Kale precisie in doffe levens

Bram Vermeulen: Vriend & Vijand. Houtekiet, 160 blz. ƒ 29,90

Elisabeth, een van de vier personages in het nieuwe boek van Bram Vermeulen, heeft het niet op columnisten en cabaretiers die boekjes publiceren. 'Tekstverwerkerlectuur noemt ze dat. Elektronische letters, die bestaan niet echt, daarom valt er een rem weg, maken ze overal een boek van. Volgens haar is het aantal boeken, sinds de tekstverwerker is uitgevonden, dramatisch toegenomen. Je zou schrijvers moeten dwingen een boek met de hand te schrijven. Dan vallen er meteen een hele hoop af.' Het moest Bram Vermeulen, de cabaretier die boekjes publiceert, kennelijk even van het hart, want een andere reden voor deze passage is er niet. Het heeft niets te maken met het verhaal dat hij in Vriend & Vijand vertelt, en het voegt ook niets toe aan het portret dat hij van Elisabeth schetst - de vrouw van Gerard en de moeder van de puberzoon Frits.

Over hen, en over het meisje Anja dat rakelings langs hun pad scheert, gaat het hier. Over de manier waarop Elisabeth tegen haar echtgenoot aankijkt: 'Hij was meer een soort gewoonte geworden. Hij zat haar niet in de weg. Zij hem ook niet.' Over het doffe kantoorbestaan van Gerard: 'Hij speelde weleens met de gedachte gewoon een week niets te doen. Kijken of iemand dat zou merken. Twee weken, een maand. Hij deed het niet, voornamelijk omdat hij bang was dat werkelijk niemand het zou merken.' Over zijn stilzwijgende vreemdgaan, haar vriendinnen en de krampachtige manier waarop hun zoon zich hecht aan de feiten die hij op Internet leest.

Vriend & Vijand is een novelle die bestaat uit close-ups van de vier hoofdpersonen, zodanig gemonteerd dat er een doorgaand verhaal ontstaat en gezet in smalle regels met veel wit - alsof het niet in proza, maar in een vrije versvorm is geschreven. Dat heeft op het eerste gezicht iets aanstellerigs, maar het blijkt al gauw vaart te geven aan de beschreven stilstand. Daarbij staat Vermeulen er ook in zijn liedjes om bekend, dat hij in kale zinnetjes heel precies de gemoedstoestand van zijn personages onder woorden kan brengen. Een soort hardop nadenken is wat hij hen laat doen, waardoor elk van de vier herkenbare contouren krijgt. Toen het uit was, dacht ik zelfs te weten hoe ze er uitzien, terwijl de schrijver daar met geen woord over rept.

Hoewel alles in zijn vertelling erop duidt dat er nimmer verandering zal komen in het leven van Elisabeth, Gerard, Frits en Anja, laat Vermeulen uiteindelijk toch een dramatische ontknoping uit de lucht vallen. Naar mijn smaak was dat niet nodig geweest; het drama zit al meer dan voldoende verscholen achter de schijnbaar onopmerkelijke en ongeëmotioneerde beschrijving van hun zo gewoontjes ogende bestaan.