Haaks op de historie; Behoed Haarlem voor De Appelaar

De Appelaar is de naam van een groot nieuwbouwcomplex dat Haarlem een nieuwe schouwburg, een nieuw paleis van justitie en nieuwe cafés moet bezorgen. Het moderne gevaarte is volgens het college van burgemeester en wethouders de redding van het oude centrum. Toch is driekwart van de bewoners van Haarlem tegen het plan. “Deze Appelaar heeft Haarlem niet verdiend.”

Zouden Gedeputeerde Staten van Noord-Holland meer respect hebben voor de cultuurhistorische waarde van het oude hart van Haarlem dan de eigen gemeenteraad van deze stad?

Het is te hopen.

De Haarlemse gemeenteraad heeft op 18 september gestemd vóór de bebouwing van het Voormalige bedrijfsterrein van drukkerij Enschedé volgens het plan van de Catalaanse architect Joan Busquets. Op 30 oktober staat de beslissing over het bestemmingsplan voor dit sinds 1992 braakliggende gebied - dat vol vervuilde grond door de firma Enschedé is achtergelaten - nog op de raadsagenda, maar in het verlengde van het besluit van 18 september is het niet waarschijnlijk dat deze afweging nog voor verrassingen zal zorgen. Vervolgens zal het bestemmingsplan voor het Enschedé-terrein 'ter toetsing' worden voorgelegd aan het college van Gedeputeerde Staten. Op dat moment kan 'de provincie' een culturele heldenrol spelen. Door De Appelaar, zoals het bouwplan heet, in deze dominante, bruuske vorm af te wijzen, kan zij voorkomen dat aan het beschermde stadsgezicht van Haarlem zware schade wordt aangericht.

Het provinciaal bestuur van Noord-Holland zetelt in het Haarlemse, palazzo-achtige Paviljoen Welgelegen dat, als buitenverblijf voor de Schotse bankier en kunstverzamelaar Henry Hope, in de jaren tachtig van de achttiende eeuw werd ontworpen door Triquetti. Michel baron de Triquetti was consul van Sardinië in Amsterdam en amateur-architect, een intrigerende figuur wiens aandeel in het ontwerp van 'het paleisje van Lodewijk Napoleon' dat het paviljoen ook eens was, nooit geheel duidelijk is geworden.

Het is onvermijdelijk, wie over de bouwkunst van Haarlem schrijft wordt voortdurend tot historische uitstapjes verleidt. In deze stad, die in de Middeleeuwen is gegrondvest en na de catastrofale brand in 1576 door Lieven de Key in Hollandse Renaissance-stijl opnieuw werd opgetrokken, is elk huis op de schaal van de geschiedenis gebouwd. In zo'n cultuurhistorisch zwaarbeladen en zorgvuldig afgemeten omgeving is nieuwbouw een immens moeilijke opgave.

Horecaranden

Het Provinciehuis ligt een stuk verder verwijderd van het Enschedé-terrein dan het stadhuis aan de Grote Markt. Aangenomen mag worden dat dankzij de grotere afstand het voorgenomen, kolossale bouwensemble door de statenleden scherper en met meer helderheid in zijn context kan worden gezien dan door het stadsbestuur dat er nagenoeg bovenop zit, burgemeester Pop voorop.

Volgens het college van B en W is De Appelaar de redding van de binnenstad. Met als voornaamste elementen een reusachtig rechtbankgebouw en een nieuwe, grote schouwburg aan een plein met gezellige horecaranden zal het complex in deze vorm op het Enschedé-terrein moeten verrijzen. Driekwart van de Haarlemse bevolking is tegen het plan en er zijn meer dan tweeduizend bezwaarschriften ingediend, maar het bewind van Haarlem heeft al deze kleinzielige tegenwerpingen terzijde geschoven en gekozen voor een machtig, modern gevaarte dat dwars door de historische binnenstad snijdt. De hoogte van de nieuwbouw benadert de 28 meter, dat wil zeggen de hoogte van de dakgoten van de magistrale Grote of St. Bavokerk. Het nieuwe paleis van justitie en het 26 meter hoge blinde toneelhuis van de schouwburg gaan het silhouet van de stadsdriehoek tussen De Waag en het Teylersmuseum aan het Spaarne, tussen de Bakenessergracht en de Grote markt, in de toekomst volledig beheersen.

Het aandoenlijke torentje van de sterrenwacht op het dak van de Ovale Zaal van Teylers Museum, zal door een poort in de meer dan 150 meter lange gevelwand van het rechtbankgebouw, vanaf het nieuwe Schouwburgplein te zien zijn. Een treffender demonstratie van de verkeerde schaal is niet te vinden. De enorme rechtbank staat haaks op Haarlems historie en om de botte inbreuk te verhelen, gunt architecte Jeanne Dekkers ons door een uitsparing in de eindeloze gevel een blik op het oudste museum van Nederland. Het is bijna ironisch te bedenken dat Teylers Museum, in 1779 ontworpen door Leendert Viervant, de cultuuridealen van de Verlichting moest weerspiegelen.

Welke idealen kunnen in het stedebouwkundig en architectonisch ontwerp van De Appelaar worden teruggevonden? De eind-twintigste-eeuwse idealen van de markt. Als nieuw podium is de nieuwe schouwburg overbodig. Even buiten het centrum, aan het Wilsonsplein, staat sinds 1918 een heel bruikbaar theater dat geschikt is voor ruim zevenhonderd bezoekers. Het is een sober baksteengebouw van architect J.A.G. van der Steur dat met de nodige inventiviteit goed kan worden aangepast aan de theater-eisen van deze tijd. Het stadsbestuur heeft echter de zinnen gezet op een nieuwe grote schouwburg in het hart van de stad op basis van de volgende, eigentijdse redenering: In het plan-Busquets zit een schouwburg, daar komen mensen op af en die willen ook nog een hapje eten in de stad. Dat is goed voor de economie van het centrum, genereert evenementen en zorgt voor werkgelegenheid. Als 'centrumstad' heeft Haarlem recht op een schouwburg midden in de stad.

Vraagt men de schouwburgdirectie - tijdens talloze discussies die in Haarlem over de Appelaar-kwestie zijn gehouden is dat voorgevallen - of het programma-aanbod in een nieuw centrumtheater opmerkelijk rijker of anders zal worden vergeleken bij het huidige aanbod, dan wordt gepruttel gehoord inplaats van nieuwe theatrale vergezichten. En de bewering dat het goedkoper is om een nieuw centrumtheater te bouwen dan de oude schouwburg voor eigentijds gebruik geschikt te maken, heeft ook nog niemand met werkelijk betrouwbare cijfers kunnen staven. Verantwoordelijke wethouders schromen niet om in dit verband uit te roepen: 'Elk bedrag is natte-vingerwerk'.

Het bestuurlijke drama dat zich in Haarlem voltrekt heeft nu ook de betrokkenen buiten de gemeente meer dan kopschuw gemaakt. De Rijksgebouwendienst en ING Vastgoed die samen met 'Haarlem' het Appelaarplan ontwikkelden, zouden graag het doek voor deze vertoning laten vallen. Om de voortdurende impasse te doorbreken had Rijksbouwmeester Wytze Patijn eerder dit jaar een alternatief plan voorgesteld, zonder nieuwe schouwburg. In zijn plan werd de oude schouwburg verbouwd, maar de gemeente heeft het voorstel als 'dertien miljoen te duur' van de hand gewezen. Het stadsbewind met de onstuitbare burgervader Pop aan het hoofd heeft onverbiddellijk de zinnen gezet op De Appelaar van Joan Busquets en daarin hoort een nieuw theater thuis.

Visueel misbaar

Commissaris Van Kemenade en de statenleden van Noord-Holland raad ik aan om voordat zij het bestemmingsplan gaan toetsen, een rustige wandeling door de binnenstad van Haarlem te maken. Begin bij De Waag (1598) aan het Spaarne en loop door de Damstraat naar de Grote Markt waar u, naast de machtige, laat-gotische schoonheid van de Grote of St. Bavokerk, vooral op de schaal en de fijnzinnige detaillering van de Vleeshal moet letten. Tussen dit even indrukwekkende als ook bescheiden monument van Hollandse Renaissance (Lieven de Key, 1602-1604) en de onpompeuse bouwkunst van De Waag met zijn aangrenzende historische huizen, torent straks De Appelaar. Nu is op deze plaats nog een morsige, geïmproviseerde parkeerplaats, maar straks zullen hier de schouwburg en vooral de rechtbank met akelig visueel misbaar de dienst uitmaken. En als u toch bezig bent uw verbeeldingskracht aan te spreken, moet u zich een voorstelling maken van het rechtbankgebouw volgens de gedaante die architecte Jeanne Dekkers heeft getekend. Omdat het stedebouwkundig plan van Joan Busquets en de daarbij behorende bouwvolumes voortdurend voor commotie zorgde, is over de architectuur van de rechtbank tot nu toe nog weinig opgemerkt. De verschijningsvorm van het gebouw is bijna even rampzalig voor de binnenstad van Haarlem als de omvang.

In de renaissance-opbouw van het centrum van de stad vormen woonhuizen de belangrijkste bebouwing van straten en grachten. Niet afzonderlijke, monumentale gebouwen, zoals in de Noorditaliaanse steden, kenmerken de renaissance-stijl in Nederland, maar het stadsbeeld als geheel. In het hart van dit gevoelige stedelijk kunstwerk wordt plompverloren een mateloos kantoorgebouw neergelaten, een modern marktgebouw dat in elk bedrijfspark, aan elke willekeurige snelweg zou kunnen staan. De zaagtanden op het dak, de ronde ramen daaronder, de schuin weglopende dakkapellen, het zijn stuk voor stuk modieuze vormen die waarschijnlijk zijn bedoeld om de genadeloos rechte daklijn milder te stemmen. Maar hoe karakterloos is het resultaat. In de langgerekte kop waarmee de rechtbank boven het stedelijk kunstwerk uitsteekt, ontbreekt elk gevoel als in een masker dat aan de lopende band is gemaakt.

Deze Appelaar heeft Haarlem niet verdiend. Je zou het de beslissers in hun oren willen toeteren: laat het bakstenen gevaarte in deze vorm niet neerdalen op het Enschedé-terrein. Het grijsbruine gordijn zal het zicht op het historische toneel van de stad voorgoed verduisteren.