Clinton weet het politieke midden het best te vinden

Het oordeel over het televisiedebat tussen de kandidaten voor het vice-presidentschap Kemp en Gore was na afloop snel geveld: het was een beleefd onderhoud. Dat kon ook moeilijk anders gezien de inzet van beide kanten. Gore herhaalde het credo van Bill Clinton dat de Amerikanen het beter hebben dan toen de Democraten vier jaar geleden het Witte Huis binnentrokken.

Kemp wees er evenals Bob Dole op dat het allemaal nog beter kan, maar dat Clinton/Gore de kansen niet grijpen. Meer van het midden zweept de emoties niet op, niet bij het publiek, evenmin bij de spelers zelf. Pragmatisme is het cliché dat alle politiek smoort in redelijkheid.

Het meest opmerkelijke aan de campagne '96 is de soliditeit van de voorsprong die Clinton vanaf het begin op zijn uitdager heeft genomen. Dole, een veteraan die in zijn lange loopbaan zo ongeveer alles heeft meegemaakt wat de Amerikaanse politiek aan hoogte- en dieptepunten te bieden heeft, ziet geen kans om zelfs maar een paar percentagepunten op de president in te lopen. Nog geen twee jaar geleden - na de 'tussentijdse' Congresverkiezingen - scheen Clinton uitgeteld. De Republikeinen hadden met hun Gingrich-revolutie per verrassing beide huizen van de volksvertegenwoordiging overgenomen, zodat alweer een einde leek te zijn gekomen aan wat volgens de beloftes van 1992 een nieuw Democratisch tijdperk was. Het presidentspaar heeft toen een diepe persoonlijke depressie moeten overwinnen, waarbij Greet Hofmanachtige therapieën zijn aangewend.

De verklaringen voor Dole's falen zijn legio. Zijn leeftijd - hij is de oudste presidentskandidaat aller tijden - zou hem parten spelen. Hij wordt nog steeds geïdentificeerd met het verfoeide Washington, met de corruptie en de politieke zelfzucht die worden verondersteld het regeringscentrum in de greep te houden. Dole heeft daarom zijn Senaatszetel opgegeven en als hij over zijn verleden spreekt, blijft het verhaal beperkt tot zijn moeilijke jeugd, zijn oorlogsverwondingen en de strijd die hij heeft moeten leveren om er weer bovenop te komen. Een indrukwekkende staat van dienst is zodoende van de ene op de andere dag in het niets verdwenen. Maar het baat hem niet.

Dole's onvermogen duidelijk te maken waarom hij president wil zijn, hangt als een molensteen om zijn hals. Niet dat voormalige bewoners van het Witte Huis daar voor zichzelf altijd een heldere voorstelling van maakten, anders dan dat zij werden gedreven door een krachtige ambitie, maar Dole's gebrek op dit punt is tot een zware handicap uitgegroeid. Vanaf het eerste moment dat hij overwoog aan de race van '96 mee te doen hebben zijn adviseurs hem op die zwakte gewezen en hem tot zelfonderzoek aangespoord. Tevergeefs. Dole is teveel een man van de politiek als de kunst van het mogelijke om alsnog uit te groeien tot de visionair die de natie in beweging brengt.

Dole's presidentiële ambities zijn bij herhaling stukgelopen op een slechte timing. In 1976 liet hij zich door president Ford strikken als running mate, als kandidaat voor het vice-presidentschap. Maar Fords gratieverlening aan Watergate-Nixon had zijn geloofwaardigheid bij voorbaat vernietigd.

Vier jaar later nam senator Dole het op tegen de gewiekste Reagan. Hij sneuvelde in een vroeg stadium en moest werkeloos toezien hoe de gouverneur van Californië de bleke Bush als zijn tweede man uitverkoos. In de Republikeinse voorverkiezingen van 1988 mislukte Dole's gooi naar het Witte Huis opnieuw. Bush werd genomineerd en verkozen. (Hij passeerde Dole voor het Republikeinse ticket). Een man van zoveel tegenslagen past niet in het Amerikaanse winner-imago.

De bijna-ondergang van Clinton in 1994 heeft Dole ertoe gebracht het toch nog eens te wagen. De kansen leken dit keer beter dan ooit. Een Republikeinse grondgolf had de Democraten weggevaagd en president Clinton praktisch verlamd. Diens sociale programma's met een ingrijpende hervorming van de gezondheidszorg als stormram waren al eerder stukgeslagen op campagnes van huiverige pressiegroepen en verdronken in de zee van amendementen van argwanende politici. Dole gokte op de pseudo-wijsheid van de jaren tachtig dat de Amerikanen diep in hun hart Republikein zouden zijn. De uitslag van 1992 moest worden gezien als niet meer dan een onplezierige afzwaaier.

Clinton heeft andermaal bewezen een behendig politicus te zijn die uit een nederlaag een overwinning weet te peuren. Hem lukte dat al eens als gouverneur van Arkansas, en hem lukt het nu weer. Gingrich heeft de president onbedoeld geholpen tijdens de slag om de begroting. Overmoedig geworden door zijn succes liet de leider van het Congres het aankomen op een sluiting van de federale overheid. Clinton is toen de uitdaging aangegaan. Hij wees compromissen van Dole van de hand en vocht de juiste oorlog uit, met de juiste tegenstander, op de juiste plaats en op het juiste tijdstip. Clintons tweede termijn was daarmee veiliggesteld. Gingrich likt zijn wonden, Dole blijkt het slachtoffer.

De man die vier jaar geleden in zijn campagne de economische malaise van het moment centraal stelde onder het motto It's the economy, stupid, zeilt nu voor de wind van het economische succes voor de tweede keer de veilige haven binnen. Clinton kan zijn boodschap eenvoudig houden: wat ik u heb beloofd, heb ik waargemaakt. Daar kunnen mislukkingen, schandalen, schimscheuten over Clintons karakter en verwijten dat de president de VS horig heeft gemaakt aan de Verenigde Naties niet tegen op.

Er zijn voorspellingen dat Whitewater de Clintons nog zal opbreken, al is het maar gedurende hun tweede termijn. Zoals Nixon twee jaar na de Republikeinse grondverschuiving van 1972 tenonderging aan Watergate. Het is niet uitgesloten, maar in de weken die resten voor de verkiezingen doet het er allemaal niet meer toe.

Wie sprak er ook weer over het verschijnsel van de working poor, de gezinnen waar man en vrouw ieder in twee deeltijdbanen moesten sloven om het inkomen op peil en de kinderen op school te houden? Ter linkerzijde zijn daar kolommen over volgeschreven, de rechtse Republikeinse presidentskandidaat Buchanan probeerde begin dit jaar tevergeefs klinkende politieke munt te slaan uit de nieuwe onderklasse.

Waar zijn de fundamentalisten gebleven die in de Democratische regering de duivel wilden zien? Zelfs Dole weigerde hun oekazes te lezen, zocht zijn heil bij de betrekkelijk progressieve Kemp en laat zich vergezellen door Colin Powell, de populaire zwarte strateeg van de Golfoorlog.

Dole's man Kemp probeerde in het televisiedebat tegenstander Gore links te passeren met een pleidooi de allerarmsten niet te vergeten. Maar ook Kemp weet dat die niet naar de stembus gaan. Clinton zou zichzelf kunnen parafraseren en Kemp kunnen toevoegen: het is het midden, stupid. Want daar is de strijd al beslecht.