Generaties

Het debat ging over de vraag of er generaties bestaan. In afzonderlijke families natuurlijk wel, omdat er nu eenmaal een gezette tijd moet verlopen voor de kinderen van toen de ouders van nu kunnen worden zodat ze hùn vader en moeder weer tot het grootouderschap bevorderen.

De generaties vormen de ruggengraat van iedere familieroman. Maar in de geschiedenis is het anders omdat de kinderen niet in golven geboren worden maar over de dagen en jaren gespreid in niet veel van elkaar verschillende aantallen. Alleen na grote langdurige rampen als oorlogen ontstaat er een 'geboortegolf'. Een jaar nadat de vrede is getekend worden er - ik noem een getal zonder me demografisch te verantwoorden - 100.000 kinderen geboren. Die zijn dan niet alleen ongeveer even oud; ze delen ook in de meeste opzichten, in grote trekken, zeker de eerste vijf jaar de omgeving waarin ze opgroeien. Schaarste, ruïnes, wederopbouw. Dat vergeten ze hun leven niet. Als twee mensen die toen kind waren elkaar een halve eeuw later voor het eerst tegenkomen, weten ze feilloos elkaars leeftijd te schatten, en zonder veel moeite kunnen ze dan een lang gesprek over hun gemeenschappelijke vroeger beginnen. Ze horen op twee manieren tot dezelfde generatie: biologisch en naar hun gemeenschappelijke onuitwisbare herinnering. In dit laatste opzicht zijn ze in historische zin een afzonderlijke, definieerbare generatie. Wie een jaar of tien, twintig jonger is en naar dat gesprek luistert, denkt: 'Vertel me iets nieuws', of begint zich te ergeren, of nog ernstiger: gaat geloven dat die twee trots zijn op hun toevallige historische komaf. Zo is het niet. Die twee voelen zich gemeenschappelijk thuis in hun gedeeld verleden dat nu eenmaal uniek is.

Anders is het met de mensen die later in een weer betrekkelijk gewone wereld opgroeien. Ze hebben niet zo'n markante en dierbare inventaris gemeen. In hun jeugd is het collectief onderscheid vervaagd. In normale tijden die lang duren verdwijnen de historische generaties, en de biologische dienen weer tot inspiratie voor een familieroman.

Mij leek het een redenering die niet voor tegenspraak vatbaar was, maar ik had me vergist. Een geleerde aan wiens kennis en gezag ik niet twijfel, hield vol dat er goed beschouwd alleen een eindeloze gelijkmatige opvolging van biologische generaties zonder collectief onderscheid is. Wel kunnen er natuurlijk kleine clubjes van leeftijdsgenoten bij elkaar komen om dan iets in de politiek, de filosofie of de literatuur tot stand te brengen - Die Freien von Hippel, de Tachtigers, de Vijftigers - maar de manier waarop ze zich van de vorige onderscheidden gold alleen in beperkte kring.

In dit debatje heb ik voor alle zekerheid twee keer gezegd dat ik me er niet op laat voorstaan de oorlog vijf jaar te hebben gezien, gehoord en geroken, op zo'n manier dat het nooit meer over gaat. Het is er, we kunnen het niet helpen. Wij, omdat we er nu eenmaal waren. Degenen die op zo'n manier 'de oorlog hebben meegemaakt' horen tot een historische generatie. Ik las een boek over Passchendaele, het Belgische dorpje in de buurt waarvan bij het mislukte Britse offensief van 1917 in verloop van een paar maanden een half miljoen soldaten 'buiten gevecht is gesteld'. Wie dat hebben overleefd horen nog veel meer tot een historische generatie, waaruit dan later weer in de literatuur de Verloren Generatie is ontstaan. Daarin wordt alles uitgelegd, beschreven, overgedragen wat deze generatie eigen is, maar wie erbuiten valt heeft toch altijd het gevoel niet achter het gordijn te hebben gekeken.

Het onderwerp van dit debat was Het Parool, meer in het bijzonder Léés die krant, van Gerard Mulder en Paul Koedijk (een boek waaraan op z'n minst twee opeenvolgende generaties veel plezier zullen beleven omdat het hoort tot hun collectieve biografie). Geert Mak heeft geopperd dat Het Parool weleens de krant van één generatie zou kunnen zijn; Jan Blokker heeft die stelling nader uitgewerkt. De meesten van degenen die deze krant hebben gemaakt en groot gemaakt, horen alweer tot een leeftijdsgroep die door de oorlog is bepaald, en niet door de jaren dertig of vijftig. Onherhaalbaar, en zoals ik weer heb gemerkt: niet goed aan buitenstaanders uit te leggen.

En nu: zo zal iedereen ouder dan een jaar of dertig niet tot in de nerven nauwkeurig kunnen weten wat zich afspeelt in het collectieve hoofd van de generatie die de Koude Oorlog alleen van horen zeggen heeft. Toch ben ik juist naar dat niet te kennen inwendige, voor mijn verbeeldingskracht onbereikbare, nieuwsgierig. Aan eventuele ontdekkingen zal ik komende stukjes wijden.