De waarde van voetbalamusement

Als je niet beter wist, had je gisteren op de gedachte kunnen komen dat Louis van Gaal aan een plotselinge hartstilstand overleden was. Op alle zenders - van Nederland 1 tot Sport 7 - werd met rouw omfloerste stemmen over het naderende afscheid van de voetbalgoeroe gepraat. Als er niet toevallig acht Nederlanders in Turkije écht waren omgekomen, zouden we de héle avond over Van Gaal hebben gepraat.

Ook de terugblikken op zijn carrière hadden iets van een necrologie. We zagen de leider op de grote momenten van zijn leven. Schreeuwend op het Museumplein: “Wij zijn de beste! Wij zijn de beste! En niet alleen van Amsterdam, maar van Rotterdam, van Eindhoven, en ook van Europa, en van...”

Mijn lievelingsfragment blijft de trainingssessie in De Meer, waar Van Gaal zijn spelers afblaft zoals een chagrijnige beroepsofficier dat op maandagmorgen met zijn onwillige dienstplichtigen placht te doen. “Dat is scherpte! Beleving! Het is toch belachelijk! Negen tegen acht, en geel wint 't!”

Er moet een zucht van verlichting door de vaderlandse sportjournalistiek zijn gegaan, maar niemand durfde iets te laten merken. De schrik zit er goed in. Zelfs de meest voor de hand liggende vraag - 'Zou u ook zijn vertrokken als de resultaten even goed waren gebleven?' - hoorde ik niemand stellen. Toegegeven, de vragensteller zou het niet overleefd hebben.

De bombarie om het afscheid van Van Gaal bewijst weer eens hoe explosief de waarde van voetbal als entertainment - zeker op de tv - de laatste jaren is gestegen. Voetbal en voetbalnieuws genereren hoge kijkcijfers en navenante reclame-inkomsten. Toevallig viel het aangekondigde vertrek van Van Gaal samen met het voornemen van 67 topvoetballers voortaan geld te vragen voor hun optreden in amusementsprogramma's van de commerciële omroepen.

De vraag is: wat is precies amusement? Optreden bij Henny Huisman? Akkoord. Maar deelname aan een talkshow over sport - is dat misschien ook amusement?

Frits Barend vroeg er in zijn sportprogramma op RTL 4 Louis van Gaal naar. Eerst werkten de heren nog even hun onvermijdelijke oorlogsnummertje af. (Barend: “Je kon altijd slecht tegen kritiek, je reageerde alsof men je onderuit wilde halen.” Van Gaal: “Wat jou betreft was dat zeker zo.”) Op de vraag naar de vergoedingen voor tv-optredens antwoordde Van Gaal: “Alles in relatie tot de wedstrijd moet vrij zijn, maar jij zit op het randje, jullie programma staat niet in relatie tot de wedstrijd.”

In dat antwoord ligt de gevoeligheid van de kwestie helemaal besloten. Want wie bepaalt of er wel of niet 'een relatie met de wedstrijd' bestaat? De voorzitter of coach van Ajax? De aanvoerder die na een slechte wedstrijd überhaupt weinig trek heeft in een gesprekje?

Barend en Van Dorp spraken er in hun programma ook met Rob Jansen over, de directeur van Sportpromotion dat de belangen van de 67 spelers behartigt. Hij zei: “Sommige onderdelen van dit programma zijn journalistiek, maar dat schieten op het doel (een vast onderdeel) bijvoorbeeld niet.” Voor zo'n onderdeel zou dus wél betaald moeten worden. Jansen legde rechtstreeks het verband met de reclame-inkomsten van zo'n omroep: “Dertig seconden is 90.000 gulden.” Hij verwees ook naar de Amerikaanse praktijk waar journalistieke betalingen aan sporters normaal zijn.

Barend maakte terecht bezwaar tegen het feit dat de plannen van Sportpromotion alleen de commerciëlen betreffen. Op tv-sportgebied is er immers geen principieel onderscheid meer tussen de commerciële en niet-commerciële omroepen. Zie de verbeten manier waarop de NOS zich - en mét succes - in de concurrentiestrijd met Sport 7 heeft gestort.

Voorlopig zal het niet zo'n vaart lopen met de betaling van de echte sportinterviews. Er is nog een generatie sportjournalisten (Barend, Van Dorp, Jansma) die zulke goede relaties onderhoudt met de topspelers, dat ze niet de portemonnee zal hoeven trekken. Maar op langere termijn gaat er zeker wat veranderen. Een topspeler die door vijf stations wordt benaderd voor een exclusief interview, zal op den duur voor de meest biedende kiezen. Hij hoeft er straks niet eens om te vragen - het zal hem aangeboden worden. Dat is niet alleen in Amerika, maar ook in Engeland al de praktijk.

Waarom zou Nederland achterblijven? Toch niet omdat wij niet van geld houden?