Japanners zijn gehaaid in bedrijfsspionage

Competitive Intelligence. Door Larry Kahaner. Uitgeverij: Simon & Schuster. ISBN 0-684-81074-3. Prijs: 24 dollar.

Een Japans bedrijf dat van plan was om een papierfabriek in de Amerikaanse staat Georgia te bouwen, schakelde enkele jaren geleden een adviesbureau in om gegevens over de belangrijkste concurrent in die regio te verzamelen. Voordat de Japanners met de bouw van de fabriek begonnen, wilden zij weten welke produktiecapaciteit hun rivaal had. Om geen slapende honden wakker te maken, kon niet direct bij het bedrijf zelf worden geïnformeerd. Dat zou de gegevens vermoedelijk toch niet hebben verstrekt.

Uiteindelijk kwam men er achter door de treinwagons te observeren die de fabriek verlieten. Omdat die wagons gesloten waren, kon niet worden vastgesteld of ze vol zaten. Maar dat kon wel worden afgeleid uit de roest die na iedere rit op de rails was achtergebleven. De Amerikaanse brouwerij Coors paste een soortgelijke techniek toe. Dit bedrijf uit de Rocky Mountains vreesde concurrentie van de grote concurrent Anheuser-Busch, die fabrieken in Denver had. De grote vraag was of Anheuser-Busch voldoende produktiecapaciteit had om de aanval in te zetten. Lang hoefde men niet op het antwoord te wachten. Uit documenten die Anheuser-Busch bij de milieuautoriteiten had gedeponeerd kon worden afgeleid hoeveel afvalwater het bedrijf produceerde. Hieruit kon de totale produktie worden vastgesteld.

Het zijn allemaal voorbeelden van legale bedrijfsspionage of competitive intelligence zoals auteur Larry Kahaner het in zijn nuchter geschreven boek formuleert. Extreme voorbeelden, dat wel, want de meeste bedrijven beperken zich tot het verzamelen van jaarverslagen, persberichten, krantenknipsels, folders en kadastrale gegevens. Met name Japanse bedrijven zijn daar erg goed in: die leggen complete archieven van hun concurrenten aan. Een gemiddeld Japans handelsbedrijf geeft jaarlijks 60 miljoen dollar uit aan het verzamelen en archiveren van informatie. Een conglomeraat als Mitsubishi heeft 13.000 werknemers in dienst in meer dan tweehonderd kantoren die dagelijks 30.000 pagina's naar het hoofkwartier sturen.

Al die gegevens worden ook daadwerkelijk geanalyseerd. Fuji bestudeerde octrooien van Kodak en kwam sneller dan het Amerikaanse bedrijf met de wegwerpcamera. Een Japanner gaat in de trein zelfs vaak met opzet naast een collega van een concurrerend bedrijf zitten om de laatste bedrijfsroddels op te vangen of verhuist voor enkele jaren naar een ver land om de plaatselijke cultuur te bestuderen. Sommige Amerikaanse ruimtevaartbedrijven hebben hun fabrieken inmiddels voor Japanse bezoekers gesloten. Die willen nog wel eens rubberen schoenzolen dragen om daarmee ongemerkt metaalsnippers mee te nemen die op de grond zijn blijven liggen. Amerikaanse en Europese bedrijven gaan minder ver. Sterker nog: veel bedrijven menen dat zij met een abonnement op The Wall Street Journal of een knipseldienst al voldoende geïnformeerd worden. Vaak komen zij voor onaangename verrassingen te staan. Door slechte competitive intelligence werden Amerikaanse halfgeleiderfabrikanten volkomen verrast door dumping van Japanse geheugenchips op de Amerikaanse markt.

Amerikaanse en Europese bedrijven beginnen het volgens Kahaner zo langzamerhand wel te leren. Het Amerikaanse bedrijf Motorola huurde enkele jaren geleden zelfs een CIA-functionaris in. NutraSweet besteedt naar eigen zeggen jaarlijks 50 miljoen dollar aan competitive intelligence. En in Nederland zijn volgens de auteur met name Shell, Unilever en DSM op dit gebied actief. Wel wordt competitive intelligence nog maar aan weinig universiteiten onderwezen, de Universiteit van Lund in Zweden vormt eigenlijk een van de weinige uitzonderingen.

In zijn boek legt Kahaner uit hoe bedrijven zich kunnen specialiseren in competitive intelligence. Terecht wordt daarbij veel aandacht besteed aan de ethiek. Het fotograferen van bedrijfsterreinen vanuit een vliegtuig of het leeghalen van andermans papierbakken is niet strafbaar, maar men moet wel fatsoensnormen in acht nemen. Bedrijven moeten zich volgens Kahaner ook beter realiseren welke informatie zij via vakbeurzen en congressen naar buiten brengen; concurrenten kunnen daar immers hun voordeel mee doen. Bij het Amerikaanse computerbedrijf Apple hangt aan de deur van menige vergaderruimte de volgende waarschuwing: 'Spionnen hebben deze ruimte gehuurd.'