Het Szymborska-geheim

En wij altijd maar praten over 'global village'. Gaat de Nobelprijs naar een dichteres van wie wij nog nooit hebben gehoord. En niet alleen 'de meeste mensen' niet, ook de meeste lezers hadden nooit van Wislawa Szymborska gehoord. Hoe kan dat nu? Bestaat er een geheim genootschap dat die Zweedse academie voorlicht maar dat verder tegen iedereen zijn mond houdt?

In zekere zin wel. Maar dat kleine genootschap van hartstochtelijke literatuur- en meer in het bijzonder poëzieliefhebbers houdt zijn kennis niet helemaal voor zichzelf. Soms zijn er kleine aanwijzingen. Er verschijnt bijvoorbeeld een bloemlezing van hedendaagse Poolse poëzie in het Nederlands, waarin gedichten van Szymborska. Of een literair tijdschrift vertaalt een door Joseph Brodsky gehouden toespraak, waarin hij aanbevelingen doet over welke Europese poëzie iedereen echt moest lezen. Hij beweerde brutaalweg onder andere: 'uit Nederland: Martinus Nijhoff, uit Polen: Czeslaw Milosz, Zbigniew Herbert, Wislawa Szymborska'. Er zijn mensen die zo'n lijstje in fotokopie in hun agenda stoppen, om de blik een beetje te richten als ze een boekhandel binnen stappen.

Wie zo'n naam al eens heeft gehoord, is al een eindje op weg. Het kan ook zijn dat deze vingerwijzingen nog niet opgemerkt zijn. Maar dan doet zo iemand op een dag het Nieuw Wereldtijdschrift open en ziet daar een royale reeks gedichten van Wislawa Szymborska staan. Zo iemand is niet gek, die denkt: onthouden die naam. Want wat een mooie gedichten zijn het. Of die iemand leest Optima - zelfde verhaal.

Het geheime genootschap van poëzieliefhebbers, van nieuwsgierigen, van ontdekkers is eigenlijk een heel openhartig gezelschap. Het juicht in de literaire tijdschriften op volle kracht over zijn vondsten. Over die tijdschriften wordt de laatste jaren nogal eens gezeurd - ze zouden geen functie meer hebben, want ze moeten kweekvijvers zijn en uitgevers geven iedereen die drie woorden achter elkaar op kan schrijven toch wel uit - zulke praatjes. Maar een literair tijdschrift is veel meer. Het is de neerslag van door smaak gezeefde nieuwsgierigheid, het is een bron van ontdekkingen en ontroeringen. In een literair tijdschrift kun je proeven en ruiken, je kunt het gebied van je eigen smaak uitbreiden, je ontdekt er wegen die beter dan jijzelf weten waar je heen wilt. Je ontdekt er, bij voorbeeld, Wislawa Szymborska.

Uitgevers zijn huiverig om vertaalde poëzie uit te geven. Terecht, want Nederlandse poëzie is al moeilijk aan de man te brengen. Wie zou in de boekhandel een dikke bundel van een onbekende Poolse dichteres met een slecht onthoudbare naam aanschaffen? Maar literaire tijdschriften zijn helemaal niet bang voor vertaalde poëzie. Daarom alleen al moeten we zuinig op ze zijn. Ze behoeden ons voor onwetendheid. Ze maken dat we de mooiste gedichten kunnen lezen. En dat we aanstaande Nobelprijswinnaars tot onze literaire vertrouwden kunnen rekenen.