Het Corsicaanse nationalisme is commercieel; Gesprek met Danielle Caïtucoli van 'Manifest voor het Leven'

AJACCIO, 11 OKT. Maandag liepen zij weer door de straten van Ajaccio, de vrouwen van het Manifest voor het Leven. Zij houden vol, maar het is niet makkelijk. Politici laten zich zelden zien bij hun acties en de Corsicaanse 'nationalisten', tegen wier spiraal van geweld zij zich richten, vinden hen niet gevaarlijk genoeg om te reageren.

Danielle Caïtucoli vertelt hoe het begonnen is: “Toen in de kerstweek vijf mensen waren vermoord, riepen wij uit: 'Nu is het genoeg'. We waren vrouwen van alle gezindten, weduwes, zusters van slachtoffers, maar ook gewoon vrouwen zoals ik die zeiden: 'Het leven is heilig. Haat is geen leidraad. We moeten de angst om ons te verzetten doorbreken.' De stem van vrouwen wordt toch al zo weinig gehoord in het Middellandse Zee-gebied.”

Haar vriendelijke, onopvallende verschijning, kort geknipte haar en lachende ogen verbergen een strijdbare geest en een scherp geheugen. We zitten amper een kwartier op het terras van Café Napoléon als zij mijn arm pakt en een man nawijst. “Die is van de geheime dienst. Hij heeft genoteerd dat ik met u praat. Alles is hier bekend, iedereen kent iedereen. Hoe zou het dan komen dat van de meer dan honderd moorden van de laatste drie jaar en alle gevallen van afpersing er niet één voor de rechter is gekomen?

“Dat is waar het ons om gaat. Er is politie genoeg, maar mensen schieten elkaar hier al dood als hen in het verkeer de weg wordt afgesneden. Niemand die er wat aan doet. Van de parkeerovertreding tot en met de nationalistische moord, over de hele lijn is het recht op Corsica buiten werking gesteld. Het is hier een bananenrepubliek. Premier Juppé belooft nu open oorlog tegen het terrorisme, maar wat moeten we met hordes oproerpolitie op straat. Ik wil alleen maar dat de wet wordt toegepast.”

Danielle Caïtucoli is directeur van een semi-overheidsdienst in de sociale sector. Zij ziet veel ouders en kinderen. “De verpaupering is aanzienlijk. Ja, dit is het zwaarst gesubsidieerde deel van Frankrijk. Maar wie daar van heeft geprofiteerd weet ik niet. Veel banen heeft het niet opgeleverd. In twintig jaar is het hier van een plattelands-samenleving een 'banlieue'-gemeenschap geworden, een uitkeringsmaatschappij. Waar moet een jonge Corsicaan in geloven? Familie? Voorbij. Christus? Exit. Mao, Marx? Fini. Wat overblijft om voor te leven is 'l'oseille', 'le fric', pegels, poen. Het nationalisme is commercieel geworden, het heeft geen enkele ideologie meer.

“Begrijp me goed. Ik ben niet tegen het nationalisme. Ik hoorde in de jaren '70 tot de eerste vijftig die het ARC [Action Régionaliste Corse, red.] oprichtten. Mijn oma vertelde me iedere avond een kwartier Corsicaanse geschiedenis. Ik zing graag mee. Ik ben volop Corsicaanse maar ik schaam me niet voor mijn Franse paspoort. In ons dorp staan mijn grootouders gegraveerd in het '14-'18 monument, 'gevallen voor de Republiek'.

“Fransen van buiten het eiland zeggen graag dat wij Corsicanen heethoofden zijn, dat geweld er bij hoort. Het is misschien een deel van onze folklore dat we ons als het nodig is gewapend verdedigen. Ik schiet ook goed, ik jaag - wild en vooral snippen. Maar het is onzin dat wij een volk van moordenaars zijn. In de instabiele politieke situatie van de laatste jaren hebben zich mafia-types van het hardste soort gevestigd, dat is wat anders.

“Die verwording is mede mogelijk gemaakt door dubbelhartige politici. En door vroegere nationalisten die zeiden dat gebruik van geweld in bepaalde gevallen toelaatbaar was. Zodra je dat doet kom je aan de verkeerde kant van de streep terecht. Je verweren in oorlogstijd, dat is wat anders, maar waar kwam het Corsicaans streven naar autonomie oorspronkelijk op neer? Ons recht op verschillend zijn en verzet tegen het Parijse 'jacobinisme' [de pretentie van Parijs alles het beste te kunnen regelen, red.] Op den duur heeft het 'nationalisme' vooral haat gezaaid in de harten van jonge Corsicanen. Dát verwijt ik hen. Daar baseren ze hun clandestiene legers op. Nu ze hun echte kleuren hebben laten zien, staat volgens de laatste peilingen nog maar vijf of zes procent van de bevolking achter hen.”

Vrij onverwacht stokken Danielle Caïtucoli's woorden. Zij wrijft zich achter licht gekleurde brilleglazen. “Ik moet er iedere keer toch nog om huilen, die smeerlapperij, er is geen enkele rechtvaardiging voor. Het is onaanvaardbaar mensen te doden om hun ideeën - ongeacht wat die ideeën inhouden. Sommige slachtoffers betreurde ik nauwelijks, maar daar gaat het niet om.”

Zijn Danielle en haar medestandsters nooit bedreigd? “Voorzover ik weet niet. Toen we begonnen hebben we niet nagedacht over gevaren. Er moest iets gebeuren. Dat I Ribombu en La Minute, de bladen van FLNC Canal historique en het Front National, negatief over ons hebben geschreven is hoogstens een compliment. Als wij iets hebben bereikt, dan is het wel dat wij wat ruimte hebben geschapen voor het vrije woord, een gelegenheid om na te denken. Die bom afgelopen zaterdag in Bordeaux, daar ben ik erg tevreden over. Misschien gaan ze zich in Parijs daardoor eindelijk eens afvragen wat hier aan de hand is. De staat moet ons bevrijden van deze terreur. Driehonderd gewapende mannen houden Corsica al jaren in gijzeling. En er gebeurt niets aan. Schandalig.”