Jarig CDA heeft niets te vieren

Het CDA is vandaag jarig. Maar wilt u het alstublieft niet verder vertellen, want ze doen er niets aan. De christen-democratische familie oefent al een tijdje in bescheidenheid. Misschien moet u volgend jaar nog eens langskomen.

Het Christen Democratisch Appèl bestaat vandaag precies zestien jaar. En inderdaad, voor een feestje is weinig aanleiding. De ooit zo machtige fusiepartij van katholieken en protestanten, die geoliede machtsmachine zonder welke geen kabinet te formeren viel, verkeert nog altijd in wanorde.

De hegemonistische partijformatie - 'in het midden ligt onze kracht' - is tweeënhalf jaar na het verkiezingsechec nog altijd een zwalkende groepering. Leiderschap ontbreekt, een uitdagende visie evenzeer en in de partijgelederen klinkt voluit gemor over 'de uitvoerders' in Den Haag. De fractie doet het niet goed, moet straks drastisch worden vernieuwd en voor Heerma ziet menigeen nu al graag een ander verschijnen.

Is dit nog altijd dezelfde partij die zo succesvol was onder de grillige, maar charismatische Van Agt, en zijn succes uitbouwde onder de getalenteerde bruggenbouwer Lubbers. Nee, het CDA mist niet alleen politici van formaat, maar ook zijn levensaders. De onderscheiden partijen ARP, CHU en KVP brachten bij de fusie hun eigen kleur en temperament mee en die eigenheid is langzamerhand weg of verbleekt. Rechtstreekse leden geven weliswaar geen gedonder, zoals dat tussen de aloude bloedgroepen (katholieken versus protestanten) vaak het geval was, maar brengen ook geen karakter in. De politici die het CDA gemaakt hebben, erover geknokt hebben en erin geloofden zijn op hun retour, verdwenen of overleden. Een nieuwe generatie heeft zich daarna nauwelijks aangediend. Het is niet toevallig dat partijvoorzitter Helgers op zoek is, naar wat hij noemt, 'nieuwe beelddragers'. Gezocht: politici die aanspreken. Als dat geen armoe is.

Wie stuurt het CDA in deze barre tijden? Vóór de schermen soms een oud-leider, als Frans Andriessen, de opsteller van de toekomstvisie van de partij. Achter de schermen regelmatig een andere oud-coryfee als Norbert Schmelzer, de legendarische leider van de KVP en 'De Nacht van '66'.

Intussen kijkt de vorige lichting toe: Brinkman, de gevallen en bij delen van de partij nog altijd geliefde ex-leider, houdt zich zorgvuldig buiten beeld, en Lubbers, de zo dramatisch gepasseerde kandidaat voor de Europese Commissie en de NAVO, beperkt zijn rol tot het spreken op fora en het begeleiden van het wetenschappelijk instituut.

Zo vaart het CDA bij zwaar weer onder de weinig bezielende leiding van het duo Heerma/Helgers. Ze lijken samen een beetje op het stel Voorhoeve/De Korte dat in '86 binnen de VVD bij gebrek aan een echte leider een nieuwe vorm van leiderschap introduceerde: het duo-leiderschap, ook wel duolisme genoemd. Het bleek een krakkemikkige vorm van leiderschap, zo weten ze zich in de VVD nog altijd heel goed te herinneren.

Twee jaar al doolt fractieleider Heerma rond in de woestijn van de oppositie en het beloofde land lijkt nog ver weg. Bij zijn eerste algemene beschouwingen vorig jaar werd hij compleet weggespeeld en vorige maand bij zijn tweede exercitie gold het als een prestatie dat hij overeind bleef.

De enige boodschap die tot nu toe doorklonk was zijn pleidooi voor gezinspolitiek, compleet met een minister voor Gezinszaken. Het was voor de paarse coalitie niet direct bedreigend, maar de verlegenheid bij dit morele appèl leidde vorige maand zowaar tot een malle notitie, waarin het kabinet een reeks algemeenheden samenvat als beleid. Maar met zijn gezinsnummer is de conduitestaat van oppositieleider Heerma meteen ook gegeven.

En die andere duo-leider: Helgers? De partij heeft in hem een welwillende, maar nauwelijks overtuigende voorzitter. Hij wil als een christen-democratisch broertje van PvdA-voorzitter Felix Rottenberg graag grootscheeps vernieuwen, maar mist het benodigde elan. En bovendien, ingrijpend vernieuwen in een middle-of-the-road-partij als het CDA, is dat niet zoiets als pleiten voor geheelonthouding in een drankwinkel?

Wacht maar, wij bereiden ons in de oppositie voor op een Grote Sprong Voorwaarts, zeggen christen-democraten regelmatig tegen elkaar en tegen de buitenwereld. Als een manier om elkaar op te peppen is het een nuttige therapeutische oefening, maar is het ook een bruikbaar scenario? De idealisten in de partij bouwen aan mooie programmapunten en houden de nette volgorde aan (eerst een nieuw programma, dan een nieuwe leider); tegelijk zien de realisten de macht afkalven. En niet zo'n beetje ook.

Christen-democratische bestuurders zien overal posities omvallen. In burgemeesterskring raakt het CDA veel posten kwijt. Minder gemeenten als gevolg van herindelingen en meer paarse benoemingen als gevolg van de veranderde politieke verhoudingen treffen het in de regio vanouds zo sterk aanwezige CDA zwaar. Waar eens naar het woord van autofabrikant Henry Ford iedere kleur geleverd kon worden als die maar groen was, is groen nu in bestuurlijke kring een schaarse tint aan het worden.

En de grote klappen moeten nog vallen. Volgend jaar verliest de partij zo goed als zeker de commissarispost in Utrecht als daar Beelaarts van Blokland met pensioen gaat. Die functie is in een onderonsje van paars al vergeven aan D66. Zo goed als het vice-voorzitterschap van de Raad van State het CDA straks ook ontvalt. Met het vertrek van de CHU'er Scholten komt de positie van 'onderkoning' voor het CDA niet weerom, maar in handen van PvdA (Tjeenk Willink) of VVD (Korthals Altes).

Misschien mag het CDA nog een tijdje het voorzitterschap van de Tweede Kamer bekleden, nadat voorzitter Deetman burgemeester van Den Haag is geworden. Maar dan alleen tijdelijk, omdat PvdA en VVD met de echte verdeling willen wachten tot na de verkiezingen van 1988. Want ook bij het CDA rekent niemand erop dat de partij straks als de grootste partijformatie uit de stembusstrijd tevoorschijn zal komen. Ze zal dan opnieuw niet de kiezende partij, maar op zijn best de gevraagde partij zijn.

Het CDA werd bij zijn ontstaan, zestien jaar geleden, vooral geholpen door de polarisatie van de PvdA - die drong de confessionelen in één huis bijeen. Nu lijkt het wegvallen van het confrontatiemodel in de Nederlandse politiek uiteindelijk de harmoniepartij-par-excellence het meest te treffen. Het CDA zal zijn oefeningen in nederigheid voorlopig gewoon moeten voortzetten.