Dank u wel is donder op; Gesprek met de Engelse toneelschrijver David Hare

“Mensen leven niet alleen in hun hoofd of huis: hun geluk of ongeluk is sterk afhankelijk van hun omstandigheden en de tijd waarin ze leven”, zegt David Hare. Zijn nieuwste toneelstuk Skylight wordt binnenkort in Nederland opgevoerd. Hare noemt zichzelf een socialistisch schrijver, maar de revolutie predikt hij in zijn stukken niet. “Mag ik zeggen dat ik daar te intelligent voor ben?”

Een Goed Ontbijt van David Hare gaat in de regie van Berend Boudewijn op 17 oktober in première in het Nieuwe de la Mar Theater. Inl. 020-6233462.

David Hare is één en al goedlachse nuchterheid. Zelfs ontstemming laat hij gepaard gaan met gekrulde lippen en glinsterende pretogen. Die Fransen toch: het enige volk ter wereld dat zijn nieuwste successtuk Skylight van Londen naar de eigen hoofdstad wil verplaatsen. Zie ik het voor me? Kyra en Tom en Peter die in plaats van in East-End rondmodderen in de Marais of zo? Onzin toch? Ik zie het voor me, zeg ik, want de Nederlandse producent Gislebert Thierens heeft het stuk ook verplaatst, naar de Amsterdamse De Pijp. Hoewel geschrokken: weer die ogen. Nu ja, er zal wel niets meer tegen te doen zijn, maar zijn instemming heeft het niet.

Mildheid moet Hare behoed hebben voor het lot van veel politieke theatermakers van de generatie waartoe hij behoort. De meesten waren drammerig, schoeiden hun werk op marxistische leest, maakten pamfletten en raakten daardoor, na triomfen in de jaren zeventig, uit de mode. Ik leg hem de veronderstelling voor en die bevestigt hij, misschien uit beleefdheid, misschien omdat hij het er inderdaad mee eens is. Anderzijds noemt hij zichzelf, in de theesalon van het chique Parijse hotel Le Ritz waar we elkaar treffen, zonder blikken of blozen een “socialistisch schrijver”. En het anti-politieke klimaat dat in de Westerse wereld heerst, ziet hij slechts als “een pose”. Niemand is tegen politiek, stelt hij kalm: geen mens kan zonder.

David Hare (Sussex, Engeland, 1947) is zo niet de belangrijkste dan toch in elk geval de produktiefste Engelse dramaschrijver van dit moment. Na een onvoltooide studie Engelse taal- en letterkunde begon hij in 1968 toneelstukken te schrijven. Hij was mede-oprichter van het Portable Theatre, gespecialiseerd in het geven van voorstellingen op locatie, en later, in 1975, van het Joint Stock Theatre. Behalve schrijver van, inmiddels, vijftien toneelstukken, vier televisie-scenario's en vijf filmscripts, is hij regisseur van zijn eigen werk en trad hij in 1984 toe tot de artistieke leiding van het National Theatre.

Understatement

Hares werk werd veelvuldig bekroond. Zijn eerste film, Wetherby, door hem geschreven en geregisseerd, won in 1985 de Gouden Beer in Berlijn. Het nu in Nederland onder de titel Een goed ontbijt opgevoerde stuk Skylight werd in 1995 in Engeland uitgeroepen tot het beste toneelstuk van het jaar. Behalve hier zal het stuk geënsceneerd worden op Broadway en in Parijs - de reden waarom de schrijver een paar dagen in de Franse hoofdstad verblijft. Eerder, in 1986, werd in Nederland het door Hare en Howard Brenton geschreven Pravda uitgevoerd door het RO Theater.

Hare is een verteller. Zijn stukken hebben een 'ouderwetse' kop en staart en passen, vreemd genoeg, in de stroming van het Amerikaanse realisme van Arthur Miller, Eugene O'Neill, Tennessee Williams en Edward Albee. Ze zijn echter celebraler van toon of zo men wil, intellectueler en minder psychologisch. Tegelijkertijd missen ze - zelfs een thriller als de film Paris By Night - het tussen de regels broeiende mysterie van Hares landgenoot Harold Pinter. Daarvoor hebben ze een te duidelijke plot en is de dialoog te helder, hoezeer Hares personages ook uitblinken in het debiteren van understatement.

Een constante in Hares werk is het sociaal-politieke engagement, een ander belangrijk verschil met de vroegere Pinter. Over het huidige, juist zo politiek getinte werk van de laatste wil hij zich niet uitlaten, maar des te uitbundiger geeft hij lucht aan zijn bewondering voor zijn Amerikaanse voorbeelden. “Britse schrijvers, en Europeanen in het algemeen, missen de overweldigende emotionaliteit van de Amerikanen. Hun omgang daarmee is kinderlijk eenvoudig. Dat is een kwestie van durf, wij zijn bang dat het gênant wordt en omdat we die angst hebben, wordt het dat ook als we ons er aan zouden wagen.

“Anders dan de Amerikanen maskeren we onze bedoelingen. In mijn ensceneringen van mijn drie zogeheten History Plays werd de vrouwelijke hoofdrol steeds gespeeld door de Canadese actrice Kate Nelligan. Ik kon haar moeilijk uitleggen waarom 'Thank you very much' op een bepaald moment zo kil mogelijk moest worden uitgesproken. Het is slechts hoffelijkheid, zei ik tegen haar, niet beseffend dat voor haar hoffelijkheid inderdaad hoffelijkheid is. Maar voor ons Engelsen is het een vorm van vijandelijkheid, een geaccepteerde manier om te zeggen 'donder op'. Iedereen, iedere Engelsman althans, vat dat ook zo op.”

Thatcherisme

In The History Plays (Knuckle uit 1974, het tv-drama Licking Hitler uit 1978 en Plenty uit hetzelfde jaar) behandelt Hare episodes uit geschiedenis van zijn land. In het eerste plaatst hij een cynische losgeslagen zoon tegenover een al even cynische, in uiterlijk fatsoen gestijfde vader; het tweede en derde stuk gaan over de druk die de bijzondere omstandigheden van de Tweede Wereldoorlog uitoefenen op een echtpaar. In alle stukken levert hij forse kritiek op het handelen van zijn vaderland (in Plenty bij voorbeeld tijdens de Suez-crisis) en hij beschouwt Knuckle nu zelfs als een vooraankondiging van het egoïstische Thatcherisme. Maar bovenal gaan ook deze 'historische' stukken over moraal en vooral over de vraag hoe het individu kan leven zonder de eigen overtuigingen geweld aan te doen en te perverteren.

“Sommigen hebben me in de schoenen willen schuiven dat ik in Knuckle het einde van het kapitalisme heb willen voorspellen, maar dat is uitgerekend wat ik niet deed. Ik constateer veeleer met verbazing over hoeveel spankracht het kapitalisme beschikt en heb slechts voor de uitwassen ervan willen waarschuwen. Ik ben geen revolutie-prediker en ben dat ook nooit geweest. Mag ik zeggen dat ik daar te intelligent voor ben? Of nee, het is anders. Mijn opvattingen over theater stroken niet met voorgekookte ideeën. Ik heb niet de illusie de maatschappij te kunnen veranderen met mijn werk en wil dat niet eens. Ik hoop slechts het publiek aan het denken te zetten en dat is meteen het hoogst haalbare. Om dat te bereiken moet je juist geen partij kiezen en moet je de figuren die je tegenover elkaar zet met evenveel en even goede wapens uitrusten. Dan pas heb je de kans dat er spannend drama ontstaat.”

Snel geld

Skylight lijkt op het eerste gezicht een breuk te zijn met al Hares eerdere werk. Het gaat over een man en een vrouw die elkaar na een tijd weer ontmoeten en langzaam, in heftige maar ook verzoenende scènes, hun liefdesgeschiedenis reconstrueren. Toch gaat ook dit stuk over een verdeelde samenleving. De vrouw heeft het niet breed en leidt, zij het uit vrije keuze, een bescheiden bestaan, de man is een hedonist en leeft in de wereld van het snelle geld. Hun confrontatie is behalve romantisch ook sociaal gekleurd.

“Ik heb altijd over liefde geschreven”, zegt Hare, “en ook over politiek en de samenleving. Het mooiste is om die verschillende aspecten van onze levens met elkaar te vervlechten. Ik ben een politiek schrijver in de zin dat ik mijn personages een context geef. Mensen leven niet alleen in hun hoofd of huizen: hun geluk of ongeluk is sterk afhankelijk van hun omstandigheden en de tijd waarin ze leven. Maar ongeacht hun omstandigheden krijgen ze met de liefde te maken of met het gemis daarvan, dat is eeuwig. Voor het overige is het niet interessant te beschrijven hoe het leven is óf hoe het zou moeten zijn. Je moet beide doen.”

Een in het oog springend kenmerk van Hares werk is het sterke vrouwelijke personage. Actrices die op zoek zijn naar grote dragende rollen, kunnen bij hem terecht. Vaak vertegenwoordigen zij ook het geweten in zijn stukken, ze hebben in principe de sympathieke inbreng. Maar een feminist wil Hare zich niet noemen.

“Een man kan geen feminist zijn, geloof ik, en bovendien kun je mijn vrouwelijke personages ook als krengen ervaren. Maar ik beschrijf wel het liefst wat het verst bij mij vandaan staat, gewoon, omdat me dat het beste afgaat. In Licking Hitler gaat een vrouw naar bed met de man die haar aanvankelijk verkracht heeft. Uiteraard kwam daar stevige kritiek op van feministen. Ze gaven toe dat zulke dingen gebeuren, maar juist om die reden vonden ze het mijn taak om ze niet te laten gebeuren. Maar ik ben er niet om te laten zien wat ik zelf voorsta: dat is het begin van censuur. Ik ben er om een waarheid zo dicht mogelijk te benaderen, ook of juist als die onaangenaam is.”

Hares werk wemelt van de regie-aanwijzingen, hij begeleidt zijn clausen steevast met een beschrijving van de toon en de intentie waarmee ze dienen te worden uitgesproken. Eigenlijk schrijft hij romans. “Ik schrap die aanwijzingen hoe langer hoe vaker, want regisseurs worden er gek van. Ze staan er ook niet zozeer om de regie te bepalen, maar ten behoeve van mezelf. Ik kan me er beter door inleven in de situatie die ik schep. Door die gedetailleerd te beschrijven, zie ik voor me hoe het is en verder moet.

“Die eigenschap is me goed van pas gekomen in mijn filmscripts. Het is voor mij vanzelfsprekend de camerahoek of -beweging erbij te zetten. Ik maak echte draaiboeken. Anderzijds zit het gemak waarmee ik dialogen schrijf me danig in de weg. Op film kun je, veel meer dan in het theater, aan het beeld overlaten. Het komt er dus op neer dat ik, op grote schaal, in mijn toneelstukken de regie-aanwijzingen schrap en in mijn filmscripts de dialoog.

Op de voor de hand liggende vraag naar welk medium zijn voorkeur uitgaat - film of theater - geeft Hare een zeer beslist antwoord. “Theater. Dat ontstaat pas op dat ene moment in de wisselwerking tussen acteurs en publiek. Vergeleken bij het raffinement dat die omstandigheid vereist, is film een bot medium. Een peuleschil.”