting kondigt minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) nog weer eens duizend man extra aan. Daar is wél geld voor. En dus leiden korpsbesturen min of meer openlijk een deel van de personeelsgeldstromen om naar materiële voorzieningen. Dat is natuurlijk niet erg elegant en met reden sprak de Tweede Kamer daar deze week haar ongenoegen over uit.

De Kamerleden die zo hameren op meer politie kunnen niet blijvend de vraag ontlopen of de geïnvesteerde gulden meer rendement opbrengt bij die ene extra man of vrouw, of bij de systemen, de automatisering en de computers. “Die vraag wordt alsmaar interessanter”, noteerde minister Dijkstal eind vorig jaar tijdens Kameroverleg. Eigenlijk is allebei nodig, concludeerde hij. Maar een gulden kan men niet tweemaal uitgeven.

Uiteindelijk is de hapering in de politiesterkte een misverstand gebleken. De uitbreiding ligt gewoon op koers, roepen minister Dijkstal en de regionale korpsbestuurders eendrachtig. Enkele dagen geleden nog maakte de minister een groot punt van de regionale autonomie waarop zijn beleidsdaden als bewindsman afketsten. Die autonomie speelt Dijkstal telkens uit tegenover de Tweede Kamer. Nu eens kan hij “dringende verzoeken van de Kamer over de drugsbestrijding slechts ter overweging voorleggen aan de korpsbeheerders”. Dan weer stuiten de door de Kamer gevraagde personele gevolgen van de IRT-enquête af op het machtswoord van de korpsbeheerder.

DIJKSTAL STEEKT niet onder stoelen of banken dat hij destijds als Kamerlid grote twijfels over het regionale bestel had en dat zijn hart eigenlijk uitgaat naar een provinciale politie. Hij kan moeilijk menen dat deze het resultaat zal zijn van de “knelpuntennotitie” waarmee hij binnenkort op verzoek van de Kamer komt. Intussen blijft hij minister over een regionaal bestel, een bewindsman die naar eigen zeggen erg aarzelt bij het uitspreken van de woorden “strakke regie” als het om de Nederlandse politie gaat. Er pleegt in politiezaken méér te worden gevraagd van Nederlandse bewindslieden.