Het verhaal van een wrak

Phillip Playford: Carpet of Silver. The wreck of the Zuytdorp. University of Western Australia Press, 260 blz., Austr. $ 34,95 Alleen direct te bestellen: Tuart House, Nedlands 6907, Western Australia.

Waar de jacht van een West-Australische veehouder op een wilde hond al niet toe kan leiden. In ieder geval tot een ruim veertigjarige obsessie van een geoloog voor een wrak van een Nederlandse Oost-Indiëvaarder tot een boek over duiken, bedriegen, brandstichting, keurig onderzoek en wellicht tot een spoor naar vroeger achttiende-eeuwse vermenging van Europeanen met aborigines.

In 1927 vond veehoeder Tom Pepper in een uiterst ontoegankelijk kustgebied, enige honderden kilometers ten noorden van Perth, resten van een schip, zoals een houten beeld, een sluitstuk van een kanon en munten en gespen. Jaren later, in 1954 toonde hij die aan de 22-jarige geoloog Phillip Playford, toen in die contreien werkzaam. Playford ging op aanwijzing van Pepper naar de wrakplaats en trof daar nog verschillende andere voorwerpen aan. Sedertdien liet het wrak hem niet meer los. In 1959 bleef het nog bij een artikel, nu ligt er een heel boek: een boeiend, soms wat wijdlopig ik-relaas.

Playford slaagde er spoedig in het wrak te identificeren als dat van de 'Zuytdorp', die op zijn derde reis naar Batavia in 1712 spoorloos verdwenen was. Het Algemeen Rijskarchief in Den Haag en de munten uit 1711 leverden de bewijzen. De 'Zuytdorp' was een van de grootste schepen van de kamer Zeeland. Na vertrek van de Kaap zeilde het schip te dicht in het zicht van Eendrachtsland, waardoor het op 27 graden zuiderbreedte in ondiep water strandde aan de voet van een zeker tweehonderd meter hoge klif. Vermoedelijk waren er tweehonderd opvarenden aan boord. Een kwart miljoen aan zilveren munten kwam in het water terecht. Zij vormden, zoals een duiker in 1967 meldde, een 'carpet of silver' op de zeebodem.

Naast een relaas van de reizen van de 'Zuytdorp' en de VOC zelf, brengt Playford meticuleus verslag uit van alle expedities die de wrakresten hebben willen bergen. Als een ware detective achterhaalde hij een tocht uit 1941 en zelfs een film. West-Australische kranten steunden de meeste expedities. De 'Zuytdorp' was dan ook het eerste van de vier VOC-wrakken waarvan in de jaren zestig resten geborgen werden. De 'Batavia' en de 'Vergulde Draak' zouden weldra de meeste aandacht opeisen. Over die schepen en over de lotgevallen van hun opvarenden is dan ook veel meer te vertellen, zeker over de muiterijen, slachtpartijen en straffen rondom de 'Batavia'.

De vondst van de scheepswrakken met een kostbare lading was de eerste tijd na 1954 nog een nieuw verschijnsel. Er bestonden geen regels en voorschriften. Iedereen kon zijn gang gaan. Gelukkig waren de dagen waarop veilig op de 'Zuytdorp' kon worden gedoken heel schaars en is zelfs nu nog niet alles geborgen. Het West Australian Museum in Perth (nu eigenaar van 13.210 munten, ongeveer tien procent van de totale lading) wist aanvankelijk niet goed raad met wie in zee te gaan. Enige tijd verbond het zich met een wel heel controversiële duiker die dreigde de wrakresten op te blazen als hij zijn zin niet kreeg. Mede door dit soort figuren en incidenten werd beschermende en regulerende wetgeving, eerst voor West-Australië, in 1976 voor geheel Australië, bespoedigd. Een enigszins gevoelig punt bleek onlangs nog de vraag of een aboriginal of een blanke als eerste de wrakplaats heeft ontdekt.

Aan het slot van het boek komt aan de orde wat met overlevenden van de ramp in 1712 is gebeurd. Dat die er waren blijkt uit de resten van flessen en gebruiksvoorwerpen, waaronder een deksel van een tabaksdoos met een gezicht op Leiden, die boven op het klif werden aangetroffen. Sommigen beweren dat bepaalde aboriginal-groepen in het wrakgebied Europese kenmerken vertonen. Ook is een zeldzame, Zuid-Afrikaanse variant van de ziekte Porphyria Variegata onder aboriginals gesignaleerd. DNA-onderzoek op skeletten wordt bepleit. De VOC heeft nooit naar het lot van de 'Zuytdorp' naspeuringen gedaan, Playford des te meer.