Hete Ierse hangijzers

Edna O'Brien: Down by the River. Weidenfeld & Nicolson, 265 blz. ƒ 51,80

Het cliché dat een mens milder wordt naarmate hij ouder wordt gaat bij Edna O'Brien niet op. Haar twee laatste boeken zijn feller, en politieker, dan de twintig die eraan voorafgingen. En politiek, in Ierland, dat betekent grote kwesties van moraal, geloof of geweten. Met Down by the River steekt de schrijfster haar nek uit. Incest en abortus: hete hangijzers die de Ierse maatschappij tot in haar wortels verdeeld houden. Maar geen onderwerpen voor een roman waar je direkt enthousiast van wordt. Toch ligt het er maar net aan wie zich over zulke kwestie ontfermt: Edna O'Brien schreef er een prachtige roman over die boeit, ontroert en vooral ook mooi is.

Haar stijl is bloemrijk, suggestief, sierlijk: grazige weiden waar de lezer genietend doorheen wandelt - om dan plotseling in een scherpe klem te trappen. De lelijke kanten van huwelijken (vechtende ouders), rechters en politici, anti-abortuslobbyistes, schoolmeesters, bemoeizuchtige tantes en onbeheerst liefdevolle vaders stelt O'Brien op scherpe toon aan de kaak. Kan ze voor de vader nog enig begrip opbrengen, de pro-lifevrouwen sabelt de schrijfster genadeloos neer.

In het eerste deel van de roman overheersen de intieme details van het gezinsleven. De vechtlustige moeder die sterft aan kanker, de drankzuchtige en ontevreden vader die een beetje in paarden handelt of rondhangt, vasthoudend aan het motto Might Before Right, het dertienjarige dochtertje dat dingen moet doen waar ze nog lang niet aan toe is en daar dag en nacht ziek van angst voor is. Op het nieuws dat ze zwanger is reageert de vader met razernij, en pookt in haar geslachtsdeel met een kapotte bezemsteel. Zo botweg bij de naam noemt O'Brien de dingen nooit, de gruwelijke feiten dagen de lezer slechts geleidelijk, maar daardoor niet minder pijnlijk.

De rest van de roman, ruwweg tweederde, speelt zich af in de buitenwereld. Het meisje vlucht weg naar de grote stad waar ze hartelijk opgevangen wordt door een straatmuzikant - die hiervoor gestraft wordt met gemene aantijgingen en een in het beschaafde westen ondenkbaar grove verhoormethode. Een bezorgde buurvrouw helpt haar naar Engeland te komen ('But an abortion won't unrape her') maar sleurt haar op de drempel van de operatiekamer weer mee terug naar Ierland omdat ze repressailles vreest. Dan is het arme kind een prooi voor de media. O'Brien laat via de gruwel van de praatradio doorsneeburgers hun onzindelijke ideeën over verkrachting en abortus ventileren. De ruimhartiger medeburgers schrijven brieven of demonstreren. Wie de vader van de foetus is weten dan alleen nog hij en het meisje, de discussie gaat tot dan toe vooral over de ongeborene. Als het bange vermoeden bij deze en gene rijst wordt dat niet uitgesproken maar subtiel aangeduid. Op een begrijpende vraag formuleert het meisje een schitterend dubbelzinnig antwoord: “'Do you hate him, Mary?' 'He was the wrong father... That's all.”'

Een zelfmoordpoging van het meisje mislukt, die van haar vader echter niet en er komt een grote rechtzaak van die alle deelnemers aangrijpt. Net voor de uitspraak krijgt Mary - die eigenlijk Bridget heet maar door het volk zo genoemd wordt - een miskraam.

“Rosaries and ovaries, I don't know which does the most damage to this country” laat de schrijfster een arts verzuchten, wat haar door vele Ieren niet in dank is afgenomen. De drijvende krachten achter de anti-abortusbeweging hebben alle reden om ongelukkig te zijn met Down by the River, maar de literatuur heeft er bij gewonnen. Er zit maar één zwakke kant aan de roman: het meisje schrijft voor haar leeftijd té mooie, té wijze brieven en denkt aan de oever van de rivier na het bezemsteel-incident aan Ophelia. Misschien zal van deze roman gek genoeg het meest beklijven het fragment waarin vader en dochter samen een merrie helpen bij een zware bevalling; het kind oer-angstig en de vader liefderijk en bezorgd om zijn paard.